Hbo-docent, haal die masterbul

Het gaat niet goed met de voorgenomen academisering van hbo-docenten, meent Martin Slagter.

Het is ruim twee jaar geleden dat Halbe Zijlstra, toen nog staatssecretaris van Onderwijs, in zijn ‘Hoofdlijnenakkoord Hogescholen’ Nederlandse hogescholen ertoe verplichtte dat in 2016 tachtig procent van hun docenten een masterdiploma heeft. Toen Zijlstra deze verplichting oplegde, bezat ongeveer de helft van de docenten in het hbo een masterdiploma. Nederland steekt in dit opzicht schril af bij andere Europese landen.

Nu Zijlstra inmiddels fractievoorzitter van de VVD is, is de vraag gerechtvaardigd hoe het met de uitvoering van deze verplichting staat. Zijn docenten in het hbo inmiddels ijverig aan de studie geslagen? En wie ziet er eigenlijk op toe dat de verplichting wordt uitgevoerd?

Het hbo is de enige onderwijssector waar docenten vaak hetzelfde opleidingsniveau hebben als het niveau waar ze voor opleiden. Daarmee doen we Nederlandse jongeren ernstig tekort.

Hoe kan er ooit sprake zijn van enige ‘verheffing’ als je zelf niet hoger bent opgeleid dan je studenten? Dit probleem is nog ernstiger als we kijken naar de onderwijsbevoegdheid van deze docenten: in de meeste gevallen zal dit een tweedegraads onderwijsbevoegdheid zijn. Dat betekent dat deze docenten niet bevoegd zijn om in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs les te geven. En het zijn juist deze docenten die in het hbo de lessen verzorgen. Evenals in andere onderwijssoorten zijn het ook in het hbo met name de oudere, hoogopgeleide docenten die zich in bestuurlijke functies hebben gemanoeuvreerd, het primaire proces overlatend aan hun jonge, onervaren en vaak ondergekwalificeerde collega’s.

Tweedegraads docenten hebben – als docent – niets te zoeken in het hbo. Toch zijn ze daar op grote schaal benoemd. De reden? Ze zijn goedkoop. De laatste jaren worden docenten in het hbo aangesteld in schaal 11 of zelfs schaal 10. Ter vergelijking: ook vmbo-docenten zitten in schaal 10 en docenten in de bovenbouw havo zitten in schaal 12. Hoe kun je, toegerust met de vakkennis om in de onderbouw van het voorgezet onderwijs les te geven, jezelf als docent handhaven in het hbo? Dat kan door je te richten op het leerproces van je studenten en de ‘competenties’ die zij op eigen kracht dienen te verwerven. Je bent dan geen docent die kennis overdraagt, maar ‘coach’ van leerprocessen. De hoge vlucht die het competentiegerichte onderwijs in het hbo heeft genomen, is voor een groot deel het gevolg van het gebrek aan relevante vakkennis bij veel van de docenten die er werken. Als je geen inhoud te bieden hebt, moet je je wel op de vorm richten.

Het grote aantal ondergekwalificeerde docenten in het hbo is mede het gevolg van de ‘mensen uit de praktijk’ die er van oudsher lessen verzorgen. In de tijd dat het hbo voornamelijk theoretisch van aard was en de stage een bescheiden plaats in het curriculum innam, was het verdedigbaar dat een deel van de lessen gegeven werd door mensen die doorgaans niet hoog opgeleid waren, maar die wel de beroepspraktijk kenden. Er is inmiddels wel wat veranderd. Op alle hbo-opleidingen beslaat de stagecomponent nu zo’n vijftig procent van het curriculum, terwijl het aantal theorielessen tot een minimum is teruggebracht. Tegenwoordig mag je als hbo-student al blij zijn als je acht uur per week les krijgt. In zo’n setting heb je geen ‘praktijkdocenten’ meer nodig.

Vreemd genoeg gaan alle hbo-opleidingen er van uit dat tweedegraads docenten allemaal in staat zijn een masterdiploma te behalen. Maar dat is een onbewezen. Niet iedereen die een tweedegraads onderwijsbevoegdheid heeft behaald, beschikt over de intellectuele capaciteiten om een eerstegraads bevoegdheid te behalen of een universitaire studie af te ronden.

Wat gebeurt er met deze docenten als zij er niet in slagen in 2016 hun masterdiploma te behalen? Gevreesd moet worden dat zij gewoon blijven zitten. De meesten hebben een vaste aanstelling en een vrijwel onaantastbare rechtspositie. De vraag is dan ook wat de verplichting tot academisering van hbo-docenten in de praktijk precies waard is.