Column

Nederland mijn Vaderland

De Facebookgroep telt inmiddels ruim 56.000 leden. Daar komen er nu wekelijks gemiddeld 1.000 bij. Je wordt er aangesproken met ‘landgenoten’ en krijgt plaatjes voorgeschoteld van molens, kerken, natuurschoon, VOC-schepen. En soms is er de moppentrommel.

Kortom, een Nederland dat je normaal alleen op oude ansichtkaarten ziet. De sfeer: trots op toen, triest over nu.

Nederland mijn Vaderland, heet deze groep, ‘voor iedereen met een Rood-Wit-Blauw hart’. In een Roermonds café drink ik koffie met een van de beheerders.

Leroy, heet hij. Hij is achttien jaar.

Als je ons maar niet afzeikt, had hij vooraf gevraagd. „We hebben namelijk een rechts imago, en NRC... Nou ja, dat weet je zelf ook.” Ach, afzeiken, waarom zou ik? Nederland is tenslotte ook mijn vaderland.

Maar ik snap dat ‘rechtse imago’. In de reacties onder de ansichtkaarten kan het los gaan. Bijvoorbeeld die keer toen er gejuicht werd over brand in een moskee. Of eigenlijk bij alle nieuwsberichtjes over buitenlanders.

‘Allemaal uitzetten!!!’, lees je dan. Of: ‘Uitroeien die handel... Wel Godverdomme!!! stelletje vuile klotemoslims’.

Daar is het Leroy echter niet om te doen. Hij zegt: „Als ik het Wilhelmus hoor, dan krijg ik kippenvel. Dat sentiment wil ik overbrengen.” Hij woont in een kerkdorpje vlakbij Roermond, heeft zijn gymnasiumdiploma gehaald, bijna cum laude, en studeert nu in Maastricht.

Hij zegt dat ze reacties die de wet overtreden verwijderen. Soms is dat bijna een dagtaak. Bijvoorbeeld als er neonazi’s op de site zitten. Dan glipt er weleens iets door.

Het ledental verdubbelde na de inhuldiging van koning Willem-Alexander. Sindsdien plaatsen ze wat minder anti-islam en anti-Europa berichtjes. „Maar we laten onze principes niet varen.”

Zelf zou hij op Geert stemmen. Hij laat een foto zien op zijn mobiel waarop hij samen met de leider staat. Op 21 september, als Geert gaat demonstreren in Den Haag, is hij ook present.

Alleen Pim was misschien nog een betere politicus, vindt hij. Laatst had hij een citaat van hem geplaatst: ‘Je mag hier wonen, maar je past je aan.’ Dat werd een hit.

Maar ja, Pim.

Later wil hij ook de politiek in, de Tweede Kamer – wie weet. Hij heeft trouwens nog een ander project, zegt hij: Nederland Tuigvrij, een website tegen criminaliteit.

„Stel”, zegt hij, „dat er nu, hier, iemand wordt aangevallen. Wie grijpt er dan in? Ieder leeft voor zich.”

Er fietsen wat jochies langs. „In die tasjes zitten soms boksbeugels”, weet hij.

Echt bedreigd is hij vooralsnog alleen via internet: dat hij een racist zou zijn, dat hij zichzelf moet verhangen – meestal uit islamitische hoek. Daarom wil hij zijn achternaam en zijn dorpje niet in de krant.

Zijn opa en oma durven na het donker de straat niet meer op. Dat geldt voor veel mensen in zijn dorpje.

Dat wist ik niet, dat de mensen daar zo bang zijn. Dankzij internet ken je alles, behalve dan je eigen vaderland.

Ik vertel dat ik woon in een wijk waar bijna de helft allochtoon is. Hij reageert ongelovig – alsof ik niet Amsterdam zei, maar Aleppo.