Een ombudsman pakt uit: over pleegkinderen en poen

Het hoofdkwartier van NPR in Washington. (AP Photo/Charles Dharapak)

Hoe uitputtend moet een onderzoek naar journalistieke missers zijn?

Een onderzoek van de ombudsman van The Washington Post naar een schokkend verhaal dat compleet verzonnen bleek, telde in 1981 zo’n 17.000 woorden – die door de krant werden afgedrukt.

Maar het recente werk van Edward Schumacher-Matos, gerespecteerd ombudsman van de Amerikaanse National Public Radio, spant de kroon.

Hij bekritiseerde, na twee jaar (!) onderzoek, een opzienbarende reportage van NPR over het uit huis plaatsen van indiaanse kinderen in de staat Zuid-Dakota, in een massief rapport van zo’n 35.000 woorden.

Het staat in zes hoofdstukken te lezen op de website van de omroep. En hier is het te downloaden.

Waarom zo massief?

Nu ging het ook wel ergens over.

Volgens de driedelige NPR-reportage uit 2011, op radio en site, zouden in Zuid-Dakota honderden indiaanse kinderen op dubieuze gronden van hun familie worden weggehaald naar witte pleegouders. Daarin spelen volgens NPR culturele vooroordelen (lees: racisme) een rol, maar ook financieel gewin: voor de kosten van elk pleegkind krijgt de staat federale subsidies.

Een zware aantijging, die in Amerika een open zenuw raakt: het slechte geweten over de indiaanse minderheid in het land. Er is ook een precedent: in de negentiende eeuw werden indiaanse kinderen stelselmatig bij hun ouders weggehaald om te worden opgevoed in kostscholen. Onder het devies: ‘we moeten de mens [in hen] redden door de indiaan te doden’.

De reportage deed dan ook flink wat stof opwaaien, kreeg steun van indiaanse (of: Native American) actiegroepen, en won een aantal prijzen. Er kwamen ook klachten, van de staat Zuid-Dakota. De ombudsman werd ingeschakeld.

Eén probleem, volgens Schumacher-Matos: de klachten waren terecht. Zijn conclusie:

De reportageserie vertoonde ernstige gebreken en had niet in deze vorm mogen worden uitgezonden.

In zijn rapport somt hij de belangrijkste gebreken van de serie op:

1. Er wordt geen bewijs geleverd van wanpraktijken.
2. De toonzetting van de reportage is onevenwichtig.
3. De reportage bevat feitelijke onjuistheden, wankele anekdotes en maakt misleidend gebruik van data.
4. De research voor de serie is onvolledig en mist kritische context.
5. Wederhoor van overheidsinstanties ontbreekt op essentiële punten.

Hij signaleert feitelijke onjuistheden (van 33 indiaanse kinderen uit één familie die volgens NPR bij witte gezinnen terecht kwamen, blijken 15 te zijn herplaatst bij indiaanse gezinnen). Maar vooral een gebrek aan context. Zo blijkt uit de reportage niet dat ten minste zoveel indiaanse kinderen uit huis worden geplaatst door eigen, tribale rechtbanken als door de staat Zuid-Dakota (erkende indiaanse gemeenschappen in de VS hebben wettelijk een aparte status, met vaak eigen bestuur en rechtbanken).

Ook verzuimden de verslaggevers volgens hem kritisch te kijken naar de gebruikte statistieken en bedragen, waardoor het lijkt alsof Zuid-Dakota veel meer geld opstrijkt voor pleegkinderen dan in feite gebeurt (het is 40 miljoen in plaats van 100 miljoen dollar).

Het probleem is, zegt hij, dat de verslaggevers zich teveel lieten leiden door een vooropgezet idee: indiaans slachtofferschap versus wanpraktijken van de overheid. Van een systematisch plan om hen weg te halen en te gunnen aan witte ouders, is hem niets gebleken.

