Kramnik trekt het wurgkoord aan

Hans Ree

Na de tweede partij tussen Maxime Vachier-Lagrave en Vladimir Kramnik, in de halve finale van het toernooi om de World Cup, zei Vachier-Lagrave: „Ik raakte in paniek zonder goede reden.” Kramnik glimlachte en zei: „Je had een heel goede reden, want je speelde tegen mij.”

Ik dacht aan de eerste wereldkampioen Wilhelm Steinitz (1836-1900), die aan het begin van een toernooi zei dat hij een groot voordeel had op zijn tegenstanders, want die moesten tegen Steinitz spelen, en hij niet.

Kramnik had tegen Vachier-Lagrave tot de 125ste zet het wurgkoord aangetrokken. Vergeefs, want ondanks die paniek hield Vachier toch remise. Dat wurgkoord was een geliefde uitdrukking van een vorige schaakmedewerker van deze krant, Constant Orbaan. Af en toe haal ik zijn koord weer even uit de la.

Onderweg had Kramnik een erg moeilijk te vinden winst gemist, en dan komt de internetbende in het geweer. ‘Blunder! Dubbel vraagteken! Hoe kan zo'n zwaarbetaalde topspeler dat missen?’ Met Houdini, Fritz, Rybka en andere schaakmachines waant iedere muis zich een olifant.

Woensdag speelden Vachier-Lagrave en Kramnik hun tiebreak en in de eerste rapidpartij, die u hieronder ziet, speelde Vachier-Lagrave zo slecht als hij misschien nog nooit in zijn leven had gedaan.

Hij en Kramnik wonen beiden in Parijs. Het schijnt dat ze soms samen studeren en dan is Kramnik natuurlijk de Grote Broer. Misschien had die opmerking van Kramnik van de vorige dag, ‘je speelde tegen mij’, hem uit zijn evenwicht gebracht.

Kramnik komt in de finale, die afgelopen vrijdag begon, uit tegen de Rus Dmitri Andreikin, die in de halve finale Jevgeni Tomasjevski versloeg. Die twee zijn bevriend en studeren beiden aan de Universiteit van Saratov. Zouden ze hard studeren? Ik weet niet hoe het tegenwoordig is, maar in de communistische tijd stelde de universitaire studie van topschakers weinig voor.

In die tijd vroeg een schaakjournalist eens aan de Hongaarse grootmeesters Istvan Bilek en Lajos Portisch wat ze studeerden, en toen zei Bilek zonder schaamte: „Lajos, wat studeren we ook al weer?”

Maxime Vachier-Lagrave - Vladimir Kramnik, eerste rapidpartij

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. d4 exd4 4. Pxd4 Lb4+ 5. c3 Lc5 6. Le3 Lb6 7. Ld3 Een wat schuchtere zet. Ambitieuzer is 7. Lc4, 7. Dg4 of 7. Pf5. 7...Pf6 8. 0-0 0-0 9. Pxc6 bxc6 10. e5 Pd5 11. Ld2 d6 12. c4 Pe7 13. Dc2 Te snel gespeeld, vond Vachier achteraf. Volgens hem was direct 13. exd6 beter. 13... Pg6 14. exd6 cxd6 15. Pc3 Dh4 Zwart heeft geen problemen, maar wit zou die ook niet hebben als hij nu 16. Pe4 had gespeeld. 16. Tae1 Pe5 17. Te4 En ook hier was 17. Pe4 de aangewezen zet. 17...Dh5 18. Le2 Hij jaagt de zwarte dame naar een veld waar die uitstekend staat. 18...Dg6 19. Dd1 Lh3 20. Lf3 Lf5

Zie diagram boven

Binnen een paar zetten heeft wit zichzelf in grote problemen gebracht. Hij staat slecht, maar na 21. Tf4, om zijn loper te dekken, zou hij in ieder geval niet meteen materiaal verliezen. 21. Th4 Lc2 Nu staat zwart gewonnen, want na 22. De2 (wit moet Lf3 blijven dekken) Ld3 wint hij een kwaliteit. 22. Dxc2 Had hij er geen zin meer in of was hij de kluts kwijt? Misschien hoopte hij op 22...Dxc2 23. Le4, maar dat zou niet helpen, want na 23...Dxd2 24. Lxh7+ Kh8 Lf5+ Dh6 komt zwart een toren voor. 22...Pxf3+ Maar dit is nog beter. Wit gaf op.