Olieprijs stijgt weer. Dat kost ons onze groei – doe er iets aan

Door de crisis in Syrië stijgen de olieprijzen. Laten we ons nu eens minder afhankelijk maken van olie, schrijft Pieter Pauw.

Mede door de dreigende escalatie van het conflict in Syrië is de olieprijs afgelopen dagen hard gestegen. De gemiddelde Nederlander denkt dan direct aan wat hij betaalt aan de pomp.

Dat gaat voorbij aan de fundamentele rol van de olieprijs voor de Nederlandse economie. Nederland smijt door import van olie zoveel geld over de balk, dat een stijgende olieprijs een bedreiging vormt om uit de crisis te komen. Maar politici tonen zich ook gemiddelde Nederlanders: aan de hoge olieafhankelijkheid doen ze vrijwel niets.

De wereldeconomie wordt letterlijk en figuurlijk gesmeerd met olie. Transport en militaire actie zijn ervan afhankelijk, en het is een basisproduct voor onder meer plastic, medicijnen en voedsel.

Bij een olieprijs van honderd dollar per vat bedragen de kosten van olie-import zo’n vier procent van ons bruto binnenlands product. Dit is anderhalf keer meer dan het EU-gemiddelde. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekende dat een twintig procent hogere olieprijs in Nederland op korte termijn leidt tot 0,4 procent lagere economische groei.

En die prijs zal stijgen. De gemiddelde olieprijs lag de eerste maanden van 2013 op 107,5 dollar per vat. Relatief laag, volgens de OESO. Deze organisatie voorspelt dat de prijzen tegen het einde van dit decennium verdubbeld kunnen zijn, wanneer de economische groei wereldwijd aantrekt. De OESO denkt aan prijzen van 150-270 dollar per vat. Zo’n prijsstijging kan leiden tot meerdere procenten krimp van de Nederlandse economie.

Daarnaast is de olieprijs erg instabiel. In de afgelopen vijf jaar was de maandelijkse prijsverandering gemiddeld 6,8 procent. De geopolitiek heeft daar grote invloed op; dat merken wij nu ook bij de crisis in Syrië. IHS Global Insight, een bedrijf dat is gespecialiseerd in marktanalyse, berekende de gevolgen van een militair ingrijpen in Iran. Ongeveer twintig procent van ‘s werelds olie wordt geëxporteerd door de Straat van Hormuz, waar Iran aan grenst. Alleen al een tijdelijke afsluiting van deze vaarweg zal de Europese economie een gevoelige klap toebrengen, en het bruto binnenlands product met 1,5 procent verminderen. Bij zulke prijsvariatie is het olieafhankelijke Nederland waarschijnlijk extra kwetsbaar.

„Sterker uit de crisis komen”, zoals Rutte vaak zegt, zou dus vooral moeten betekenen „minder olieafhankelijk uit de crisis komen”. En daar kun je dan nog aan toevoegen dat dit ook minder belastend zal zijn voor klimaat en milieu.

Duitsland geeft het goede voorbeeld: daar is het verbruik van olie sinds 1985 met tien procent gedaald. Zo maak je een economie duurzamer en minder kwetsbaar voor Iraanse atoomprogramma’s en Arabische dictators.

Het is hoog tijd dat Nederland aanhaakt bij landen die al wel fors in duurzaamheid investeren, zoals Duitsland en Denemarken. Daarnaast kan iedere burger de inhoud van zijn portemonnee direct en indirect minder afhankelijk maken van de olieprijs, bijvoorbeeld door alleen te vliegen wanneer het echt moet, minder te rijden of minder plastic te gebruiken. Alle beetjes helpen.

Pieter Pauw is onderzoeker bij het Deutsches Institut für Entwicklungspolitik in Bonn.