Moek was klaar met leven, maar mocht niet sterven

Vandaag begint in Zutphen het proces tegen Albert Heringa Hij gaf zijn 99-jarige moeder pillen om te sterven Daarmee riep hij de strafvervolging bewust over zichzelf af

Een still uit de documentaire De laatste wens van Moek.

Verslaggever

Over de zelfgekozen dood van Moek Heringa (99) in juni 2008 had niemand iets hoeven weten. De arts die haar dood constateerde, gaf een verklaring van natuurlijke dood af. Pas in 2010 bleek dat dit onterecht was. Haar zoon Albert had haar pillen gegeven en haar geholpen die in te nemen. Dat is strafbaar. Filmopnamen die Heringa hiervan zelf had gemaakt, werden uitgezonden op tv. Eind vorig jaar maakte het Openbaar Ministerie bekend Heringa te zullen vervolgen. Voor het proces zijn twee dagen uitgetrokken: vandaag en 24 september.

Het is geen gewone strafzaak. Hoewel Heringa (70) kan worden veroordeeld tot maximaal drie jaar cel, zal dit vermoedelijk niet worden geëist. Het Openbaar Ministerie zelf gaf in een persbericht aan er niet van overtuigd te zijn dat hij straf verdient; het vindt dat „de vraag of verdachte strafbaar is vanwege de gevoeligheid en complexiteit van de zaak, moet worden voorgelegd aan de rechter”. De zaak is vooral relevant voor twee maatschappelijke vragen die zich steeds meer opdringen: hebben oude mensen als Moek Heringa, die hun leven voltooid achten maar niet ziek zijn, recht op hulp om te sterven? En: moet zulke hulp strafbaar blijven als een niet-arts deze verleent?

Mensen die ‘klaar zijn met leven’ komen niet in aanmerking voor euthanasie. Artsen mogen alleen euthanasie verlenen bij uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Met enige regelmaat komt het voor dat deze mensen hulp krijgen van vrienden of familie, zoals eerder dit jaar ook bleek uit de dvd Sterven in eigen regie van Boudewijn Chabot. Dat wordt gedoogd, zegt Ton Vink van de stichting De Einder, die mensen met een doodswens steunt en informeert. Volgens Vink lopen mensen als Heringa na de dood van hun naaste nauwelijks risico op vervolging, ook niet als het overlijden wel wordt herkend als een niet-natuurlijke dood. „De huisarts komt, de schouwarts komt en justitie stuurt een paar agenten. Na een uur of twee is het klaar.” Albert Heringa is een van de weinige ‘familieleden’ die voor hulp bij zelfdoding worden vervolgd.

Albert Heringa geeft geen interviews meer nu de zaak onder de rechter is, maar heeft zijn handelen eerder uitgebreid toegelicht in de media. Hij heeft gewerkt als ontwikkelingssocioloog en veel gereisd. Zijn echte moeder stierf in concentratiekamp Ravensbrück toen hij drie jaar oud was; zij had joodse onderduikers gehuisvest. Na de oorlog trouwde zijn vader, een Amsterdamse hoogleraar, met de huishoudster, die Maria heette en Moek werd genoemd.

De laatste jaren woonde ‘Moek’ in een verzorgingshuis en kreeg ze volgens Heringa geleidelijk minder zin in het leven. Ze was niet ziek maar had wel lichamelijke klachten als bloedarmoede, pijn op de borst en slechtziendheid. Soms was ze verward. „Ze was bang de controle over haar leven kwijt te raken”, zei Heringa in interviews. Euthanasie was voor haar huisarts niet bespreekbaar omdat ze niet ziek was. Ze wilde niet zelf stoppen met eten en drinken. Toen Heringa merkte dat ze pillen spaarde om er een eind aan te maken, besloot hij haar te helpen.

In de film over haar dood, De laatste wens van Moek, is te zien hoe ze de 130 à 150 pillen inneemt die Heringa haar had verstrekt, deels met yoghurt. Heringa zegt in de film dat hij de opnamen maakte om justitie te kunnen bewijzen dat ze zelf een einde aan haar leven had gemaakt. Het moment van haar dood is niet gefilmd; hij vertrok toen ze sliep om geen argwaan te wekken in het verzorgingshuis. De volgende ochtend hoorde hij van de nachtzuster dat ze was overleden. Dat de weekendarts een verklaring van natuurlijke dood afgaf was voor hem een verrassing. „Daar was ik niet op voorbereid, eerlijk gezegd”, zei hij in januari dit jaar bij Pauw & Witteman.

Twee jaar later koos hij ervoor de zaak toch in de openbaarheid te brengen. Hij stapte met de filmopnamen naar de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE), waarvan hij al jaren lid is. Over de reden zei hij eerder: „Door haar hoge leeftijd, door haar helderheid, haar verlies van controle en haar toenemende lichamelijke klachten was haar wens uit het leven te stappen onbetwistbaar legitiem.”

Voor de NVVE past de zaak in het streven levensbeëindiging wegens een ‘voltooid leven’ en de strafbaarheid van hulp bij zelfdoding op de politieke agenda te krijgen. De NVVE liet een documentaire maken rond Heringa’s filmbeelden, die nog altijd via de website van de vereniging te zien is. De NVVE voert actie rond Heringa’s proces en betaalt zijn advocaat. Een woordvoerder: „Mensen lijden eronder dat ze naasten niet kunnen helpen met sterven, of ze geven die hulp wel en lijden onder het risico op vervolging.”

Het OM had bijna drie jaar nodig voor het besluit Heringa te vervolgen. Het liet onderzoek doen naar de middelen die Moek Heringa had ingenomen en legde de zaak voor aan de Landelijke Reflectiekamer voor „gevoelige en betekenisvolle zaken”.

Ton Vink van De Einder denkt dat justitie er eigenlijk weinig voor voelde Heringa te vervolgen. „Het OM heeft geen belang bij de vervolging van iets waarvan de rest van het land zal zeggen: hier is niets crimineels aan.” Hij hoopt op een „maatschappelijk relevante uitspraak die ingaat op de positie van de intieme naasten” van mensen die verlangen naar de dood.