In ieder huis staat straks een 3D-printer

Student werktuigbouwkunde Maarten Logtenberg, ontwikkelt en verkoopt 3D-printers. „Binnen een paar minuten staat dit koffiekopje bij jouw thuis op tafel.”

Het is een werkwoord: leapfrogging. Letterlijk vertaald betekent het: kikkersprongen maken. In het Engels is het de term voor het kinderspelletje ‘haasje-over’.

De kikkersprong is uitgegroeid tot een economisch begrip, mede dankzij Apple-baas Steve Jobs die ermee rondstrooide in zijn biografie. Daar betekent het: steeds je eigen vindingen verbeteren, van iPhone-1 naar -6, van iPad-1 naar -5, et cetera.

Steve Jobs is inspiratiebron voor tallozen. Onder wie: Maarten Logtenberg (21), student werktuigbouwkunde aan de TU Delft. Of meer nog: hij is de lead designer en mede-eigenaar van het bedrijf Leapfrog in Alphen aan den Rijn, dat 3D-printers ontwikkelt, produceert en verkoopt onder de naam Leapfrog 3D Printers.

Twee weken geleden stond in deze krant een recensie van de 3D-printer die Maarten Logtenberg heeft ontworpen en gebouwd. Het apparaat ziet eruit als een grote magnetronoven. Er gaat een draad in, meestal van plastic; er komen voorwerpen uit die – laagje voor laagje – zijn opgebouwd door een ‘spuitkop’. Een bloemenvaas, lepel, lampenkap, brilmontuur – verzin iets geks, een 3D-printer kan het spuiten.

Hoe kwam je erop zelf een 3D-printer uit dokteren?

„Apparaatjes maken is altijd m’n hobby geweest. Op m’n veertiende had ik van hout een freesmachine gemaakt en software ervoor ontwikkeld om automatisch allerlei vormen te kerven uit piepschuim. Had ik een jaar aan gewerkt.

„Toen die eerste machine klaar was, ben ik nog dezelfde dag aan een metalen versie begonnen. Ik vroeg aan mijn vader of ik geld kon krijgen om materialen te kopen. Hij zei: ‘Dat is goed, maar dan moet je het wel serieus aanpakken. Wat wil je met zo’n apparaat? Wil je er geld mee verdienen? Hoe?’ Toen heb ik een technisch plan en een businessplan geschreven, waarna mijn vader 1.200 euro investeerde. Mijn tweede freesmachine kon ik meteen gebruiken als profielwerkstuk op de middelbare school.”

En toen een kleine stap naar 3D-printers?

„Een huisgenoot in Delft werkte voor een bedrijf in Alphen aan den Rijn dat net een 3D-printer had gekocht. Ze kregen hem niet aan de praat en vroegen mij om hulp. Toevallig was ik toen zelf al bezig aan een eigen 3D-printer: in mijn studentenkamer paste geen freesmachine, zo’n printer is veel kleiner.”

Zo gezegd, zo gedaan?

„De printer die we nu verkopen, heb ik in drie maanden ontworpen. We zagen allemaal dat er voor de consumentenmarkt nog geen degelijke, plug and play, 3D-printers te koop waren. In dat gat zijn we gesprongen.”

Hoeveel zijn er inmiddels verkocht?

(Logtenberg noemt wat cijfers en zegt dan:) „Het is concurrentiegevoelige informatie, die we buiten de publiciteit willen houden. Wij hebben nu vijftien mensen in Nederland in dienst. Enkele tientallen mensen, ergens in Europa, zetten de printers in elkaar – houd het daar maar op. Bedrijven die 3D-printers ontwikkelen, schieten als paddenstoelen uit de grond.

„Een van de grote producenten, Makerbot in New York, is afgelopen juni verkocht voor 400 miljoen dollar. Hun printers kosten zo’n 2.100 euro. Die van ons zijn ruim 500 euro goedkoper.”

Droom je ervan dat jullie bedrijf op een dag ook 400 miljoen dollar waard is?

„Ik droom ervan lekker te werken in m’n eigen bedrijf. Mooie, nieuwe dingen in elkaar zetten – dat boeit me. We staan nog maar aan het begin van enorme veranderingen die de 3D-printer gaat brengen.”

Fantaseer daarover eens hardop?

„Ik ben ervan overtuigd dat binnen een paar jaar in ieder huis een 3D-printer staat, zoals iedereen het nu gewoon vindt een 2D-apparaat te hebben voor printen op papier.”

Waarom zou ik dat willen?

„Omdat het aantal toepassingen eindeloos is. Als het handvat van je oven kapot is, hoef je niet te wachten op een nieuwe. Je downloadt het model en je print een nieuw handvat. Kijk om je heen in je huis en je ziet hoeveel spullen je hebt die je gemakkelijk zelf kunt printen.”

Maar ik wil meer dan plastic spullen.

„Niet alleen de printers, ook de materialen maken een razendsnelle ontwikkeling door. Met onze printers kunnen je al spullen printen die eruitzien als hout of glas. Er zijn printers die metalen als ijzer, goud en zilver kunnen printen. Onze printers kunnen twee verschillende materialen in één object verwerken. Er bestaan al prints waarin de elektronica in één productiegang is verwerkt. Op een dag komt je smartphone uit een printer rollen. De 3D-printer zet de hele maakindustrie op z’n kop.”

M’n eigen geweer kan ik al printen – daarover was onlangs ophef in de VS. Binnenkort volgt m’n eigen bom?

„Iedere nieuwe techniek schept kansen voor kwalijke toepassing. Maar veel meer nog voor heel goede, zoals in de medische industrie. Denk alleen al aan protheses die heel gemakkelijk voor iedere patiënt op maat gemaakt kunnen worden. Eindeloos veel onderdelen voor apparaten zijn met grote precisie te printen.”

Bij teksten ontstond eerst een copyright-probleem. Toen volgde illegaal downloaden van beeld en geluid. Nu moeten ontwerpers dus vrezen voor het intellectuele eigendom van hun objecten?

„Zeker, ook die regels zullen moeilijk te handhaven zijn. Software voor 3D-prints is overal vandaan te halen. Met een simpel gratis programma als Google Sketchup verander je iets aan een ontwerp en dan kun je claimen dat het van jou is. We brainstormen hierover met politici.”

Wanneer kun je een foto maken van dit koffiekopje, hier op tafel, en dat thuis printen?

„Dat kan nu al. Download gewoon de 123D-app, maak rondom foto’s en binnen een paar minuten staat het kopje bij je thuis op tafel.”

Studeer je intussen ook nog?

„Ik heb in de afgelopen drie jaar ongeveer de helft van mijn studiepunten gehaald. Over anderhalf jaar heb ik m’n bachelor, denk ik.”

Leer je nog wel wat in je studie?

„Van sommige vakken wel, ja; als ze niet te abstract zijn. Maar apparaten in de markt zetten, een productielijn opzetten, een bedrijf opbouwen – dat heb ik de afgelopen jaren vooral in de praktijk geleerd. Dat mis ik wel in m’n studie.”