Robbertje gaat vechten – en dat zullen we merken

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Robbert Baruch, lobbyist met politieke ambities.

Ofwel: waarom de PvdA een ‘politiek brisant’ debat te wachten staat.

Vorig weekeinde kreeg ik een mailtje van de lobbyist en oud-PvdA-politicus Robbert Baruch. Hij wil, schreef hij, PvdA-lijsttrekker worden bij de Europese verkiezingen volgend jaar.

Och, dacht ik, we hebben allemaal wel eens dat we iets willen.

Toch vond ik mezelf een paar dagen later terug bij Robbert Baruch (45) thuis, in zo’n wijk van geslaagde mensen in Den Haag. Na zijn mailtje had ik hem gebeld, een slimme causeur, en het werd me duidelijk dat hij zijn partij de komende tijd zomaar met een ongemakkelijk debat kan opzadelen.

We zaten ’s avonds aan zijn keukentafel, je kon merken dat hij er zin in had. Als lobbyist, eerst voor de verzekeraars, nu de muziekauteurs (Buma Stemra), past hij voortreffelijk op het moderne Binnenhof.

Onbescheiden, snel, geschoold in reclame en communicatie (ING), kwetsbaar, rappe netwerker (bestuurslid van Nieuwspoort). En open over het eigen werk. Of hij als lobbyist wel eens zijn eigen tekst in een motie terugzag? „Natuurlijk.”

Zijn moeder gaf hem als kind de bijnaam ‘Robbertje vechten’, vertelde hij. Zo is het gebleven: strijd vormt de leidraad in zijn nog korte politieke cv – vier jaar Zuid-Hollands Statenlid, drie jaar wethouder van een deelgemeente in Rotterdam.

Als Statenlid bestreed hij GeenStijl met de middelen van GeenStijl. Als wethouder streek hij „de gesubsidieerde PvdA-nomenklatura” tegen de haren, en keerde hij zich tegen het cliëntelisme van Turkse partijgenoten. Robbertjes gevechten zijn toevallig nogal mediageniek.

Tot zijn zestiende was hij trouw volgeling van de CPN-voorkeuren in het gezin. Een jongen die De Waarheid bezorgde en Breznjev bewonderde.

Ooit deelde hij als tiener de bekende partijstenciltjes uit. Een oudere man legde hem hoogst vriendelijk uit hoezeer hij zijn CPN-ideeën verwierp. Baruch zag ineens in wat voor isolement hij leefde: mannen met verkeerde ideeën kónden niet aardig zijn. In zijn studententijd loodste hoogleraar Bart Tromp hem tenslotte de PvdA in.

Maar de hang naar bevlogenheid uit de CPN-erfenis is nooit verdwenen. „Politieke passie, tot het gaatje gaan, dat mis ik bij veel politici.”

Prachtig allemaal – maar het PvdA-bestuur zit natuurlijk helemaal niet op ene Baruch te wachten. Kom nou. De PvdA-top hengelde eerder bij oud-FNV-voorzitter Agnes Jongerius of zij aan de voorverkiezingen wil meedoen. Met háár kun je aankomen. De man die de leden in 2009 kozen, Thijs Berman, zou nog steeds boven de markt hangen – hoewel hij er niets over wil zeggen, en ze hem in Den Haag liever kwijt zijn. Ook oud-minister van Onderwijs Jo Ritzen toont belangstelling.

En dit is de reden, legde hij uit, dat Baruch zijn kandidatuur nu al bekendmaakt: hij acht zijn kansen bij het partijestablishment zo klein dat hij het zelfs voor mogelijk houdt dat een ballotagecommissie, die in oktober beslist wie tot de lijsttrekkerverkiezing worden toegelaten, zijn deelname blokkeert. De voorverkiezing is eind november.

Vandaar dat hij de partijregels omzeilt en al vanaf volgende week beschikbaar is voor debatten in afdelingen. Hij zal er zóveel aandacht mee trekken, zei hij, dat de partij niet meer om hem heen kan.

En wel door te bepleiten dat de PvdA „afstand neemt” van de Europese begrotingsnormen die het financiële beleid van Rutte II dirigeren. Normen die de coalitie als leidraad in het regeerakkoord opnam. Normen die door de PvdA-minister met het meeste gezag, Dijsselbloem, overtuigd worden nageleefd.

Maar ook normen die, zo weet Baruch, onder partij- en fractieleden ongeliefd zijn: daar zit de kneep.

