Nieuwe schimmel vernietigt salamander

Tot voor kort leefden er nog duizenden vuursalamanders in Zuid-Limburg, nu nog slechts tientallen. Een variant van de gevreesde amfibieënschimmel blijkt er huis te houden.

Vuursalamander Foto corbis

Het massale sterven van vuursalamanders in Nederland sinds 2010 is veroorzaakt door een voorheen onbekende schimmel. De ontdekking wordt deze week gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences „Dat deze schimmel de Nederlandse populatie zo sterk heeft doen terugdringen, is angstwekkend”, zegt hoogleraar An Martel (Universiteit Gent) die het onderzoek leidde.

De schimmel blijkt verwant aan een schimmel die massasterfte onder kikkers veroorzaakt in tropische gebieden. De nieuwe ziekteverwekker is juist aan gematigde temperaturen aangepast. Andere Europese amfibieën lopen dus ook gevaar.

De vuursalamander (Salamandra salamandra) komt in Nederland alleen voor in Zuid-Limburg, in drie gebiedjes die in totaal minder dan 10 km2 beslaan. Daar leefden voorheen duizenden dieren, maar sinds 2010 stortte de populatie in. Afgelopen voorjaar zijn nog slechts enkele vuursalamanders waargenomen.

Belgische, Nederlandse en Britse biologen hebben in dode en zieke dieren nu een nieuwe schimmel geïsoleerd. Ze doopten die Batrachochytrium salamandrivorans (Bs). De schimmel is genetisch sterk gelijk aan B. dendrobatidis (Bd). Wereldwijd (met name in Latijns-Amerika en Australië) zijn sinds de jaren tachtig door Bd circa 200 zeldzame soorten gedecimeerd en enkele definitief uitgestorven.

Als de vuursalamander in Nederland zou uitsterven, is dat een lokaal verlies, geen wereldramp. Hij komt algemeen in grote delen van Europa voor. Wetenschappers vrezen echter dat de schimmel zich zal verspreiden naar nieuwe gebieden en andere amfibieën.

Hoogleraar Martel, specialist in amfibieënziekten: „We moeten snel drie vragen beantwoorden. Welke amfibieën zullen worden aangetast? Waar komt de schimmel vandaan? En blijft hij beperkt tot Nederland?” Tot nu toe is de schimmel getest op één andere amfibie: de vroedmeesterpad. Die bleek immuun, maar mogelijk zijn salamandersoorten, of andere kikkers, dat niet. Dieren met Bs zijn te genezen met agressieve anti-schimmelmedicijnen, maar in de natuur is het onmogelijk om die toe te dienen.

De oorsprong van Bs is een raadsel. De schimmel is nog met geen enkel ander geval van massale amfibieënsterfte in verband gebracht. De Britse hoogleraar Matthew Fisher, ook lid van het onderzoeksteam, speculeert: „Er zijn twee hypotheses. Eén: de schimmel was er al, maar die is plotseling agressiever geworden. Schimmels kunnen genetisch snel veranderen.

„En twee: de schimmel is overgesprongen. Stel dat een particulier een vuursalamander vangt en hem in zijn amfibieënverzameling houdt. Daar besmet een andere soort – die niet zo gevoelig is voor de schimmel – de vuursalamander. En die persoon laat vervolgens de vuursalamander weer vrij. Bij de verwante schimmel Bd is zoiets wel gebeurd.”

Om het landelijke uitsterven van de vuursalamander te voorkomen, namen Nederlandse amfibieënkenners vorig jaar een ongebruikelijke stap. De Stichting RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland) ving bijna alle overgebleven vuursalamanders – enkele tientallen dieren. De dieren wonen nu in plastic bakken in het dierenpark Kasteelpark Born. Bioloog Annemarieke Spitzen van RAVON: „Daar hebben ze geen last van. Ze blijven er tot de kust veilig is.”

Van de gevangen dieren, die ogenschijnlijk gezond waren, stierf echter bijna de helft eind 2012 in gevangenschap. Spitzen: „De salamanders werden overdag actief, wat onnatuurlijk is. Ze gingen minder eten. Binnen een week waren ze dood.” De sterfte had één voordeel: de ziekteverwekker kon worden opgespoord.

In Kasteelpark Born leven nu 31 volwassen vuursalamanders. Vijf vrouwtjes bleken bij binnenkomst drachtig. Hun circa 80 jongen groeien op in een klimaatkamer van de Nijmeegse universiteit, onder de hoede van RAVON. De stichting weet nog niet of het met deze dieren gaat kweken. Er zijn slechts 4 volwassen mannetjes, zodat inteelt een risico is.

De weinige vuursalamanders die deze lente nog leefden in Zuid-Limburg, zijn volgens een nieuwe Bs-gentest gezond. Maar of ze de zomer overleefd hebben, is onbekend – ze laten zich in droge tijden niet zien.