Minder nazi’s, strengere straffen

Oud-SS’er Siert Bruins kan een levenslange celstraf krijgen. Hij is 92. Staan zulke straffen wel in verhouding tot de daden van oud-nazi’s? „Het gaat mij eigenlijk niet eens om de straf.”

Siert Bruins (rechts) voor aanvang van de zitting, met zijn advocaat Klaus-Peter Kniffka. Volgens zijn raadsman is Bruins niet van plan te spreken tijdens het proces. Foto AP

Na drie kwartier is het al weer voorbij. Siert Bruins (92), de Nederlandse SS’er die in de Duitse stad Hagen terecht staat voor de moord op verzetsman Aldert Klaas Bruinsma, schuifelt achter zijn rollator de zaal uit. Een horde cameramensen en fotografen achtervolgt hem, todat hen de weg wordt versperd door een medewerker van de rechtbank.

Het is hetzelfde mediacircus dat het proces tegen Nederlander Heinrich Boere (2010) omringende. De wereld wil zich voor een laatste keer vergapen aan een van Hitlers beulen. En voor de nabestaanden is er eindelijk kans op gerechtigheid. In het geval van Boere volgde op zijn veroordeling voor moord op drie verzetslui een levenslange gevangenisstraf.

Maar staat al deze aandacht en de zwaarte van de straffen – ook Bruins hangt levenslang boven het hoofd – wel in verhouding tot de rol die deze mannen tijdens de oorlog hebben gespeeld? Stephan Stracke is historicus verbonden aan de universiteit van Wuppertal. Hij zet zich al jaren in voor de vervolging van oorlogsmisdadigers, onder wie de Nederlanders Bikker, Boere en Bruins. Stracke: „Vroeger was de moord op verzetsstrijders straffeloos, maar nu er nog maar zo weinig daders zijn, is de rechter strenger geworden. We hebben in het Duits een gezegde: die letzten beißen die Hunde. Wie overblijft, krijgt alle achtervolgers op zich af. Pech voor hen, maar voor wat deze mannen tijdens de oorlog hebben gedaan, moeten ze absoluut terechtstaan.”

Dat vindt ook Andreas Brendel, de officier van justitie in de zaak-Bruins. „Als ik ervan overtuigd ben dat iemand strafbare feiten heeft gepleegd, ga ik over tot vervolging. Of het nu een eenvoudige soldaat betreft, of iemand die een hoge functie bekleedde bij de Gestapo.”

Die bereidheid tot vervolging was in Duitsland in het verleden echter een stuk minder aanwezig. En ook de straffen die werden uitgedeeld, waren niet altijd even hoog. Hoe verklaart Brendel het dat grote Duitse misdadigers, die betrokken waren bij het vermoorden van miljoenen Joden, een gevangenisstraf van enkele jaren kregen, terwijl Boere de rest van zijn leven vastzit? „Ik ken de details van die zaken niet. Dus daar doe ik geen uitspraak over. Wat ik in ieder geval wel wil zeggen, is dat justitie in Duitsland oorlogsmisdadigers niet de hand boven het hoofd heeft gehouden. De wil tot vervolgen is er altijd geweest.”

Stephan Stracke lacht schamper als hij met deze uitspraak wordt geconfronteerd. „Het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht hebben oude nazi’s wel degelijk beschermd. Veel hoge SS’ers waren zelf jurist. Daar hebben ze profijt van gehad.”

Hoewel het de afgelopen jaren beter gaat met de vervolging van oorlogsmisdadigers, is Stracke nog steeds niet tevreden. „In het vonnis in de zaak tegen Boere is vastgesteld dat het executeren van verzetsmensen die zogenaamd op de vlucht sloegen of die niet wisten wat hen boven het hoofd hing, moord is. Dat is nieuwe jurisprudentie, die ingaat tegen decennia van eerdere uitspraken. Het OM had onmiddellijk alle oude dossiers moeten doorspitten op zoek naar mensen die nu alsnog berecht kunnen worden. Maar dat doen ze niet. Pas als ze door historici of journalisten iemand op een presenteerblaadje krijgen aangereikt, tonen mensen als Brendel zich geëngageerd. Ze noemen zich nazi-jagers, maar ze jagen niet.”

Wie dat wel doet, is Stefan Klemp. Hij werkt sinds 1998 voor het Simon Wiesenthal Centrum in Duitsland en was ook bij het proces aanwezig. Hij zegt dat de Duitse justitie de laatste jaren meer bereid is tot vervolging dan in de decennia na de oorlog. „Toen waren er ook zoveel misdadigers in leven dat het praktisch onmogelijk was ze allemaal te berechten. Daarbij komt dat men medeplichtigheid aan moord anders definieerde en dat verdachten zich konden beroepen op Befehlsnotstand: als ze niet deden wat ze gezegd werd, kwam hun eigen leven in gevaar. Die verdediging wordt nu niet meer geaccepteerd.”

De levenslange gevangenisstraf van Boere – en misschien straks Bruins – noemt Klemp terecht. „Maar het staat natuurlijk niet in verhouding tot de straffen die sommige grote misdadigers kregen.” Hij noemt het geval van Martin Sandberger. Deze SS’er, die leiding gaf aan een Sonderkommando dat tienduizenden Joden in de Baltische staten vermoordde, was nog in leven tijdens het proces tegen Boere. Hij zat slechts tot 1958 in de gevangenis.

Klemp: „Het gaat mij eigenlijk niet eens om de straf die mannen als Boere en Bruins krijgen. Het gaat erom dat ze veroordeeld worden voor wat ze hebben gedaan.”

De jacht op de laatste nazi’s gaat dan ook door, zegt Klemp. Zijn organisatie heeft de afgelopen maanden twintig oorlogsmisdadigers opgespoord. „Daar zit ook een Nederlander bij. Als het goed is, maken we zijn naam volgende week bekend.”