Veel weerstand tegen plannen om judosport te centraliseren

De beste judoka’s ter wereld treffen elkaar op de WK, maar de toekomst van het judo in Nederland staat ter discussie. „Onzekerheid is het ergste dat je topsporters kunt aandoen.”

Hij vindt het WK niet de juiste plek om te praten over de toekomst, benadrukt Ben Sonnemans, directeur topsport van de Judobond Nederland buiten de hal waar de Nederlandse judoploeg zich deze week meet met de wereldtop. In de aanloop naar het WK lekte uit dat Sonnemans de sport wil professionaliseren. Over hoe dat vorm gaat krijgen, bestaat veel onduidelijkheid.

Een ding is helder: Sonnemans is van plan de judosport te centraliseren. Op dit moment bestaan er meerdere regionale centra die topjudoka’s trainen. Sonnemans wil toe naar één nationaal trainingscentrum voor topsporters, in Papendal of Amsterdam. Dat is alles wat hij erover wil zeggen. „Intern communiceer ik erover, en dat is voor nu voldoende.”

Er bestaan verschillende judoscholent. Kenamju in Haarlem leidde onder andere Dex Elmont (die woensdag brons won) en favoriet in de zwaardere klasse Henk Grol op. Bij Budokan in Rotterdam traint onder meer Europees Kampioene Kim Polling.

Tegen de mogelijke centraliseringsplannen bestaat veel weerstand. „Alles concentreren op één punt is niet goed voor de regionale ontwikkeling,” zegt de aan Budokan verbonden Chris de Korte (75). De centrale coach begeleidde olympisch kampioenen als Edith Bosch en Mark Huizinga en is nu mee als begeleider van Anicka van Emden en Marhinde Verkerk.

Als je de toppers uit die regionale steunpunten wegtrekt, zo redeneert De Korte, verliest de jeugd zijn bovenlaag om tegenop te kijken. „Judo is geen sport waarmee mensen geld verdienen. Door kampioenen weg te trekken loop je het risico de begeestering van een grote groep betrokken mensen weg te halen. Je moet wel een heel goed plan hebben, wil je daar een succes van maken.”

Precies aan zo’n plan schort het. Een half jaar voor de Olympische Spelen vorig jaar vernam De Korte voor het eerst dat het huidige systeem van begeleiding waarschijnlijk op de schop gaat. Nu bestaan er naast een mannelijke en een vrouwelijke bondscoach centrale coaches die judoka’s individueel begeleiden. Chris de Korte is daar een van. „Wat ze precies willen, is na anderhalf jaar nog steeds niet duidelijk”, zegt De Korte, „en onzekerheid is het ergste dat je topsporters kunt aandoen.”

De coach werd in juni door Sonnemans telefonisch voor zijn diensten bedankt.Deze communicatie verdient geen schoonheidsprijs, geeft Marjolein van Unen, vrouwelijke bondscoach van de Nederlandse judoka’s toe. Toch ziet zij wel de noodzaak het huidige systeem te veranderen. „Het is nu te versnipperd”, zegt Van Unen, die als bondscoach verantwoordelijk is voor de prestaties van de hele ploeg. „Bij sommige judoka’s heb ik daardoor veel minder zicht op hun voortgang dan bij anderen.”