Voor ieder kind een eigen dag in de week MauriceBlanchetteLucienYvetteYannick

In 1992 werd in het AMC in Amsterdam een vijfling geboren. Vandaag worden Yannick, Yvette, Maurice, Blanchette en Lucien 21 jaar. Het huwelijk van vader Matthieu en moeder Joyce bleek niet bestand tegen de druk van zo’n groot gezin.

De laatste augustusdag van 1992 is het weer onstuimig. Dikke regenwolken hangen boven het Amsterdamse AMC waar een speciaal samengesteld medisch team zich voorbereidt op de geboorte van de grootste meerling sinds 1984. Als alles goed gaat, zullen Joyce en Matthieu van Hooren die dag in een keer vijf kinderen krijgen.

Wat niet veel mensen voor mogelijk houden, gebeurt. In een half uur worden vijf gezonde kinderen via de keizersnede geboren, na een zwangerschap van bijna 33 weken. De verpleegkundigen mogen deftige, Franse namen op de kaartjes aan hun bedjes schrijven: Maurice, Lucien, Yannick, Blanchette en Yvette.

Eenentwintig jaar later maken we de balans op van een leven dat, sinds de komst van zoveel kinderen tegelijk, nooit meer hetzelfde werd. We spreken de ouders, los van elkaar, in hun eigen huizen. Het huwelijk bleek niet bestand tegen de druk van zo’n groot gezin.Vader Matthieu: „Ik wist dat ik alles opzij zou moeten zetten, dat alles om de kinderen zou draaien, dat veel dingen die ik zou willen – zoals het kopen van een boot – niet meer zouden kunnen.”Moeder Joyce: „Toen duidelijk werd dat ik van een vijfling zwanger was, werd ik voor de keuze gesteld. Ik kon het erop wagen of drie embryo’s laten weghalen. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Ik wist dat ik bij een selectieve abortus ook kans zou lopen alle kinderen te verliezen. Als het aan Matthieu had gelegen was die beslissing anders uitgevallen. Hij was bang dat ze ziek of gehandicapt zouden zijn. Als hij zijn zin had gekregen, dan waren alleen Yannick en Yvette er geweest. Dat weet ik precies, die lagen helemaal bovenin.Matthieu: „Ik dacht: dat gaat niet goed en ik wilde eicelreductie. Maar dat was niet bespreekbaar. Zij heeft ze allemaal gewild, dus paste ik me aan.”Joyce: „Hij is altijd bang geweest. Iedereen was bang. Eigenlijk was niemand blij in het begin. Dat voelde ik ook.

„In de reacties klonk door: wat doe je de maatschappij aan? Mensen vonden het onverantwoord.”

Matthieu: „We hadden al een zoon – Etienne – en ik dacht: nog één kind erbij en dan is het goed.”Joyce: „Hij werkte, vaak tot laat, en ik zorgde voor de kinderen. Het was voor hem te zwaar. Ik ging ervoor, ik had de keuze gemaakt deze kinderen te willen. Dus ik liet hem. Op zaterdag ging ik met de kinderen de hele dag naar scouting en dan had hij de dag voor zichzelf. Zo hadden we ieder ons eigen leven.”Matthieu: „We leefden gestructureerd, dat moet ook wel als je met zovelen bent. Elk kind had een eigen dag in de week. Dan ging alle aandacht naar hem of haar uit.Joyce: „Duidelijke regels en structuur. Met zoveel kinderen is er geen tijd om eindeloos met elkaar in discussie te gaan over de regels in huis. Ze moesten natuurlijk wel kamers met elkaar delen. De meisjes samen en de jongens samen. Etienne had een eigen kamer en soms sliep een van de vijf bij hem, op zoek naar een moment van rust. En op donderdagavond nam ik steeds een ander kind mee naar Hilversum om een ijsje of kroket te eten. Dat vonden ze geweldig: in hun eentje met mama op stap.”

Twaalf jaar later namen de gebeurtenissen een onverwachte wending. Matthieu over Joyce: „Toen werd ze, daar op die scouting, verliefd op een ander.”Joyce: „Je wil als gezin bij elkaar blijven, samen oud worden, maar het liep anders.”Matthieu: „Het dorp – Nederhorst den Berg – was geschokt. Al die mensen die ons hadden geholpen, vrienden, buren, ze waren boos. In onze omstandigheden hoorde je niet te scheiden. De huisarts belde, de pastoor, de burgemeester. Iedereen vond dat we bij elkaar moesten blijven, maar het ging niet.”Joyce: „Ik heb het de kinderen verteld, sommigen huilden. Etienne, de grote broer, liep boos weg. De meisjes zeiden dat ze het hadden zien aankomen. Het was niet anders, ik was niet van plan langer in het huwelijk te blijven, ten koste van mijzelf.”

