Oorlogsvlieger die bij toeval een held werd

In Australië staat voor piloot Gus Winckel (1912-2013) een standbeeld.

Op 17 augustus overleed in Nieuw Zeeland een van onze grootste oorlogvliegers. Hier kent haast niemand zijn naam, maar in Australië staat voor Gus Winckel (1912-2013) een standbeeld. Hij werd geboren in Nederlands-Indië, ging op zijn vijftiende naar de zeevaartschool in Delfzijl en werkte jaren op vrachtschepen. Na tussenstops bij de olie-industrie op Borneo en de Koninklijke Marine zag hij in 1935 een advertentie voor piloten voor de nieuwe afdeling Militaire Luchtvaart van het KNIL. Zeven jaar doorkruiste hij de archipel met een Lockheed Lodestar, een tweemotorig toestel – en toen kwamen de Japanners.

Vlak voor de capitulatie vloog Winckel met een Lodestar vol vluchtelingen van Java naar Broome in Noord-Australië. Hij landde op het vliegveld, dertien watervliegtuigen vol vrouwen en kinderen uit Indië streken twee kilometer verder neer in de baai. Veel van de passagiers zaten nog aan boord toen tien Japanse Zero gevechtsvliegtuigen de watervliegtuigen en wat er op het vliegveld stond onder vuur namen. Tenminste 88 mensen kwamen om, 22 geallieerde vliegtuigen werden geraakt. Luchtafweergeschut was er niet, met één uitzondering: Winckel bracht zijn boordmitrailleur in stelling en schoot één, mogelijk zelfs twee Zero’s uit de lucht, het enige geallieerde lichtpunt in het drama van Broome op 3 maart 1942.

Zijn finest hour? Zoon Mykeljon Winckel, vanuit Auckland: „Hij had het haast nooit over Broome en zag zichzelf vooral als accidental hero.Veel gevaarlijker was het toen er ooit tijdens het opstijgen, net voordat het vliegtuig los kwam, een kangoeroe tegen een motor sprong. Hij dumpte de bommen boven zee en kwam terug op één motor.”

Winckel diende van 1942 tot 1945 in het Nederlands-Australische 18e squadron en vloog vooral met de B-25, een bommenwerper met veel boordgeschut. Tijdens missies met Winckel als piloot werden nog eens vijf zero’s neergehaald en altijd weer kon hij zelf ongeschonden landen. Maar daarvoor kreeg hij dat standbeeld niet. Dat was omdat hij op 5 juni 1942 tijdens een patrouillevlucht bij Sydney tussen de golven de opkomende boeg ontwaarde van een Japanse onderzeeër, die vervolgens aan flarden werd gebombardeerd.

Tijdens de volgende oorlog in Indië, vanaf 1945, was Winckel een jaar commandant van het 18e squadron en vervolgens testpiloot tot aan de onafhankelijkheid van Indonesië. Hij zou er nooit terugkeren, verhuisde met zijn Nederlandse vrouw Yvonne en hun drie zonen een paar keer tussen Australië en Nieuw-Zeeland en ging soms even naar Nederland. Mykeljon Winckel: „Een echt vaderland had hij niet – het meest nog was dat Nederlandsch-Indië.”

Michiel Hegener