De Premier League is onze hoofdsponsor

De Nederlandse voetbalclubs scoorden in financieel opzicht bijzonder goed tijdens de afgelopen transferwindow. De eredivisie is nog altijd een ideale springplank voor talent.

Het verschil tussen inkomsten en uitgaven was niet eerder zo groot. De achttien Nederlandse voetbalclubs verkochten volgens de Duitse website transfermarkt.de tijdens de afgelopen transferwindow voor 145.600.000 euro aan voetballers en trokken voor 34.275.000 euro nieuwe spelers aan. De positieve balans in euro’s: 111.325.000. Geen andere Europese competitie maakte zo veel winst op de handel in spelers.

Sportmarketeer Bob van Oosterhout van Triple Double noemt het gezamenlijke resultaat van de eredivisieclubs „heel erg knap”. „De Nederlandse competitie is kerngezond en weet zich te positioneren als een competitie waarin jonge talenten fouten mogen maken”, zegt hij. „Keerzijde van de medaille is dat we internationaal niet meer meetellen. Maar dat komt ook omdat we ons misschien wel groter voelen dan we zijn.”

Scouten, opleiden, vastleggen, klaarstomen en verkopen. De eredivisie is wederom een uitstekende springplank gebleken voor binnen- en buitenlandse talenten. Voetballers als Kevin Strootman (van PSV naar AS Roma), Christian Eriksen (van Ajax naar Tottenham Hotspur) en Wilfried Bony (van Vitesse naar Swansea) waren de Nederlandse competitie ontgroeid. Dit zijn drie van de 97 voetballers die van Nederland naar het buitenland vertrokken. De Engelse Premier League haalde voor ruim vijftig miljoen euro aan spelers op. „Meer dan alle hoofdsponsors in de eredivisie bijelkaar betalen”, stelt Van Oosterhout.

Maar de clubs uit de eredivisie trokken ook 97 spelers uit het buitenland aan. Het is het lot van de Nederlandse topclubs dat de vervangers altijd minder mogen kosten. FC Twente trok met de Mexicaan Jesús Corona, voor ruim drie miljoen euro, de duurste buitenlandse speler aan. De Nederlandse clubs investeren liever in talenten van eigen bodem. Van 471 transfers vonden er 277 binnen Nederland plaats. Van Oosterhout: „Van jonge Nederlandse spelers wordt geaccepteerd dat ze fouten maken.”

Financieel mogen de clubs uit de eredivisie dan misschien wel goed hebben gescoord, maar de sportieve kaalslag zet zich voort. Neem Ajax. De enige Nederlandse deelnemer aan de Champions League haalde afgelopen zomer voor een kleine 24 miljoen euro aan transfers binnen en gaf slechts ruim zes miljoen uit voor de aankopen Mike van der Hoorn en Lerin Duarte. „Feyenoord is door omstandigheden gedwongen zich op de eigen jeugd te richten. Ajax en PSV hebben die focus nu ook”, stelt Van Oosterhout.

En ook de andere ‘grootverdieners’ PSV en Vitesse investeerden de binnenkomende miljoenen niet direct weer in nieuwe spelers. Zo stak PSV het geld in Adam Maher en Jeffrey Bruma. Jonge talenten die de club over een paar jaar weer met winst hoopt te verkopen. Maar zekerheid heeft de club daar nooit over. PSV raakte bijvoorbeeld Ola Toivonen voor het sluiten van de markt niet kwijt.

Vitesse deed het anders. De Arnhemse club klopte aan bij het bevriende Chelsea en beschikt nu over maar liefst zes huurlingen van de Londense voetbalclub. Daarmee zet Vitesse een nieuwe trend in de eredivisie. De club lijkt verworden tot een opleidingsinstituut voor een buitenlandse grootmacht. Volgens Van Oosterhout is het niet verwonderlijk dat Vitesse als een van de weinige clubs geen volle tribunes trekt.