‘Een slechte vrouw’

Matthieu: „Misschien weet ze het niet meer, maar ze heeft toen gezegd: ‘Ik ga bij je weg en de kinderen moeten maar bij jou blijven’.”Joyce: „Het eerste jaar vond ik dat de kinderen in hun oude huis moesten blijven, dus ben ik overdag in het huis geweest om de boel draaiende te houden en ’s avonds, als Matthieu thuiskwam, ging ik naar het andere dorp.’’Matthieu: „Dan zagen de mensen onze bekende, rode bus daar in die straat in dat andere dorp staan, ’s avonds. Ze zeiden dat Joyce van het ene bed naar het andere was gegaan. Daar klonk hun oordeel in door.”Joyce: „Vriendinnen lieten me vallen. Ik ben echt iedereen kwijtgeraakt.”Matthieu: „De mensen trokken de conclusie dat mijn vrouw bij mij was weggegaan omdat ík geen goede vader was geweest. Dat ík de oorzaak van de scheiding was. En daar heb ik echt last van gehad. Ik heb zoveel met de kinderen gedaan. Altijd naar het speeltuintje aan de plas, zwemmen.”Joyce: „Er zijn hier wel meer mensen gescheiden, maar in ons geval was iedereen geschokt. En over mijn rol waren mensen boos. Een moeder, een vrouw mag zoiets niet doen. Die mag niet voor zichzelf kiezen. Doe je dat wel, dan ben je een slechte vrouw.’’Matthieu: „Zij vertrok.”Joyce: „Dan wordt ervan gemaakt: zij vertrok. Met achterlating van. Maar ik ben gebleven zolang Matthieu het wilde. De kinderen mochten daarna kiezen waar ze wilden wonen.’’Matthieu: „Vier van de zes hebben voor mij gekozen. Dat zegt wel iets, toch?”Joyce: „Ze zijn hier heel vaak, met al hun vrienden, alles kan. Het zijn mooie mensen geworden. Ik denk dat ze hebben geleerd om te delen, om rekening te houden met elkaar, om niet jaloers te zijn en om tevreden te zijn met weinig. Want wat bij al die andere gezinnen kon, waar ze kwamen, kon hier financieel gewoon niet.”Matthieu: „Ze komen voor elkaar op, dat is altijd zo geweest. Ze gaan vaak samen uit en dan letten ze op elkaar. Ik weet ook niet wat er dan allemaal gebeurt, ze vertellen ook niet alles, wat dat betreft zijn ze echt een hechte groep.”Joyce: „Ze kunnen altijd op elkaar rekenen en ze zijn allemaal dol op hun grotere broer. Hun saamhorigheid is een groot goed en daar zullen ze hun hele leven van profiteren.”

Als eerste van de vijfling geboren: „Ik zie soms ouders die het zwaar hebben met één kind dat loopt te gillen. Nou, als je er dan vijf hebt, dat moet echt druk zijn. Ik zou er geen vijf willen, hoor. Dat lijkt me niks. Te veel aan mijn hoofd.

„Ik ben de oudste van de vijf. Daarom mocht ik altijd voorin de auto zitten. Maar dat komt ook omdat ik de grootste was. De maandag was mijn dag. Dan mocht ik bepalen waar we op de televisie naar keken. Niet dat dat iets uitmaakte: we keken toch allemaal graag naar dezelfde programma’s. En op die maandag mocht ik met de speelgoedtrein van mijn vader spelen en een half uur later naar bed dan de anderen!

„Je groeit op als vijfling en dat is bijzonder, maar je vindt het zelf heel normaal. Als we samen uitgaan, ziet niemand aan ons dat we een vijfling zijn. Ik zeg het ook nooit – ik maak er geen geheim van, maar ik benadruk het ook niet. In je achterhoofd zit natuurlijk wel dat we speciaal zijn en bij elkaar horen.

„Ik had eerst niet in de gaten dat het druk was voor mijn ouders. Nu besef ik dat dat vroeger best heel ingewikkeld moet zijn geweest. En dat het financieel moeilijk was. Wij gingen nooit naar het buitenland met vakantie. We deden weekeindjes in Nederland en dat vonden wij kinderen heel normaal. Ik ben mij er nooit van bewust geweest dat ik iets miste.

„Ik werk fulltime als kok. Mijn opleiding werktuigbouwkunde heb ik niet afgemaakt. Geen zin meer. Nee, het had er niet mee te maken dat het thuis altijd druk en onrustig was. Als ik rust wil, ga ik gewoon bij een vriend op bezoek.

