Absurde Brabantse humor in de snackbar

Leo Alkemade heeft Guus Meeuwis op zijn gezicht

Komt een man bij de tattooshop die het gezicht van Guus Meeuwis op zijn gezicht wil laten zetten. Dat gaat de baas te ver, dus doet de klant het maar zelf („Ik betaal de inkt en de naalden, hoor!”).

De wederwaardigheden van de fan van de zanger van het Brabants volkslied lopen als een rode draad door aflevering 2 van het nieuwe sketchprogramma Sluipschutters (BNN). Het wordt steeds doller. De strepen in het gezicht van de man (Leo Alkemade) lijken nergens naar, alleen de zwarte bril van Meeuwis is een beetje herkenbaar. Maar als Meeuwis contactlenzen heeft genomen, dan ontstaat paniek. De dokter adviseert alleen de getatoeëerde bril weg te laseren.

Aan het slot komt Alkemade suïcidaal het ziekenhuis binnen, zonder bril, maar nu heeft het idool hem juist af en toe weer opgezet. Zijn makkers adviseren om een echte bril te gaan dragen en dan kan hij weer vrolijk Kedeng kedeng zingen.

De absurditeiten in Sluipschutters hebben vaak te maken met wanhopig zoeken naar een identiteit, al is die doorgaans tweedehands. Tekstschrijvers worden niet genoemd, maar vermoedelijk komt alles uit de koker van de vier acteurs, feitelijk cabaretiers en stand-up comedians. Alkemade en Jochen Otten komen beiden uit Loon op Zand, Ronald Goedemondt groeide op in Eindhoven. Hij is de diva van het kwartet, die ook precieuze monologen mag doen. Alleen Bas Hoeflaak komt van boven de rivieren.

Na de enigszins verwante programma’s Draadstaal en Neonletters van Jeroen van Koningsbrugge en (Limburger) Dennis van de Ven, de hyperbolische avonturen van New Kids in Maaskantje en de erkenning van Hans Teeuwen en Theo Maassen als de nieuwe Grote Twee van het Nederlands cabaret, moet je welhaast concluderen dat Brabantse humor erg succesvol is: proberen jezelf te vinden in een conformistische woestenij van snackbars, tatoeages en beklemmende vriendschappen.