Het is de moeite waard, het onderzoek van Schumacher-Matos te lezen. Allereerst, om te zien hoe hij het werk van de verslaggevers fileert: hij deed veel van het onderzoek dat de verslaggevers hadden gedaan, opnieuw – met andere uitkomsten. Jeffrey Dvorkin, oud-directeur van de vereniging van ombudsmannan ONO, zei in een reactie nog nooit zo’n uitputtend onderzoek van een van zijn leden te hebben gezien.

Bovendien gaat het om een gevoelig onderwerp dat ook elders de gemoederen verhit: het ‘stelen’ van kinderen uit minderheden door een overheid. In Nederland leidden dergelijke beschuldigingen uit Turkije recentelijk nog tot grote opschudding over het pleegkind Yunus.

En het verhaal is ook interessant, omdat Schumacher-Matos inmiddels zelf onder vuur ligt van critici, die hem op zijn beurt tunnelvisie en eenzijdigheid verwijten.

Zijn bevindingen werden nog juichend onthaald door media die zich destijds al hadden gekeerd tegen de beschuldigingen van NPR, zoals hier.

Maar NPR sloeg hard terug. De zender liet in een bondige verklaring weten dat de omroep achter de serie bleef staan, al had die op onderdelen beter gekund. Er kwamen geen correcties, en de omroep wilde ook niet puntsgewijs op de kritiek ingaan. Integendeel: de ombudsman kreeg het verwijt dat zijn eigen onderzoek niet deugde, en dat hij met zijn onorthodoxe aanpak – het maandenlang napluizen van een verhaal – de verslaggevers van NPR voor de voeten had gelopen.

Dat was opmerkelijk genoeg voor de prestigieuze Columbia Journalism Review om aandacht aan de zaak te besteden.

Ook elders kwam kritiek. Geen wonder, want inheemse rechten zijn in Amerika het terrein van allerlei organisaties en actiegroepen. Zo schreef de oud-directeur van een kinderrechtenorganisatie, Richard Wexler, een gedetailleerde, feitelijke repliek op het rapport van Schumacher-Matos.

Kern daarvan: er is dan wel geen ‘plan’ om indiaanse kinderen bij hun ouders weg te halen, maar Zuid-Dakota onderscheidt zich wel degelijk ongunstig van andere staten. Het gaat allemaalmisschien volgens de regels, maar die zijn dan ook even uitgebreid als vaag, onderstreept Wexler.

Hij verwijt Schumacher-Matos op zijn beurt een onjuiste omgang met de data - hij zou teveel zijn afgegaan op bronnen van de staat en te weinig aandacht hebben voor de indiaanse kant van de zaak. Hij bezocht Zuid-Dakota niet, maar vergaarde zijn informatie per e-mail en telefoon. Zijn kritiek heeft bovendien onwenselijke politieke gevolgen:

Ja, er kleefden gebreken aan de reportage van NPR, en Schumacher-Matos had de plicht die aan te wijzen. Maar deze ontmanteling in tachtig pagina’s van een verhaal dat in grote lijnen juist was, met fundamenteel terechte conclusies, heeft tot gevolg dat de stemmen van ‘die mensen’ lange tijd niet meer gehoord zullen worden.

Maar Schumacher-Matos krijgt ook kritiek van collega’s die vinden dat zijn uitputtende rapport té massief is – en daardoor averechts werkt Zo schrijft Kelly McBride in een lange meditatie op het werk van de ombudsman op de site Poynter:

Zijn rapport verzandt in de vraag welke statistieken je moet gebruiken, hoe je getallen moet optellen en hoe je een verhaal moet inkaderen. Dat zijn geweldige filosofische punten voor een scriptie of een college. Maar ze leiden af van de gebreken in de NPR-serie. Schumacher-Matos ondergraaft zo zijn eigen, legitieme bezwaren.

Met die laatste kritiek ben ik het in elk geval niet eens: het gáát in die reportage nu juist om de vraag welke aantallen je moet geloven. Het is dus geen bijzaak, en het is logisch dat de ombudsman zijn tanden daar in zet – al had een tandje minder wel gemogen.

En de rest?

Het is wat veel gevraagd om die zes hoofdstukken te lezen, zeker als u (net als hij) nooit in Zuid-Dakota bent geweest, maar: wat vindt u?