„De scheiding heb ik pas heel laat zien aankomen. Er was soms geschreeuw, maar ik heb me er niet erg druk over gemaakt. Ik accepteerde het en ben bij mijn moeder gaan wonen omdat dat dichter bij school was. Dat scheelde drie kwartier fietsen.”

Als tweede geboren: „Ik zag het aankomen dat mijn ouders gingen scheiden. Een kind voelt dat aan. Yvette en ik sliepen samen op een kamer en ik zei op een gegeven moment: ‘Papa en mama gaan een keer scheiden.’ Ik was toen acht, denk ik. Er was geen bijzondere spanning in huis, ik heb maar een paar keer meegemaakt dat er ruzie was, maar toch voelde ik het aankomen.

„Mijn moeder vond Tom al langer leuk. Ik had er geen moeite mee, de anderen wel. Dat ze er in het dorp moeite mee hadden, heb ik helemaal niet meegekregen. Er gingen toen wel meer mensen scheiden.

„We zijn zo opgevoed dat we niet jaloers moesten zijn. Als klasgenoten op vakantie gingen, dan wisten wij dat dat bij ons niet kon. Wij waren snel tevreden. We zaten op scouting en gingen op zomerkamp, dat was betaalbaar. Andere kinderen gingen naar Italië, maar wij hadden het net zo leuk, hoor.

„Als ik bij een gezin kom met maar twee kinderen, dan vind ik het er altijd heel rustig. En als ik alleen thuis ben dan lijkt het wel alsof er een bom ontploft. Zo stil! Dat ben ik niet gewend. Dat vind ik bijna eng, onwerkelijk. Ik wil zelf zeker meerdere kinderen, een of twee vind ik heel saai.

„Ik volg een opleiding bij Defensie en als ik daar om me heen kijk, denk ik vaak: wat een kleuters. Lucien – die ook bij Defensie zit – en ik zijn echt heel braaf, zeggen ze. Wij doen wat er wordt gezegd, dat zijn we van huis uit gewend. Dan sta je bijvoorbeeld in de eerste rust en dan mag je niet kletsen en dan zijn er altijd wel een paar aan het kletsen. Kinderachtig, klierig.

„Ik woon bij mijn vader omdat ik me daar thuis voel, op het dorp ken ik iedereen. Ik heb altijd een hechtere band met mijn vader gehad. Mijn zusje Yvette woont ook bij hem, en we slapen nog steeds samen op dezelfde kamer. Dat kon niet anders, maar Yvette en ik zijn wel water en vuur. Er hoeft maar iets te gebeuren of we hebben ruzie, dat is wel vermoeiend. Maar je moet je aanpassen. Nog steeds, we wonen nog allemaal thuis.”

Als derde geboren: „Als ik vertel dat ik één van een vijfling ben, reageren mensen altijd met: ‘Zo, dan zal je moeder het wel zwaar hebben gehad?’ ‘Jaaaaha’, zeg ik dan.

„Ik weet dat er mensen waren die mijn ouders hebben verweten dat wij als vijfling zijn geboren. Ik heb weleens gehoord dat er een man in het dorp was die dat tegen mijn moeder heeft gezegd. Dat het niet verantwoord was, om ons te willen. Dat we allemaal gehandicapt hadden kunnen zijn. Niemand durft zulke dingen in ons gezicht te zeggen. Maar wij hebben natuurlijk wel mazzel dat we gezond zijn.

„Op de basisschool zaten we in dezelfde klas, we trokken veel samen op. Op de middelbare school werden we gescheiden. We verspreidden ons over drie scholen. Ik vond het niet zo erg, er was geen gemis. Ik werd niet meer met de rest vergeleken. Als een van ons vroeger iets fout deed, waren we allemaal de dupe: rotvijfling!

„Toen mijn ouders gingen scheiden, heb ik ervoor gekozen om bij mijn moeder te wonen. Daar moest ik wel even over nadenken. Je wilt je huis niet verlaten, maar ik heb me altijd prettiger bij mijn moeder gevoeld. En ik heb nooit het gevoel gehad dat ik mijn vader heb achtergelaten. Ik zie hem om het weekeind.

„Mijn moeder had veel regels. Bord leeg eten, bidden voor het eten, pas van tafel als iedereen klaar is. Anders werd het een zootje. Ik was een keer bij een vriend aan het eten. Hij zeurde dat hij het eten niet lekker vond. Ik zei: ‘Eet je bord gewoon leeg’. Zijn ouders vonden het heel apart dat ik dat zei.

„Als ik soms alleen thuis ben, dan voelt het alsof er iets niet klopt. Maar het is wel altijd onrustig. Leren was dus altijd lastig. Ik had nooit een plek voor mezelf. Overal waren mensen bezig. Maar ik hou ook niet zo van leren. Als ik rust wilde, ging ik ergens op bezoek.

