Vergoeding voor weduwen van geëxecuteerden Nederlands-Indië

Het kabinet biedt alle weduwen van standrechtelijke executies door Nederlandse militairen tijdens de koloniale oorlog in Indonesië een schadevergoeding van 20.000 euro aan.

Dat heeft de ministerraad gisteren besloten. De Nederlandse ambassadeur in Jakarta zal volgende maand excuses aanbieden voor alle standrechtelijke executies in de periode tussen 1945 en 1949.

Premier Rutte onderstreepte gisteren dat het kabinet geen excuses aanbiedt voor de kolonisatie als zodanig of voor de politionele acties, zoals Nederland de strijd noemde die het leger na de Tweede Wereldoorlog voerde om kolonie Nederlands-Indië te behouden. Hij prees in dit verband de „maatvoering” van minister Bot van Buitenlandse Zaken, die in 2005 in Indonesië spijt betuigde en verklaarde dat Nederland „aan de verkeerde kant van de geschiedenis” heeft gestaan met zijn gewelddadige verzet tegen de onafhankelijkheid van Indonesië.

De regering spreekt doorgaans het woord ‘excuses’ pas uit als zij daartoe wordt gedwongen in juridische procedures, onder meer om schadeclaims te vermijden. In het geval van de Indonesische weduwen van standrechtelijke excuses is dat stadium gepasseerd. In 2011 kwam het tot een schadevergoeding voor negen nabestaanden van een slachting in Rawagede, en dit jaar voor 10 weduwen in Zuid-Sulawesi. Weduwe van vergelijkbare misdaden kunnen nu rekenen op gelijke schadevergoeding wanneer zij zich melden.

Advocate Liesbeth Zegveld, die beide zaken voerde, drong aan op excuses bovenop financiële compensatie door minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA). Die zei eerder wel te voelen voor een bredere spijtbetuiging. Rutte zei gisteren dat hij de excuses aan de weduwen op zijn handelsmissie naar Indonesië in november niet zal herhalen. Volgens hem zal de ambassadeur het doen omdat de excuses „zo snel mogelijk” moeten worden uitgesproken en in aanwezigheid van de weduwen van Sulawesi.