PVV-stemmers ervaren het vaakst paniek

Bestuurders en politici, emotionele verwaarlozing van de burger is funest. Het voedt angst, dreiging van onheil. Of zelfs paniek, concludeert Martijn Lampert.

De meerderheid van de bevolking, 81 procent, ervaart wel eens angst over de tijd waarin we leven. De gevoelens hebben te maken met uiteenlopende onderwerpen, blijkt uit Motivaction-onderzoek in opdracht van NRC en de Veerstichting, een representatieve steekproef van 835 Nederlanders tussen 16 en 80 jaar.

Bij het gemiddelde onderwerp uit het onderzoek raakt een kleine minderheid van 5 procent wel eens in paniek, 14 procent is er wel eens angstig over, 42 procent toont zich er wel eens bezorgd over en 39 procent is er niet angstig of bezorgd over. Uit eerder Motivaction-onderzoek (2012) kwam naar voren dat steeds meer Nederlanders wakker liggen van de economische crisis: 7 procent in 2009 versus 13 procent in 2012. Ook namen de zorgen over de economische situatie fors toe; van 37 procent in 2009 naar 61 procent in 2012. Uit die bezorgdheid gaan mensen zich goed voorbereiden. Het historisch lage consumentenvertrouwen is een gevolg: weinig kopen want mensen stellen zich in op mogelijk slechtere tijden.

Angst is een heftiger emotie dan bezorgdheid. Het brengt een dreiging van gevaar en onheil met zich mee. Uit het eerdere onderzoek bleek dat angstgevoelens bij de economische situatie toenamen van 10 procent in 2009 naar 24 procent van de bevolking in 2012. Naar gevoelens van paniek is in het eerdere onderzoek niet gevraagd. Deze zijn nu wel verkend, al is het lastig om deze gevoelens met behulp van een enquête vast te stellen.

Paniek is een hevige vorm van angst met verlies van controle. Mensen die deze optie aankruisen geven aan dat zij bij het onderwerp een sterke angst ervaren. Hoe ver dit precies gaat blijft ongewis. Veel onderzoek naar angst en paniek is gericht op fobieën in het persoonlijke levensdomein. Dit onderzoek richt zich juist maatschappelijke onderwerpen die raken aan de persoonlijke situatie. Nu blijkt dat er onder de oppervlakte meer gaande is dan alleen gezonde bezorgdheid.

Verder blijkt dat diverse onderwerpen bij een minderheid voor ‘angst’ en ‘paniek’ zorgen. Opvallend is dat specifieke maatschappelijke onderwerpen hoger scoren dan meer persoonlijke onderwerpen zoals het verlies van een baan, die bij een kleinere groep tot gevoelens van angst en paniek leiden. Ook maatschappelijke onderwerpen kunnen er emotioneel behoorlijk in hakken.

Angsten van Nederlanders over de tijd waarin we leven hebben zeker niet alleen met de economie te maken. De onderwerpen zijn zowel cultureel als financieel van aard. Zo ervaart ongeveer een op de drie Nederlanders ‘angst’ of ‘paniek’ bij het huidige instabiele kabinet, bij stijgende zorgkosten, korte lontjes, invloed van de islam, asociaal gedrag en bij te veel financiële steun aan andere Europese landen. Kabinetsbeleid doet de gemoederen bij deze groep oplopen.

Voor een deel valt de angst terug te voeren op ervaren machteloosheid en het idee dat er weinig tot niets aan deze onderwerpen wordt gedaan. Paniek gaat samen met (en wordt deels veroorzaakt door) controleverlies en groeiende machteloosheid. Situaties lijken onvermijdelijk en mensen zien geen uitweg.

Gevoelens van onrust werden eind 2012 bij de start van het huidige kabinet prominent zichtbaar toen duidelijk werd wat de inkomensafhankelijke zorgpremie voor inkomensgroepen zou gaan betekenen. Afspraken uit het regeerakkoord werden als gevolg van de ophef en onrust door het kabinet allengs aangepast. Gevoelens van angst over stijgende zorgkosten zijn nog steeds aanwezig. Maar ook op cultureel (korte lontjes, invloed islam) en bestuurlijk gebied (instabiel kabinet) is sprake van angstgevoelens.

PVV-stemmers geven bij diverse onderwerpen het vaakst aan wel eens gevoelens van ‘paniek’ te hebben. Dit is het sterkst zichtbaar bij te veel financiële steun aan andere EU-landen (44 procent zegt hierover wel eens over in paniek te zijn en 18 procent is hier wel eens angstig over), invloed van de islam en stijgende zorgkosten, maar ook een instabiel kabinet, vrijheid van meningsuiting en politici die niet opkomen voor hun belangen springen er extra uit. Zij blijken emotioneel het sterkst geraakt door de huidige politieke omstandigheden en processen als de Europese eenwording.

Er is veelvuldig geschreven over politieke onvrede, maar niet vaak in relatie tot gevoelens van angst en controleverlies. Dit onderzoek laat zien dat er bij een aanzienlijke kiezersgroep sprake is van een diepgewortelde en emotionele frustratie. Kiezers van D66 en VVD tonen zich het minst bezorgd of angstig. Het opleidingsniveau speelt een rol. Lager opgeleiden tonen vaker dan gemiddeld ‘paniek’ over te veel financiële steun aan andere EU-landen en stijgende zorgkosten, al blijft dit een minderheid.

Voor politici onderstrepen de bevindingen dat het belangrijk is om niet alleen onvrede te adresseren op een rationele manier, maar ook gevoelens van angst en soms paniek te kanaliseren. Groepen die soms angstig zijn of machteloosheid ervaren zijn doorgaans niet rationeel te overtuigen, maar vergen een andere opstelling.

Stijl van leiderschap is cruciaal. Er is een steeds grotere discrepantie tussen de harde realiteit en idealen die mensen koesteren. Een aanzienlijke groep voelt zich niet thuis in de samenleving en machteloos. Voor deze groep is het van belang om niet alleen af te breken en te bezuinigen, maar daarnaast een tastbaar perspectief te bieden, zorgen en angsten te adresseren en een heldere visie te tonen op het Nederland van de toekomst.

Van politici en bestuurders vraagt dit social intelligence – werken aan een klimaat waarin vertrouwen kan worden hersteld. Om uit de crisis te komen moeten bestuurders actiever naar buiten treden en emoties kanaliseren om ook echt in de termen van het regeerakkoord ‘bruggen te kunnen slaan’. Ook naar groepen die zich emotioneel in de steek gelaten voelen.

Martijn Lampert is research director bij Motivaction.