Waarom geen Mondriaan?

Bas van Putten kende niet één aantrekkelijke mpv. Tot hij de Citroën C4 Picasso zag. En dat na twee hopeloze voorgangers.

Rood, wit en soms rosé, Annick Schreuder, 19,99 euro . De Bezige Bij.
Rood, wit en soms rosé, Annick Schreuder, 19,99 euro . De Bezige Bij.

Als topman van het noodlijdende Citroën zou ik slecht slapen van mijn nieuwe middenklasse-mpv. Ik wist vier dingen zeker. Een: geen hond koopt auto’s. Twee: de enige aanschafcriteria zijn verbruik en prijs. Drie: mijn weggelopen francofiele aanhang die de DS, CX, BX of Xantia als laatste Citroëns beschouwde, origineel en tegendraads en met de fijne zachte luchtvering die uit de mode raakte, lok ik niet met een burgerbus terug in de moederkerk. Vier: ik krijg de koper van een multi purpose vehicle niet aan mijn kant door op begeerten in te spelen. Hij houdt niet van auto’s. Een beetje ruimte voor een fair bedrag, meer hoeft hij niet. Motor? Ach, niet te groot en niet te klein, verantwoord zuinig. Ruimte? Uiteraard, daar hebben we hem voor, maar groot genoeg zijn ze toch allemaal. Design? Best, als we maar niet voor gek rijden.

Citroën moet met de nieuwe C4 Picasso die lauwheid breken. Dat is een non willen verleiden. De BMW-rijder, die laat zich inpakken. Hij wil cool, hij wil snel, hij is niet bang om op te vallen en hij wil te veel betalen. Mpv-kopers zijn zwevende kiezers die de Consumentenbond of hun kinderen laten beslissen. Die rode, papa! Het voor de fabrikant schijnbare voordeel dat ze niet de hoogste eisen stellen heeft als keerzijde dat ze net zo makkelijk naar de concurrentie overlopen, waar het ook best snor zit. Ik reed mee met de Britse ontwerper van een Japanse mpv en toonde me verrast over de vrolijke kleuren van de ventilatieknoppen. Ach, glimlachte hij, we moeten het toch een béétje leuk maken voor de klanten. Die hopeloosheid vind je terug in het weggedrag en het uiterlijk van die auto’s, allemaal even risicoloos gemiddeld. Ik ken niet één aantrekkelijke mpv. Tot nu: de Citroën is het wel.

Het werd tijd. Het stijlgevoel dat een designmerk aan zichzelf verplicht is, droop er bij de vorige Picasso’s niet vanaf. De eerste, nog Xsara Picasso geheten, had iets van een uitgelopen pudding. De tweede zou beter zijn geweest als Citroën hem niet verpest had met een idiote knik onder de achterzijruiten. De Big Mac-achtige bussigheid van de verlengde versie beroofde Citroën-liefhebbers van hun laatste illusies over typisch Franse charme. De nieuwe, kleiner en lichter, is de eerste elegante.

Typische Picasso-kenmerken als de enorme voorruit en de grote glasoppervlakken rondom zijn gebleven, maar hij staat zo strak in de lijnen dat hij Mondriaan had moeten heten. Het interessantst is het front. Citroën zegt vaarwel tegen de vreselijke mode van de scheve ogen, hoog in het front gezette overmaatse koplampen die in een schuine lijn omhoog kruipen tot aan de voorruit – zustermerk Peugeot ging er misdadig ver in. Twee led-lijntjes voor de dagrijverlichting zijn als wenkbrauwen boven de laag geplaatste, compact rechthoekige koplampen gelegd. Ik vind het een vondst. Citroën creëert hoogte door elementen te stapelen maar doorbreekt de massiviteit van die hoogte door hem in laagjes op te bouwen.

Uitschuifbaar voetenbankje

Binnen is hij ruimtelijk en smaakvol digitaal. Van de twee displays op het prachtig vormgegeven dashboard is het onderste een 12 inch touchscreenscherm voor alle functies, met een bedienmenu waarvoor je niet naar het instructieboekje hoeft te grijpen. Wie hem niet koopt loopt een per knop uitschuifbaar voetenbankje voor de passagiersstoel mis. Toch. Een béétje. Leuk.

Hij is praktisch. De gemotoriseerde achterklep van de duurste versie, op de goedkopere modellen als extra leverbaar, houdt als de laadklep van een veerboot open huis: gigantisch. Van de drie kabouterstoelen die, zoals bij mpv’s gebruikelijk, de achterbank vervangen, hebben volwassenen niets te verwachten, maar die zullen er zelden neerploffen. Wat daar komt te zitten, verwekt door de bestuurder die zonder gêne het woord papadag uitspreekt, besmeurt het raam met kleuterplakplaatjes. Dat vindt de mpv-rijder niet erg. Die heeft zich neergelegd bij veel, ook dat. Dan hoef je geen Jaguar.

Dat de e-HDI 115-diesel drie pk minder levert dan zijn kengetal belooft, zou je niet zeggen. Hij is aangenaam stil en in dit vlakke land goed voor een verbruik van 1 op 20. De THP-benzinemotor kan Citroën van de menulijst schrappen. Ondanks zijn 156 pk is hij op alle essentiële punten inferieur aan de diesel. Hij is niet stiller, niet sneller, de trekkracht houdt niet over en hij ligt om de een of andere reden minder stabiel op de weg dan de HDI. Slaap zacht, bazen van Citroën, de mpv-eer is gered. Dit is er een met stijl, voor wat het waard is.