„Ik ga me tegenover het bezuinigingsbeleid van het kabinet opstellen”, zei hij. Europa moet socialer, normen voor maximale werkloosheid en minimale onderwijsuitgaven zijn volgens hem minstens zo belangrijk. PvdA-politiek moet nu eenmaal om gevolgen voor gewone mensen gaan, zei hij, niet om gevolgen voor gewone banken.

Slim: jezelf een positie verwerven door de voornaamste grief van de leden tegen de partijtop te omarmen. Ter illustratie van zijn gelijk verwees Baruch naar een recent stuk van PvdA-econoom Paul Tang in Socialisme & Democratie, waarin hij het kabinet betitelde als „firma list en bedrog” omdat het onnodig zou vasthouden aan de Europese normen.

Niet minder interessant: ook de Werkgroep Europa van de partij wees twee weken terug, in haar inbreng voor het Europese verkiezingsprogramma, de huidige begrotingspolitiek af. Ze en stelde dat de „de EU het 3% tekortcriterium moet loslaten” dan wel „aanvullen met andere criteria (…) die de groei op gang helpen”. „Evident dat dit politiek brisant is”, zei Thijs Berman aan de telefoon.

En na deze week, waarin Myrthe Hilkens de indruk van repressie bevestigde die de eerder opgestapte Désirée Bonis al wekte, wordt het niet eenvoudiger zo’n debat de kop in te drukken. Nadat Rutte een half jaar lang het verwijt kreeg dat hij te veel van zijn programma inleverde, staat Samsom nu bloot aan dezelfde kritiek. Hij schaarde zich in grote lijnen achter de begrotingspolitiek van de VVD. Dit blijft schuren. Zo zullen – één voorbeeldje - PvdA-leden rond Prinsjesdag vernemen dat er weer ietsje op ontwikkelingssamenwerking wordt gekort (zie de kleine lettertjes inzake revolving fund) - waarna het kabinet vermoedelijk korte tijd later besluit tot aanschaf van de JSF. De schuldige van die bezuinigingen is opnieuw simpel aan te wijzen: de begrotingsnormen.

Baruch zei dat hij Europa wil politiseren. Hij hoeft geen voorzitter van een of andere commissie te zijn. De EU is een ondoorgrondelijk cryptogram voor de burger en dit ongemak wil hij verwoorden. Hoewel hij als reclamemaker in 2004 nog was betrokken bij de overheidsleuze ‘Europa Best Belangrijk’. Enorm succes, lachte ik. „De toon had beter gekund”, zei hij zuinig.

De PvdA is volgens hem veranderd: zijn werk als bedrijfslobbyist zal zijn kansen niet schaden. Ook niet omdat hij werkte voor verzekeraars toen zij onder vuur lagen wegens woekerpolissen. Groot verschil tussen verzekeraars en de principes van de PvdA is er niet: „Veel verzekeraars zorgen ervoor dat mensen auto kunnen rijden.”

Ik vertelde over hét politieke zomerboek van de VS, This Town van Mark Leibovich. Een schets van Washington waarin alle spelers - lobbyisten, journalisten, de politici zelf – een merk zijn, en nieuws wordt bepaald door beelden in plaats van feiten. Zo is de rolverdeling altijd inwisselbaar, waardoor politici permanent transformeren tot lobbyisten, en lobbyisten tot politici - een cyclus waarmee de hoofdstad de snelst groeiende economie van de VS werd. Politiek als businessmodel: brengt hij dat Nederland binnen?

Welnee, zei hij, Nederland is de VS niet. „Maar ik ben niet negatief over die wisselwerking”, zei hij. „Het komt in beide gevallen neer op beïnvloeding.”

Hoe het ook afloopt met zijn kandidatuur: in termen van Haagse invloeden is Baruch een onbetwist interessant karakter. Hij doorbreekt dat voor bedrijfslobbyisten in de PvdA geen plaats is. In zijn eentje rekt hij de komende voorverkiezingen op van één naar drie maanden, zodat ook die Amerikaanse praktijk dichterbij komt: lange primaries vol persoonlijke strijd en een groeiende rol voor het geld. En intussen meldt hij de open zenuw van zijn partij – de strakke begrotingsregels van Rutte II – aan voor debat.

Dus zelfs als Robbert Baruch straks een kansloze kandidaat is, en dit zou zomaar kunnen, zal hij sporen achterlaten. Robbertje gaat vechten, en het kan ons allemaal raken.