Instellingen dienen te vaak zware medicatie toe

Veel mensen met een verstandelijke beperking in instellingen krijgen ten onrechte een antipsychoticum toegediend. Dat blijkt uit een onderzoek waarop Gerda de Kuijper morgen promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze vond dat eenderde van de patiënten antipsychotica slikt, van wie 80 procent al meer dan tien jaar. Bij de meesten zijn de middelen niet voorgeschreven wegens psychotische symptomen of een chronische psychotische ziekte, maar voor ‘probleemgedrag’ als agressie en zelfverwonding.

De Kuijper onderzocht bij 98 patiënten met een verstandelijke beperking of het gebruik van antipsychotica in drie tot vier maanden kon worden afgebouwd. Dat bleek bij 43 procent zo te zijn, zonder dat hun gedrag verslechterde. Ruim eenderde gebruikte twaalf weken later nog altijd geen antipsychotica.

Mensen met een psychose kunnen last hebben van wanen en hallucinaties of juist zeer teruggetrokken zijn. Antipsychotica helpen niet tegen probleemgedrag, is aangetoond in ander onderzoek. Ze kunnen bovendien tal van schadelijke bijwerkingen hebben, zoals gewichtstoename, afnemend leervermogen en het maken van onwillekeurige bewegingen. „Dat wordt niet altijd herkend als bijwerking”, zegt De Kuijper. „Mensen denken: o, ze worden nóg drukker.” Ze was geschokt door de lange duur van het medicijngebruik. „Soms was niet eens meer bekend waarom mensen het middel kregen.”

Waarom krijgen mensen met een verstandelijke handicap onnodig zulke zware medicijnen? Volgens De Kuijper was er nog weinig bekend over de oorzaken van probleemgedrag toen de antipsychotica tussen de jaren 50 en 70 op de markt kwamen. Het werd snel toegeschreven aan psychoses. Inmiddels is bekend dat probleemgedrag ook kan voortkomen uit bijvoorbeeld een lichamelijke aandoening waarover de patiënt zich niet kan uiten, een trauma in het verleden, een storend element in de omgeving.

„Artsen hebben daar nu wel oog voor”, zegt De Kuijper, die zelf ook werkt als arts voor verstandelijk gehandicapten. „Maar het is natuurlijk ook makkelijker om een pilletje voor te schrijven dan een gedragsverandering te bewerkstelligen. Er is veel weerstand tegen het afbouwen van de antipsychotica. Men is bang dat het oude probleemgedrag gedrag terugkomt.” Dat hoeft lang niet altijd zo te zijn.

De Kuijper pleit voor een goede analyse van probleemgedrag vanuit verschillende disciplines en voorzichtigheid bij het voorschrijven van medicatie. Ze is blij met de Wet Zorg en Dwang. „Mensen gaan zich achter de oren krabben over de noodzaak van maatregelen.” Wel ziet ze een „valkuil”: „Je kunt niet iedereen die nu antipsychotica krijgt, daar snel vanaf halen. Dat is voor instellingen niet te doen. Het zal per individu goed bekeken moeten worden.”