De aardappel zat, dus nu maakt hij wijn

Gerhard Ensing stapte van aardappel- over op druiven- teelt. Zwaarder en lastiger, maar vele malen plezieriger, zegt hij. ‘Zo kom je er wel achter hoe zo’n plant reageert.’

Gerhard Ensing tussen de ranken van zijn Wijngaard Hesselink: „Als je er geen proeverijen en barbecues bijdoet, is het haast niet te doen.” Foto Kees van de Veen

Aardappelen, aardappelen, altijd maar aardappelen. Op een gegeven moment was Gerhard Ensing ze „helemaal zat”. Dat was in 2004. Sindsdien gaat hij als ‘wijngaardier’ door het leven. „Stukken zwaarder, maar vele malen plezieriger dan aardappelboer”, zegt hij.

Zijn domein, Wijngaard Hesselink, vernoemde Ensing naar de boerderij waar hij 49 jaar geleden werd geboren. Het ligt verscholen in de buurtschap Henxel bij Winterswijk vlakbij de grens met Duitsland – daar waar, volgens een van de bekendste zonen van het dorp, de vorig jaar overleden dichter en schrijver Gerrit Komrij, „Oostenrijk allang begonnen” is.

Met hulp van experts van de Wageningen Universiteit en twee vinologen uit Zuid-Afrika en de Duitse Moezelstreek selecteerde Ensing enkele geschikte druivenrassen. Hij had het geluk dat Duitse wijnbouwers al enkele decennia geleden op zoek moesten naar nieuwe rassen die minder gevoelig zijn voor schimmelziektes als (valse) meeldauw en dus ook minder bespoten hoeven te worden. „Prettige bijkomstigheid is dat die nieuwe rassen vroeger rijp zijn en daardoor ook geschikt blijken voor het Nederlandse klimaat.”

Zo maakten bij Ensing aardappelrassen als Bintje, Victoria en Seresta plaats voor druivenrassen als Joanniter, Pinotin, Regent, Riesèl en Solaris. Hij leerde ze telen in de praktijk. „Wijnbouw is wel een heel ander vak dan akkerbouw. Maar als je je erin verdiept en als je, zoals ik, je hele leven al tussen de gewassen hebt gezeten, dan kom je er wel achter hoe zo’n wijnplant reageert en hoe je die het beste kunt verzorgen.”

Met ruim 3,5 hectare behoort Wijngaard Hesselink tot de grotere wijnboeren in Nederland. Het areaal levert hem per jaar gemiddeld zo’n 15.000 flessen rosé, rode en witte wijn op. De prijs ligt, afhankelijk van de soort en het jaar, tussen de 9,99 en 14,99 euro per fles.

„Er zijn in het buitenland collega’s die van zo’n areaal wel 40.000 flessen afhalen, maar daar kies ik niet voor. Ik wil kwaliteitswijn bieden en, ja, daar betaal je dan ook wat meer voor dan voor supermarktwijn.”

Ensing wijst erop dat wijnrecensenten uit binnen- en buitenland zich steeds positiever uitlaten over de kwaliteit van Nederlandse wijn, getuige ook de ‘eervolle vermeldingen’ die die wijn op internationale keuringen regelmatig ten deel vallen.

Nu zal geen wijnboer zeggen dat hij níét naar kwaliteit streeft, maar Ensing laat in zijn wijngaard zien wat hij bedoelt. Hij schuift wat bladeren aan de kant, waaronder een heleboel trossen schuilgaan. „Kijk, dat zijn er dus veel te veel en dat dunnen we flink uit. Er zijn scheuten met wel vier of vijf trossen. Daarvan laten we er maar eentje zitten.” Dat levert een kleinere, maar volgens hem betere oogst op, en vervolgens ook lekkerder wijn.

Wat opvalt is de hoogte van zijn wijnstokken – meer dan twee meter. Zo krijg je een grotere ‘loofwand’, legt Ensing uit. En dat grotere bladoppervlak komt de groei van wijntrossen ten goede. Tussen de wijnranken heeft Ensing niet zoals de meeste van zijn Nederlandse collega’s gras aangelegd, maar zandpaden.

„Zand bestaat uit hele kleine steentjes die warmte beter vasthouden, waardoor het in de wijngaard warmer is dan met gras, vooral ’s nachts.”

In de oogstweken – ergens tussen half september en half oktober – trommelt Ensing een klein legertje plukkers op. Meestal 65-plussers en zonder uitzondering liefhebbers van het eindproduct. Vaste hulp krijgt hij in zijn eenmansbedrijf van zijn zus Erna, pianolerares in Zwolle: „Door de week zit ik in de muziek, in het weekeinde in de wijn”.

De oogst brengt Ensing naar Neerlands Wijnmakerij in het Twentse Bentelo. Daar wordt er onder supervisie van de Duitse oenoloog Marbé Sans uit Nackenheim in Rheinland-Pfaltz ‘wijn op maat’ van gemaakt, die Ensing na rijping, soms ook in houten vaten (‘op Holt’ in het Achterhoeks), in zelfgekozen flessen terugkrijgt.

Voor de afzet richt Wijngaard Hesselink zich op vaste klanten, restaurants in de regio, enkele slijterijen in het dorp en passanten. Daarnaast organiseert hij frequent en tegen betaling rondleidingen, wijnproeverijen en barbecues. „Als je dat er niet bij doet, is het financieel haast niet te doen.”