Gewoon, een dode onder de grond, naast een zwerfkei

Groot-Brittannië telt zo’n 250 natuurbegraafplaatsen, Nederland officieel nu 4 Het is een plek in de natuur, zonder zerk, zonder ornamenten Er komt steeds meer belangstelling voor

Op natuurbegraafplaats Hillig Meer worden de bloemen op een graf na twee weken weggehaald. foto sake elzinga

verslaggever

Landgoed Heidehof, dik tien kilometer ten oosten van Assen, ligt er paradijselijk bij. Bos, hei, een lieflijk hoogveenvennetje, een prachtig landhuis op palen, omringd door een weelderige tuin. Maar onder dit idyllische landschap liggen dode mensen. Zestien lichamen, en de teller loopt. Kleine houten paaltjes in de grond markeren de plek waar de volgende lichamen komen te liggen.

Heidehof herbergt een natuurbegraafplaats. Hillig Meer heet die, 33 hectare groot. De begraafplaats, sinds november in gebruik, onderscheidt zich door zijn onopvallendheid. Geen grafzerken, geen monumenten, geen ornamenten. Gewoon, een dode onder de grond, gemarkeerd met een Drentse zwerfkei.

Zoals hier, direct naast het bospad. Op de zwarte aarde een steen, twintig centimeter lang en nog geen veertig centimeter breed. Geen inscriptie van geboorte- en sterftedatum. Ingebeiteld is alleen de naam van de gestorvene, zonder hoofdletters. Even verderop ligt een ander graf gemarkeerd met slechts een kei. Een nietsvermoedende wandelaar loopt zo aan de doden voorbij.

„Op dit landgoed heeft de natuur voorrang”, zegt Dolf van der Weij (75), eigenaar van Heidehof en de natuurbegraafplaats. Zijn stiefzoon Chris Schreve (36) is er directeur. Ze zitten in het gerieflijke landhuis, tevens bezoekerscentrum, dat uitkijkt op de andere zijde van het landgoed – de zijde zonder doden. „De mens heerst niet over de natuur, maar maakt er deel van uit”, zegt Van der Weij. „Dat laat deze begraafplaats zien.”

„Mensen kiezen hier zelf een plek uit die hen aantrekt”, zegt Schreve. „Soms zijn het terminale patiënten, soms kerngezonde mensen, soms nabestaanden.” Rond het graf wordt 25 vierkante meter grond vrijgehouden, om de bosgrond niet te veel te belasten. De markering moet natuurlijk zijn: een zwerfkei, een jonge boom. „Een paar weken geleden hebben we een bruine beuk geplant bij het graf van een man die binnenkort zal overlijden. Hij was er zelf bij.”

Zo’n vier jaar geleden waaide het fenomeen over uit Groot-Brittannië. Daar zijn zo’n tweehonderdvijftig natuurbegraafplaatsen, in Duitsland veertig. Nederland telt er een stuk of tien, waarvan er vier officieel de bestemming ‘natuurbegraafplaats’ hebben. Behalve in Drenthe zijn die te vinden aan de rand van de Veluwe, in het Groningse natuurgebied Reiderwolde en in de Peel. In dunbevolkte delen van Nederland dus, met plek voor ruim opgezette begraafplaatsen.

Natuurbegraafplaatsen zijn niet alleen een aanwinst voor mensen die een graf in de vrije natuur verkiezen. Ze zijn ook een belangrijk ‘verdienmodel’ voor natuurbeheer, zegt Jac Meter, productontwikkelaar bij het Nationaal Groenfonds, een door rijk en provincies opgericht fonds voor natuur en landschap. Landgoedeigenaren zitten krapper bij kas door de bezuiniging op natuursubsidies. Een natuurbegraafplaats kan een welkome aanvulling zijn op andere inkomstenbronnen als een bed & breakfast. Ook provincies die landbouwgrond willen omzetten in natuur, hebben geld nodig. Jac Meter: „Een natuurbegraafplaats betekent natuur én geld.”

Dolf van der Weij kocht landgoed Heidehof in 1996. Het gebied had decennia gefungeerd als ‘productiebos’, het hout kwam terecht in schooltafeltjes. Maar natuur is meer dan productie, vond Van der Weij. Met zijn vrouw Annetje Braat richtte hij een stichting op voor natuurbehoud. „Natuur heeft een positieve uitwerking op de mens. Heb je sores over je werk en je loopt een bos in, dan voel je de stress afnemen.” Heidehof is nu, naast houtleverancier, aanbieder van cursussen over ‘natuurbewustzijn’. In het landhuis geven musici huiskamerconcerten, met akoestische instrumenten.

Op het landgoed ligt een zevental grafheuvels, ongeveer vijfduizend jaar oud. In 2009 werd vastgesteld dat eerder gevonden overblijfselen toebehoorden aan een jonge moeder en haar kindje. Na die ontdekking wilden Van der Weij en zijn vrouw op het landgoed iets doen voor ouders die hun kind verliezen. Zijn vrouw dacht aan een kindergedenkplek. „We gingen in gesprek met uitvaartondernemers. Die zeiden: waarom begint u geen natuurbegraafplaats?”

Om de natuur te beschermen, mogen overledenen geen synthetische kleding dragen. Hier geen nylonkous om het dode vrouwenbeen. Snijbloemen op het graf zijn toegestaan tot twee weken na de begrafenis. De begraafplaats biedt kisten die gemaakt zijn van hout afkomstig van het landgoed zelf. Begraven op een baar of gewikkeld in een wade kan ook. Op natuurbegraafplaats Weverslo in de Peel ligt een dode naakt onder de grond, zonder kist of kleding. Om graven vindbaar te maken, krijgen nabestaanden de precieze coördinaten mee.

Een graf op Hillig Meer kost circa 4.000 euro. Een zwerfkei met inscriptie zo’n 500 euro. Een deel van het geld verdwijnt in een spaarpot om toekomstig onderhoud zeker te stellen. Van der Weij en Schreve hebben twee mensen in dienst voor natuurbeheer. Ze dunnen het bos uit, maaien de velden, verzorgen de paden. Het beheer van het landgoed kost jaarlijks 135.000 euro. „De natuurbegraafplaats is de redding van dit landgoed”, zegt Schreve. „Anders hadden we het moeten overdragen aan Staatsbosbeheer.” Sinds de opening in november hebben 145 mensen een begraafplek gereserveerd.

Branchevereniging Natuurbegraafplaatsen Nederland behartigt sinds dit voorjaar de belangen van de natuurbegraafplaatsen in Nederland. Voorzitter Gé Peterink, tevens initiatiefnemer van Weverslo in de Peel: „De verbondenheid met de natuur spreekt mensen aan. De mogelijkheid een eigen plek te kiezen. Niet te hoeven aansluiten in de rij van de begraafplaats.”

Op de natuurbegraafplaatsen geldt ‘eeuwige grafrust’. Het graf wordt niet geruimd. Op reguliere begraafplaatsen gebeurt dat wel, tenzij nabestaanden het grafrecht verlengen dat doorgaans na twintig jaar verloopt. „Mensen vinden die eeuwige grafrust prettig, ook voor hun nabestaanden. Dat dit de plek is waar ze altijd zullen liggen.”

Jac Meter van het Nationaal Groenfonds verwacht dat Nederland in 2050 per provincie twee officiële natuurbegraafplaatsen telt. Dolf van der Weij schat de behoefte hoger in: veertig natuurbegraafplaatsen in 2050. „Hier is plek zat. Waarom hutjemutje liggen op een kerkhof?”