Het is slikken bij gruwelgenre

Alles wat gruwelijk, pervers en gedegeneerd is, en zich afspeelt in de zuidelijke deelstaten valt onder Southern Gothic. Dit gruwelgenre krijgt op het filmfestival van Venetië een flinke impuls.

De woeste, duistere lagen van hun collectieve psyche projecteren Amerikanen graag op het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Alles wat gruwelijk en barok, pervers en gedegeneerd is, en zich afspeelt in de zuidelijke deelstaten valt onder de noemer Southern Gothic – een gruwelgenre dat wortels heeft in de negentiende eeuw, maar dat op het filmfestival van Venetië een flinke nieuwe impuls krijgt.

De hyperactieve duizendpoot James Franco, een paar maanden geleden nog met een nieuwe film in Cannes, presenteert in Venetië alweer nieuw werk. Child of God is een verfilming van een vroege roman van schrijver Cormac McCarthy en gaat over een soort holenmens, Lester, die zich ophoudt in de bossen van West-Virgina, van God en alle mensen verlaten. De regisseur omschrijft zijn antiheld als „een soort kruising tussen een seriemoordenaar en Charlie Chaplin.’’ Bij toeval ontdekt de man een dode vrouw in een auto, en dan beginnen zijn necrofiele neigingen.

Franco brengt de necrofiele copulatiescènes van gepaste afstand en ook gedoseerd in beeld, maar het blijft natuurlijk een onfris en onaangenaam schouwspel. Franco drukt de kijker diep met zijn neus in de modder van een menselijke existentie die de beschaving achter zich heeft gelaten. Het glamour-premièrepubliek in Venetië zal vermoedelijk even hebben moeten slikken bij deze nieuwe van Franco, die nog altijd veel gillende meisjes op de been brengt door zijn werk als acteur in blockbusters als Oz the Great and Powerful. Daarmee kan hij commercieel volstrekt hopeloze films als Child of God financieren.

Child of God imponeert niet zozeer door de shocks, als door de fenomenale prestatie van acteur Scott Haze, die de krankzinnige Lester al poepend, schuimbekkend, grommend en snuivend, gestalte geeft. Haze is op dit moment nog een vrij onbekend acteur, maar dat zal niet lang meer zo blijven. Wie zich zo zonder angst durft over te geven aan een dergelijk extreme rol, komt op het wensen lijstje van veel regisseurs te staan.

Nicholas Cage is eindelijk weer eens goed op dreef in de titelrol van Joe, de nieuwe film van regisseur David Gordon Green, naar een roman van Larry Brown. Tien jaar geleden was deze regisseur de grote nieuwe hoop van de Amerikaanse indiewereld, maar hij dreef af naar een lucratieve stonerkomedies zoals Pineapple Express. Met Joe laat hij zien dat hij als regisseur nog steeds meetelt. Ook deze film staat diep in de moerassige traditie van de Southern Gothic: Joe is een film vol alcoholisme, armoede, inteelt, goedkope bordelen en vechthonden die zijn afgericht als moordmachines. Cage speelt Joe Ransom – een man met een gewelddadig verleden, die inmiddels, zwaar drinkend en rokend, op het rechte pad probeert te blijven. Hij is de voorman van een groep arbeiders, die in de bossen van Noord-Carolina gif spuit in bomen die voor de houthandel niet bruikbaar zijn. Daar meldt zich de tiener Gary die in abjecte armoede leeft en van zijn gestoorde vader dagelijks slaag krijgt. De vraag is of Joe nog de – morele – kracht heeft om zich over de jongen te ontfermen.

Cage overtuigt als een man die de loden last van het verleden met zich meedraagt, met zijn trage bewegingen en een volle baard. Eindelijk kan Cage als acteur nu eens niet over the top gaan, want Joe is juist een man die het beest in zichzelf voortdurend in toom moet zien te houden. Zowel voor de regisseur als voor de hoofdrolspeler is Joe het teken van een opmerkelijke artistieke wederopstanding.

Als Southern Gothic zou je ook de gebeurtenissen kunnen betitelen rond de moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy in Dallas, Texas, op 22 november 1963; dit jaar vijftig jaar geleden. Parkland van debuterend regisseur Peter Landesman reconstrueert de hectische gebeurtenissen van die dagen. Hij doet dat onder meer aan de hand van de belevenissen van een jonge dokter, gespeeld door het meisjesidool Zac Efron, die plotseling de machtigste man ter wereld moet zien te redden..

De film verspilt geen tijd aan samenzweringstheorieën, en is in dat opzicht de tegenpool van het ooit geruchtmakende JFK van Oliver Stone. Maar de film laat wel zien hoe die samenzweringstheorieën konden ontstaan.

Parkland blijft iets te lang in de operatiekamer van het ziekenhuis hangen, waar het lichaam van Kennedy naartoe werd gebracht. Het met bloed besmeurde roze mantelpakje van Jackie Kennedy krijgt teveel nadruk. Dat doet afbreuk aan dit sterke docudrama, dat toch weet te boeien met dit haast overbekende onderwerp. Buitengewone indruk maken James Badge Whale en vooral Jacki Weaver, als respectievelijk de intens fatsoenlijke broer en de volkomen krankzinnige moeder van de moordenaar van Kennedy, Lee Harvey Oswald. Moeder Oswald is eigenlijk trots op wat haar zoon heeft gedaan. „Nu zal ik nooit meer een doorsnee persoon zijn’’, zegt ze tevreden. Ze eist ook op hoge toon dat zoonlief naast de president wordt begraven. Dat is pas echt zuidelijk gruwelen.