Manifest 294 tornt niet aan de Euthanasiewet, maar bevestigt bestaande praktijken

Boudewijn Chabot vindt het „onbegrijpelijk” dat ik Manifest 294 mede heb ondertekend (NRC, 24/25 augustus), omdat ik daarmee de bodem onder ‘mijn’ euthanasiewet uit zou trekken. In dit manifest vragen de ondertekenaars aan kabinet en parlement de strafbaarheid van hulp bij zelfdoding door niet-artsen op te heffen en daartoe artikel 294, lid 2 uit het Wetboek van Strafrecht te schrappen.

Het manifest noemt, naast het verzoek, drie keuzemogelijkheden die er in de nieuwe situatie zouden kunnen ontstaan voor burgers die voor zichzelf hebben vastgesteld dat zij de dood verkiezen boven verder leven:

1. Hun arts verstrekt op verzoek dodelijke middelen, die de hulpvrager op een zelfgekozen tijdstip kan innemen.

2. Er komen speciaal opgeleide stervenshulpverleners, die de dodelijke middelen mogen verstrekken.

3. Hulpvragers kunnen zelf de beschikking krijgen over een ‘laatstewilpil’, zonder tussenkomst van een arts of andere hulpverlener.

Zelf acht ik uitsluitend optie 1 aanvaardbaar. Optie 2 en 3 vind ik riskant en onwenselijk. Zij zijn bij de huidige wetgeving bovendien onuitvoerbaar, terwijl optie 1 geen nadere wetgeving vraagt.

Gezien de opstellers van Manifest 294 geen definitieve keuze maken en hun verzoek beperken tot het schrappen van artikel 294 lid 2, heb ik het manifest uit volle overtuiging ondertekend. Het op verzoek verstrekken van dodelijke middelen door een arts om zelfdoding door de hulpvrager mogelijk te maken tornt niet aan de Euthanasiewet. Sterker, het gebeurt nu al regelmatig en wordt in feite door het OM gedoogd, zoals Chabot ook zelf schrijft.

Els Borst-Eilers