Nieuwe rolverdeling in NAVO: Fransen steunen VS, Britten niet

Voor het eerst sinds ‘Vietnam’ houden de Britten zich afzijdig bij een belangrijke Amerikaanse interventie. De Fransen willen ditmaal wel meedoen.

Als de Amerikanen de komende week daadwerkelijk het regime van president Bashar al-Assad in Syrië aanvallen, zullen ze maar een klein groepje Europese bondgenoten achter zich vinden. En die kleine coalitie zal er heel anders uitzien dan gebruikelijk: zónder de Britten, maar met de Fransen. De vermoedelijke chemische aanval in Damascus heeft de verhoudingen binnen de transatlantische wereld opgeschud.

Na de historische stemming van het Britse Lagerhuis donderdagavond doet het Verenigd Koninkrijk voor het eerst sinds de Vietnam-oorlog niet mee aan een belangrijke door de VS geleide interventie. Gretig om in te grijpen is juist Frankrijk, dat zich tien jaar geleden nog zo had verzet tegen de Amerikaanse inval in Irak. President François Hollande zei vrijdag, na de nederlaag van premier Cameron, dat híj wel „ferm” wil optreden tegen Assad. Parlementaire goedkeuring heeft hij niet nodig.

Behalve Frankrijk hebben alleen Turkije en Denemarken beloofd een militaire aanval zonder VN-mandaat te zullen steunen. In Europa, verdeeld als altijd, zijn de meeste landen huiverig voor een Irak-scenario, of ze willen niet buiten de VN om opereren, of ze twijfelen aan het bewijs voor de schuld van Assad aan de vermeende chemische aanval.

Tenzij de komende dagen meer landen de zijde van de VS kiezen – bijvoorbeeld als de VN-inspecteurs wél hard bewijs vinden voor de schuld van Assad – is de westerse coalitie in deze crisis ongekend klein van omvang. Tijdens de acties in Libië (2011) speelden, behalve de VS, 13 NAVO-landen een militaire rol, al dan niet ondersteunend. Bij operatie Iraqi Freedom in Irak (2003), die Europa zo diep verdeelde, hielpen niettemin 18 NAVO-landen de VS.

Militair gezien maakt de geringe Europese steun bij ‘Syrië’ voor Washington niets uit, zegt analist Ian Lesser van de denktank German Marshall Fund of the United States aan de telefoon. „Amerika kan een strafaanval op Assad in z’n eentje uitvoeren. Politiek gezien is het wel belangrijk een coalitie te vormen, want je wil niet alleen staan. Maar of het nou het Verenigd Koninkrijk of Frankrijk is dat meedoet, dat maakt niet zo veel uit. Bovendien: ook veel Europese landen die militair niks doen, zullen de VS wel politieke steun geven.”Die steun kan zich uitstrekken tot Arabische landen.

De Europese passiviteit zal de verhoudingen binnen de NAVO niet schaden, verwacht Lesser. „Obama en zijn adviseurs voelen zich zelf ook niet comfortabel over ingrijpen. Maar er is geen weg terug. Vandaar dat ze zo’n beperkte strafactie voorbereiden, geen lange operatie”.

Net als tijdens het Libië-conflict klinken de luidste „havikengeluiden” ook nu niet in Washington, maar bij bepaalde politici in Europa, zegt Lesser. „Met name in Frankrijk”.

Uit Frans oogpunt is het afhaken van de Britten spectaculair. Amerikaans-Franse samenwerking zonder de Britten is „nog niet eerder vertoond” bij offensieve operaties, zegt Bruno Tertrais, onderzoeker bij de Parijse Fondation pour la recherche stratégique tegenover persbureau AFP. „Dit is de omgekeerde situatie van 2003”, verwijzend naar Irak.

Nu de Britten zijn afgezwaaid, kan Frankrijk in Syrië nog meer op de voorgrond treden. De huidige assertiviteit in Parijs volgt op de Franse voortrekkersrol in Libië, en in Mali, vorig jaar.