„Ik werk bij de krijgsmacht, onlangs heb ik mijn baret gehaald en nu ga ik verder met mijn opleiding als pantserinfanterist.”

Geboren als vierde: „Wij hoorden het wel als mijn ouders bonje hadden, als we in bed lagen. ‘Denk je dat ze gaan scheiden?’, zeiden Blanchette en ik dan tegen elkaar. Mijn vader kwam ’s nachts onze kamer binnen om ons te troosten. Dan vroegen we: ‘Gaan jullie scheiden?’ ‘Nee, nee’, zei hij dan. Maar we voelden het toch aankomen.

„Op een middag heeft ze het ons verteld. Ik had met mijn moeder boodschappen gedaan, dus het moet een donderdag zijn geweest: mijn dag in de week. Ik was de enige die moest huilen. Als je moeder van een andere man houdt, dat is raar. Niemand maakte mama een verwijt.

„Ze is nu zo gelukkig en daar gaat het om. Mijn vader is ook gelukkig, hij heeft geen vriendin maar spreekt wel af met vrouwen.

„Over mijn moeder is in het dorp heel negatief gesproken. Dat vond ik moeilijk, dat ze zo oordeelden. Ze werd gezien als een moeder die haar kinderen in de steek liet. En het was waarschijnlijk erger omdat ze de moeder van een vijfling was.

„Ze heeft daar heel veel verdriet van gehad. Ik vind het belangrijk om te vertellen hoe het zit, het échte verhaal. Achter haar rug om werd alles opgeblazen. Ze werd als een slechte vrouw gezien. Het dorp is klein, iedereen kent elkaar. Zo leer je wie je echte vrienden zijn. Niemand dus. Er bleef voor haar niemand over. Ik vond het heel zielig.

„Blanchette en ik zijn bij papa gebleven. We slapen al 21 jaar op dezelfde kamer, ondanks het feit dat het tussen ons niet klikt. Daardoor hebben we de privacy wel gemist, een soort vrijheid. We krijgen ruzie om niks. Ik ben het poppetje, het meisjes-meisje en Blanchette is stoer, ze gaat naar de landmacht.

„De band onderling is sterker geworden sinds mijn ouders gescheiden zijn. Je ziet elkaar minder, maar als je elkaar ziet dan is het bijzonder. Daarom hoop ik dat als Blanchette naar Defensie gaat en de hele week weg is, het er tussen ons beter op wordt, want zij is wel mijn enige zus.”

Als vijfde geboren: „Ik wil mijn eigen ding doen, misschien iets meer dan de rest. Ik maak meer keuzes, denk meer vooruit, over de toekomst. Ik wil huisje-boompje-beestje, een huis voor mijn vriendin en mij alleen. Het is gezellig, hoor, met z’n allen, maar ik ben nu op een leeftijd om mijn eigen weg te kiezen. De privacy lijkt me fijn. Daar ben ik een groot voorstander van. Altijd geweest. We zitten al 21 jaar met z’n allen in een huis. Ik wil mijn eigen plek, geen rekening hoeven houden met een ander.

„Voor mijn ouders zal het heel hectisch zijn geweest. Ik wil onszelf natuurlijk niet de schuld geven, maar toen er vijf bij kwamen, gaf het veel druk op hun privéleven. Dat hadden ze bijna niet, omdat ze alleen met ons bezig moesten zijn.

„Ik vind dat wij heel goed zijn opgevoed. We zijn sociaal, zorgzaam, bezorgd over wat er in het gezin gebeurt. We hebben manieren en discipline. Met mes en vork eten, dat kunnen heel veel mensen niet. Sommige vriendjes hebben dat bij ons thuis geleerd. Dat klinkt raar maar het valt mij op.

„Mijn moeder was er altijd voor ons. Mijn vader werkte, hij moest heel veel werken voor ons. Ik weet dat mensen mijn moeder lieten vallen, maar ze staat stevig in haar schoenen, hoor.

„Of ik zelf kinderen wil? Hooguit drie. Als ik mijn ouders zie, hoe moeilijk zij het hadden… Ik moet er niet aan denken. Het is te druk. En financieel ook lastig. Mijn ouders hebben ons nooit betrokken in de financiën, maar ik weet dat ze krap zaten. We kregen wel vakanties aangeboden, door tv-programma’s, dan gingen we naar GreenParks of zo.

„Als ik bij vrienden kwam, vergeleek ik de sfeer wel. Ik vond het bij ons thuis niet altijd leuk. Bij anderen wel, die ouders waren losser, meer betrokken bij hun kinderen. Bij ons was altijd meer stress, omdat we met zoveel zijn. Ook stress tussen mijn ouders, daarom is het beter dat ze gescheiden zijn.”