Wat doen we met slechte managers?

Slechte managers bedreigen onze economie en volksgezondheid (zo meteen meer daarover). Toch kunnen ze het zich vaak jarenlang permitteren om ondermaats te presteren. Iets waar je in andere verantwoordelijke beroepen niet zo eenvoudig mee wegkomt.

Iedereen met een beetje werkervaring weet dat je directe baas een grote invloed heeft op je werkplezier en je prestaties. Onderzoek van Gallup laat al jarenlang zien dat de kwaliteit van de rechtstreekse leidinggevende de belangrijkste beïnvloeder is van de betrokkenheid en tevredenheid van medewerkers.

Ook interessant: psychologe Michelle McQuaid becijferde vorig jaar dat slechte (kleinerende, instabiele, autoritaire, agressieve) managers de Amerikaanse economie jaarlijks 360 miljard dollar (ruim 270 miljard euro) kosten door het productiviteitsverlies dat ze veroorzaken. Daarnaast wordt volgens haar de gezondheid van veel medewerkers geschaad door de chronische stress die slechte chefs veroorzaken. Dit kan leiden tot angstgevoelens, depressiviteit en een slechter functionerend immuunsysteem.

Desondanks worden slecht functionerende managers vrijwel nooit uit hun beroep gezet. Meestal worden ze verplaatst. Naar een andere afdeling of een ander bedrijf. En daar begint de ellende gewoon weer van voor af aan.

Laten we eens kijken naar een andere beroepsgroep die een grote impact heeft op de kwaliteit van ons leven: medici. Wie geen slechte manager is maar een slechte dokter, komt daar niet zo makkelijk mee weg. De medische zorg kent een groot aantal regels, procedures en instituties om de kwaliteit te stimuleren en patiënten te beschermen. Een greep uit het aanbod.

- Medische beroepstitels zijn beschermd. Zonder diploma mag je je geen arts of apotheker noemen. Medische professionals moeten zich bovendien inschrijven in het zogenaamde BIG-register dat door iedereen is in te zien.

- Medici ontwikkelen gezamenlijk ‘evidence based’ en ‘practice based’ richtlijnen en protocollen voor behandelingen.

- Voor veel chirurgische ingrepen gelden volumenormen. Een specialist die een bepaalde operatie niet vaak genoeg verricht, moet het werk aan een collega laten.

- Op de naleving van de regels in de medische wereld wordt toegezien door de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

- Gaat het mis, dan kunnen patiënten klagen bij de Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg. Wat in 2012 meer dan 1.500 keer gebeurde.

Natuurlijk, dit alles vormt geen garantie voor een perfect werkende medische sector. En je kunt dit onmogelijk zomaar landelijk invoeren voor leidinggevenden. Toch is het interessant om je af te vragen wat managers zouden kunnen leren van medici. Of van andere professionals die zich net zo indringend met de levens van anderen bemoeien.

Een paar suggesties. Managers dienen zich allereerst te realiseren wat de impact is die zij op medemensen hebben. Goede managers verdiepen en scholen zich niet alleen in de technische en financiële onderdelen van hun werk, maar ook in de sociale aspecten. Ze stellen zich bovendien kritische vragen als: beschik ik zelf over voldoende kennis en ervaring voor een specifieke taak of moet ik overleggen met een collega? Hele goede managers zorgen ook dat er in hun organisatie een eerlijke, transparante manier is om met klachten over hun functioneren om te gaan.

Managementonderzoeker Peter Drucker bepleitte ooit een hippocratische eed voor managers. Net als medici zouden zij moeten zweren altijd te handelen in het belang van hun medemensen en hen bovenal geen kwaad te berokkenen.

Een mooie gedachte. Waarbij ik onwillekeurig toch enig cynisme voel. Misschien bevestigt dat juist wel de noodzaak van dit soort ideeën.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.