Rifgeur wijst vis de weg

Illustratie Irene Goede
Illustratie Irene Goede

Wat rook je toen je deze zomer in de zee zwom, met je hoofd onder water? Niks natuurlijk. Je zou maar zeewater in je neus krijgen. Maar kleine visjes kunnen het wel. Die hebben ook neusgaten en daarmee ruiken ze onder water de zee. Nog knapper: ze ruiken niet zomaar ‘zeelucht’. Ze herkennen de geur van de plek waar ze wonen. En dan zwemmen ze er naartoe.

De visjes waarover het hier gaat, wonen op een koraalrif bij Australië. Zo’n rif bestaat uit grillig gevormde koralen, zeeanemonen en sponzen, en overal dartelen de fel gekleurde vissen. In het noordoosten van Australië ligt het grootste koraalrif ter wereld. Het heet het ‘Grote Barrièrerif’.

Zo’n rif is een fijne woonplaats voor een vis. Maar vissenmoeders letten niet op hun jongen. En – best raar – als zo’n klein visje uit zijn ei komt, kan hij nog niet zwemmen. Hij krijgt zijn vinnen pas na een weekje. Als het zo ver is, is hij meestal weggedreven. Het veilige koraalrif kan wel kilometers weg zijn. Hoe komt hij thuis? Door te ruiken. Dat ontdekten zeeonderzoekers in Australië. De geur van het koraalrif stroomt mee met het zeewater. Als je een visje bent, stroomt er soms zo’n vlaag van rifgeur langs. Het is de geur van vis, koraal en zeeanemonen.

Veel kleine visjes gedragen zich anders als ze in zo’n vlaag rifgeur terecht komen. Ze zwemmen langzamer, alsof ze in de buurt willen blijven. Of ze zwemmen juist sneller, alsof ze enthousiast worden en er méér van willen ruiken. De onderzoekers denken dat de visjes zo dichter bij het rif komen.

Sommige visjes – de ‘koraaljuffertjes’ – zwemmen zelfs naar het westen. Dat is precies de goede kant uit. In het westen ligt het rif, in het oosten de oceaan. En als ze dan tot op een kilometer genaderd zijn, kunnen ze hun thuis ook horen. Het harde getik van garnalen, het plopplop van de vissen. Dan roept het rif, ze komen thuis. Hester van Santen

Bron: PLOS One, 28 augustus.