Eerste tekenen van economisch herstel

De Nederlandse industrie herstelt zich. Maar of het positieve sentiment doorzet is afwachten. Een recente reeks grote orders biedt goede hoop. „Het volgende steentje in de dominoketen staat op omvallen.”

Vrachtwagenproducent DAF voert de productie op van 164 naar 202 trucks per dag Foto Maarten Hartman

Veel industriële bedrijven zaten deze zomer niet stil. Terwijl de schoolvakantie op zijn hoogtepunt was en politiek Den Haag met zomerreces, kwamen er hoopvolle geluiden uit de sector. Autofabrikant DAF voerde in twee stappen de productie van vrachtwagens op en kondigde en passant aan extra werk te hebben voor 450 tijdelijke medewerkers. Scheepswerf IHC Merwede meldde begin augustus een order ter waarde van 1 miljard euro te hebben binnengehaald waarmee het bedrijf voor 4000 man van een jaar werk is verzekerd. Het bedrijf in Sliedrecht gaat voor het Braziliaanse staatsbedrijf Petrobras zes schepen bouwen die gebruikt worden om op zee olie-installaties aan te leggen.

De reeks goede berichten werd gisteren bezegeld door de Nederlandse Vereniging van inkoopmanagement (NEVI), die maandelijks het sentiment onder inkopers in de industrie peilt. De inkoopmanagersindex kwam met 53,5 in augustus ruim uit boven het kantelpunt tussen krimp en groei dat op 50 punten ligt.

Arnold Hardonk, industrieanalist bij Rabobank, is voorzichtig enthousiast. De index valt nu iets hoger uit dan Hardonk had verwacht. Maar hij is nog niet overtuigd dat de industrie over het dieptepunt heen is. Pas als het optimistische sentiment ook deze lopende maand aanhoudt is voor Hardonk de opleving met meer zekerheid niet aan incidenten toe te schrijven.

Toch zijn er meer tekenen van herstel. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) constateerde vorige week dat inmiddels meer ondernemers in de industrie de komende drie maanden een opleving van het economisch klimaat verwachten. Wel bleef de stemming onder producenten door de bank genomen negatief, maar was het cijfer met -1,6 beduidend minder somber dan een maand eerder (-3,5).

Econoom Piet Hein Mulligen van het CBS spreek van „prille cijfers”. Maar die noemt hij wel „hoopgevend” omdat ze op eenzelfde ontwikkeling wijzen. Net als Hardonk wil hij van een definitieve omslag nog niet spreken. Interessant wordt of de gerealiseerde productie in juli de trend verder bevestigt. Komende maandag komt het CBS met nieuwe cijfers. De laatste stand van juni toont minder daling, wat op een naderend keerpunt kan wijzen.

Of het beter gaat met de industrie zegt nog niet alles over de Nederlandse economie. De industrie is voor hoogstens 14 procent van de totale omvang van de economie verantwoordelijk. Ter vergelijking: in Duitsland is het aandeel van de industrie ruim 26 procent. Een opleving in de industrie geeft onze oosterburen daarmee een sterkere boost vooruit. Toch staat de industrie er om bekend dat zij in tijden van economisch herstel een voortrekkersrol vervult. Dat was ook het geval in 2009. Eén baan in de industrie is goed voor minstens nog één baan elders, veelal in de dienstensector, luidt de vuistregel onder economen. „Het volgende steentje in de dominoketen staat op omvallen”, zegt CBS-econoom Mulligen.

Hoogleraar inkoopmanagement Arjen van Weele van de Universiteit Eindhoven is er van overtuigd dat het herstel doorzet. „De index is een uitvloeisel van grote orders uit het buitenland die al maanden geleden zijn binnengehaald.” Het kan zo zes maanden duren voordat die doorsijpelen in de keten naar toeleveranciers op de binnenlandse markt, schat hij in. Zo bezien hebben vorige maand binnengesleepte orders als die bij IHC Merwede pas hun volledige effect in de komende maanden. Dat stemt hoopvol voor aanhoudend goede economische indicatoren.