Meer geld en minder kwaliteit

Ruim 111 miljoen euro is deze zomer vanuit het buitenland naar de Nederlandse voetbalmarkt gebracht. Het betaald voetbal levert zo op zijn manier een bijdrage aan het al zo hoge overschot op de Nederlandse betalingsbalans. Maar dit geld wordt tegenwoordig over het algemeen wel verstandig besteed: aan de instandhouding van 34 mkb-bedrijven oftewel de betaaldvoetbalondernemingen (bvo’s).

Hoewel in het recente verleden nog enkele van die bvo’s failliet zijn gegaan en met name clubs in de eerste divisie zieltogen, staan er op dit moment nog maar twee onder curatele van de KNVB (FC Emmen en Fortuna Sittard). Zij zijn gehouden een financieel saneringsplan op te stellen en uit te voeren; van de andere 32 begrotingen kregen vorige week 23 het predikaat ‘voldoende’ en negen ‘goed’.

Tot die laatste categorie behoort landskampioen Ajax en dan zijn we aanbeland bij de sportieve consequenties van de zogenoemde transfermarkt, die gelegenheid biedt tot het afkopen van nog doorlopende spelerscontracten. Ajax verkocht de Deense international Christian Eriksen aan de Engelse club Tottenham Hotspur. Het haalde bij de Almelose eredivisieclub Heracles de Rotterdammer Lerin Duarte als potentiële vervanger weg; Heracles winkelde daarna in de eerste divisie en kocht bij Sparta het nog een half jaar doorlopende contract van Iliass Bel Hassani af. Het resultaat: drie clubs zagen geld binnenstromen, ten koste van hun sportieve kwaliteiten.

In de transferperiode die op 11 juni begon en afgelopen nacht in de meeste landen afliep, zijn er in Nederland 471 voetballers verhandeld, zo maakte de KNVB vanochtend bekend. Van hen vertrokken 97 spelers naar het buitenland; een even groot aantal kwam Nederland binnen. Degenen die kwamen zijn, en dat is geen gewaagde constatering, van mindere kwaliteit dan degenen die gingen.

Het is een trend die al jaren gaande is. Oorzaak: de veel te grote verschillen in financiële mogelijkheden binnen Europa. Waar in andere landen het geld niet op lijkt te kunnen, dikwijls doordat oligarchen, oliesjeiks of andere zakenlieden het voetbal als hobby hebben ontdekt, of doordat banken (Spanje) royaal zijn met leningen, zijn Nederlandse clubs voortdurend bezig de eindjes aan elkaar te knopen. De Europese voetbalunie UEFA hoopt met het systeem van financial fair play geleidelijk de grootste excessen te bestrijden. Hier geldt: iets is beter dan niets. Maar reden voor optimisme is er niet. In de amusementsindustrie die het betaald voetbal in wezen is, regeert het kapitaal en wint groot het van klein. Op 23 december begint de winterstop in de voetbalcompetitie. En gaan de marktkraampjes waar voetballers te koop zijn weer een tijd open.