Poortwachter van de pillenmarkt

eldwijd zijn er nog maar ongeveer honderd Sumatraanse neushoorns. Jonge vrouwtjes van

Ne Nederlandse vrouw is meer dan haar halve leven ziek. Kort na haar veertigste krijgt ze een chronische ziekte en dan heeft ze gemiddeld nog 43 jaar voor de boeg. Die ziekte openbaart zich maar liefst tien jaar eerder dan 25 jaar geleden. De overgang naar ‘het halve leven ziek’ voltrok zich vlak voor 2010.

De paradox is dat de Nederlandse vrouw zich als veertiger helemaal niet ziek voelt. Vraag het haar. En ook niet als vijftiger, misschien als zestiger. Pas als ze tegen de 70 is zegt de helft van de vrouwen niet goed meer te kunnen zien, horen of bewegen. De meesten hebben daar dan maar een klein beetje last van.

“Dokters verklaren mensen ziek, maar veel mensen voelen zich helemaal niet ziek. Ziekte is wat dokters ons aandoen.” Dat zegt Rudi Westendorp. Hij is zelf arts, hoogleraar ouderengeneeskunde aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leyden Academy on Vitality and Ageing. Dat instituut onderzoekt hoe de zorg van en de levenskwaliteit van ouderen kan verbeteren.

Het uit elkaar groeien van ziek zijn en ziek voelen is de afgelopen decennia snel gegaan. Wij, maar vooral politici en beleidsmakers zijn er nog niet aan gewend. Westendorp vindt dat we niet in de val moeten trappen dat ziek ook gehandicapt is, of arbeidsongeschikt.

Tussenkopje

“Allereerst gaan sommige mensen er zich naar gedragen. ‘Oh, ik kan niet meer werken, want ik heb het aan mijn hart.’ Maar zo’n diagnose is steeds minder vaak een reden om niet meer te kunnen werken. Ook hoge bloeddruk en een te hoog cholesterolgehalte worden bijvoorbeeld al als ziekte gerubriceerd. Ondertussen zien politici en beleidsmakers in de statistieken dat de helft van de werknemers op hun 45ste een chronische ziekte heeft. Dan kun je, denken ze, moeilijk de pensioenleeftijd verder optrekken. Maar de meeste mensen met zo’n diagnose gaan wel fietsen, golfen en lange reizen maken.”

Nederland was een van de weinige landen waar in de statistiek al vroeg een onderscheid is gemaakt tussen gediagnosticeerde ziekte en ervaren gezondheid. Westendorp: “TNO deed de gezondheidsenquêtes en TNO-onderzoeker Rom Peerenboom begon in 1983 ook te vragen naar ‘ervaren gezondheid’. In het begin moest ik daar erg om lachen, maar het is erg waardevol. Wij kunnen nu goed zien dat ziektes steeds eerder worden gediagnosticeerd, maar dat mensen ondertussen steeds langer een goede gezondheid en steeds minder handicaps ervaren. Dat is precies wat je van preventie en goede medische zorg verwacht. Je stelt de ongemakken uit. Dat geldt ook voor ouderen, voor 75-plussers. En zelfs voor de nog ouderen. Alleen het rafelige randje aan het levenseinde, dat blijft gelijk.”

Kijk naar de grafieken van de levensverwachting van 75-jarigen. Die gaan over mannen en vrouwen die al ongeveer een derde van hun generatiegenoten hebben zien sterven. Er zijn mensen bij die nog helemaal gezond zijn. De helft van de 75-jarige vrouwen had in 1985 nog vier jaar zonder chronische ziekte voor de boeg. Nu zijn het er nog maar twee. Maar het aantal jaren zonder ervaren handicaps steeg van 4 naar 6. Het is dezelfde trend, herhaald op hogere leeftijd.

Westendorp bestrijdt daarom dat de zorgkosten steeds maar stijgen als mensen ouder worden, wat nu in het politieke debat rond de vergrijzing steeds te horen is. Wel ontvangen ouder wordende mensen langer pensioen, tenzij de pensioenleeftijd evenredig stijgt.

Tot nu toe gaat het over vrouwen. Daar is de kloof tussen ziek zijn en ziek voelen het grootst en het snelst gegroeid. De gemiddelde Nederlandse man voelt, net als vrouwen, ‘lichamelijke beperkingen’ als hij rond de 70 is. Maar die gemiddelde man kreeg pas op zijn 48ste – acht jaar later dan de Nederlandse vrouw – zijn diagnose ‘chronisch ziek’.

Hoe dat komt? Westendorp: “De ziekten van vrouwen zitten meer in het bewegingsapparaat: osteoporose, versleten gewrichten en fracturen. Verder is duidelijk dat vrouwen eerder met een klacht naar de dokter gaan dan mannen. Die steken hun kop in het zand. Logisch dat je dan eerder een diagnose krijgt. Alleen met hartklachten gaan vrouwen later naar de dokter. Dames klagen meer, maar leven langer. En er zijn onderzoekers die denken dat juist dat eerdere doktersbezoek bepaalt dat vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen.”

Westendorp bestrijdt daarom dat de zorgkosten steeds maar stijgen als mensen ouder worden, wat nu in het politieke debat rond de vergrijzing steeds te horen is. Wel ontvangen ouder wordende mensen langer pensioen, tenzij de pensioenleeftijd evenredig stijgt.

Tot nu toe gaat het over vrouwen. Daar is de kloof tussen ziek zijn en ziek voelen het grootst en het snelst gegroeid. De gemiddelde Nederlandse man voelt, net als vrouwen, ‘lichamelijke beperkingen’ als hij rond de 70 is. Maar die gemiddelde man kreeg pas op zijn 48ste – acht jaar later dan de Nederlandse vrouw – zijn diagnose ‘chronisch ziek’.

Hoe dat komt? Westendorp: “De ziekten van vrouwen zitten meer in het bewegingsapparaat: osteoporose, versleten gewrichten en fracturen. Verder is duidelijk dat vrouwen eerder met een klacht naar de dokter gaan dan mannen. Die steken hun kop in het zand. Logisch dat je dan eerder een diagnose krijgt. Alleen met hartklachten gaan vrouwen later naar de

Nederland was een van de weinige landen waar in de statistiek al vroeg een onderscheid is gemaakt tussen gediagnosticeerde ziekte en ervaren gezondheid. Westendorp: “TNO deed de gezondheidsenquêtes en TNO-onderzoeker Rom Peerenboom begon in 1983 ook te vragen naar ‘ervaren gezondheid’. In het begin moest ik daar erg om lachen, maar het is erg waardevol. Wij kunnen nu goed zien dat ziektes steeds eerder worden gediagnosticeerd, maar dat mensen ondertussen steeds langer een goede gezondheid en steeds minder handicaps ervaren. Dat is precies wat je van preventie en goede medische zorg verwacht. Je stelt de ongemakken uit. Dat geldt ook voor ouderen, voor 75-plussers. En zelfs voor de nog ouderen. Alleen het rafelige randje aan het levenseinde, dat blijft gelijk.”

Kijk naar de grafieken van de levensverwachting van 75-jarigen. Die gaan over mannen en vrouwen die al ongeveer een derde van hun generatiegenoten hebben zien sterven. Er zijn mensen bij die nog helemaal gezond zijn. De helft van de 75-jarige vrouwen had in 1985 nog vier jaar zonder chronische ziekte voor de boeg.