Interview Daar wil ik liggen, in het verlengde van mijn tuin

Het huis van Arie Sloot (63) ligt langs de oude spoorlijn tussen Assen en Stadskanaal, opgeheven in de jaren zeventig. De spoorlijn loopt ook over natuurbegraafplaats Hillig Meer. Dus daar – „in het verlengde van mijn tuin” – wil Sloot liggen als hij is overleden.

Arie Sloot is gezond. Hij wil dit „gewoon goed geregeld hebben”. „Dan belast ik mijn kinderen er niet mee.” Hij las over Hillig Meer in zijn krant, ging er langs met zijn vrouw, en samen reserveerden ze twee plekken, naast elkaar en langs die spoorlijn.

Cremeren lijkt hem niets, hij weet niet waarom. Ook met een gewone begraafplaats heeft hij weinig. Liever een plek in de natuur. Hij tuiniert graag, wandelt veel en is lid van meerdere natuurorganisaties. Mooi aan de natuurbegraafplaats vindt hij dat het geld dat hij voor zijn graf betaalt, weer ten goede komt aan de natuur. Met het geld van de graven wordt immers het natuurbeheer gefinancierd op het landgoed waar deze natuurbegraafplaats ligt. „Nieuwe bomen worden geplant, gemengd bos wordt gevormd. De natuur wordt mooier.”

De ouders van zijn vrouw liggen ‘gewoon’ begraven, in Maastricht. Arie Sloot en zijn vrouw zorgen voor het onderhoud. „We gaan er regelmatig heen. En we hebben een mannetje dat het graf schoonmaakt.” De twee kinderen van Arie Sloot zullen die zorg niet hebben als hij er niet meer is. Onderhoud is niet nodig, hier op Hillig Meer. Er komt een simpele kei op zijn graf, met alleen zijn naam. Voor hem hoeft die naam er niet eens op, „maar mijn vrouw en kinderen zullen dat wel fijn vinden, om het graf te kunnen herkennen”.

Sommige vrienden vonden het apart, dat hij ‘al’ bezig was met zijn graf. „Maar de meesten reageerden nieuwsgierig. Stuur mij die website eens door, zei een aantal.”