Akkoord onderwijs: vermindering werkdruk, meer banen jonge leraren

Volgend jaar 3000 extra jongen leraren, meer tijd en middelen voor nascholing en een verlaging van de administratieve werkdruk. Dat staat in het principeakkoord dat door staatssecretaris Dekker, minister Bussemaker en Stichting van het Onderwijs is gesloten.

Het Nationaal Onderwijsakkoord is praktisch rond. Dat zei CNV Onderwijs-voorzitter Helen van den Berg donderdagmiddag na het overleg dat ze had met Stichting van het Onderwijs-voorzitter Jan van Zijl en de regering Foto ANP / Martijn Beekman

Volgend jaar 3000 extra jonge leraren, meer tijd en middelen voor nascholing en een verlaging van de administratieve werkdruk. Dat staat in het principeakkoord dat door staatssecretaris Dekker, minister Bussemaker en Stichting van het Onderwijs is gesloten.

Ook zou de nullijn van tafel zijn. Jan van Zijl, voorzitter van de Stichting van het Onderwijs, zei hierover het volgende tegen Novum Nieuws:

We hebben de onderhandelingen in juni gestaakt omdat er toen geen loonruimte was. We zouden het akkoord niet getekend hebben als dit niet was veranderd. De bonden zijn ook tevreden met de uitkomst zoals hij er nu ligt.

Gemengde reacties op akkoord

Tijdens onderhandelingen in juni van dit jaar was er veel te doen over de nullijn. Het kabinet hield hier stevig aan vast en wilde hier niet vanaf wijken. Dat dit nu lijkt te veranderen vinden de meesten partijen dan ook positief, al hebben ze ook hier een daar wat kritiek. Rinda den Besten, voorzitter van de PO-raad zegt in een reactie:

Het waren geen gemakkelijke besprekingen. Voor iedereen stonden er moeilijke punten op het programma. Uiteindelijk hebben we afspraken kunnen maken waar het hele onderwijs verder mee komt.

Naast de PO-raad, is ook de MBO-raad positief gestemd. Zij krijgen voor het MBO 250 miljoen extra, vertelt Van Zijl:

Deze 250 miljoen euro waren opgenomen in het regeerakkoord maar kwamen alleen ter beschikking als er een nationaal onderwijsakkoord werd gesloten. Dat is er nu. Met dit extra geld kunnen we de kwaliteit van het mbo verder verbeteren.

De Vereniging Hogescholen reageert voorzichtig en blijft zich daarnaast verzetten tegen de invoering van het sociaal leenstelsel. Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, zegt in een reactie:

We moeten ons wel realiseren dat naast deze plus het regeerakkoord fikse bezuinigingen kent waardoor netto nauwelijks in het onderwijs wordt geïnvesteerd. De structurele bezuinigingen worden maar voor een deel gecompenseerd.

De Algemene Onderwijsbond tekent het akkoord nog niet. Volgens de bond schuift het kabinet enkel met geld en is er geen sprake van extra investeringen in het onderwijs. Voorzitter Walter Dresscher: “Aan een akkoord waarmee het kabinet zijn magere ambities kan legitimeren, werken we niet mee.” Wel blijft het mogelijk dat de bond op een later moment alsnog zijn handtekening onder het akkoord zet.

De koepelorganisatie van universiteiten (VSNU) ziet het akkoord vooral als een fundament en hoop dat het de sector kan versterken. Voorzitter Karl Dittrich in een reactie:

In het nationaal onderwijsakkoord spreekt het hele onderwijsveld de ambitie uit om tot de best presterende onderwijsstelsels ter wereld te behoren. De onderwijssectoren en vakbonden zetten in op goed onderwijs waarbij de student en docent centraal staan: van de basisschool tot en met de universiteit.

Na Prinsjesdag duidelijkheid over inhoud akkoord

Het akkoord treedt in werking op voorwaarde dat 689 miljoen euro in het onderwijs wordt geïnvesteerd. De inhoud van het akkoord wordt pas na Prinsjesdag openbaar gemaakt, omdat punten uit het akkoord onderdeel uitmaken van de begroting voor 2014. Na Prinsjesdag legt Stichting van het Onderwijs het akkoord aan zijn achterban voor. De stichting bestaat uit: de PO-Raad, VO-Raad, MBO Raad, Vereniging Hogescholen, VSNU, CNV Onderwijs, CNV Publieke Zaak en FvOv.

Het Nationaal Onderwijsakkoord bevat onder ander de volgende punten:

  • in 2014 voor 3000 jonge leraren een baan of het behoud van hun huidige baan;
  • leraren krijgen tijd en middelen voor nascholing
  • een lerarenregister, in 2017 moet iedere leraar gekwalificeerd en bevoegd zijn;
  • vermindering werkdruk rondom administratieve verplichtingen voor de leraar;
  • ook wordt er gekeken naar de invulling en flexibilisering van de onderwijs in het voortgezet onderwijs.