Klimaatverandering (1)

Wetenschapsredacteur Karel Knip kreeg in NRC Handelsblad van zaterdag 24 augustus twee pagina’s om te beschrijven dat het allemaal niet zo’n vaart loopt met de negatieve gevolgen van klimaatverandering op plant- en diersoorten. Dat klinkt geruststellend. Helaas zet Knip de lezer direct al op het verkeerde been met de enorme afbeelding van een ijsbeer en haar jongen met bijbehorend onderschrift dat op de Noordpool genoeg ijs overblijft voor de diersoort.

Het is onduidelijk wat Knip verstaat onder ‘genoeg ijs’, maar het beeld dat hij in samenhang met de kop van het verhaal oproept dat dieren – waaronder dus de ijsbeer – ‘gewoon doorleven’ is misleidend. De ijsbeer is voor haar voortbestaan afhankelijk van voldoende zee-ijs in de zomer en juist dat verdwijnt in hoog tempo op de Noordpool als gevolg van klimaatverandering. Het Wereld Natuur Fonds (WNF) ondersteunt wetenschappelijk onderzoek naar gelgen van klimaatverandering, ook in het Arctisch gebied. Dat vormt het fundament van ons natuurbeschermingswerk. Naast modelmatige studies naar de toekomst van de ijsbeer die een somber lange termijnbeeld schetsen, beschikken we ook over een toenemend aantal casestudies die aantonen dat ijsberen zich moeilijk aanpassen aan het snel veranderende klimaat. Onderzoek op Svalbard (Spitsbergen) laat bijvoorbeeld zien dat vrouwtjes en hun jongen nu al in problemen komen. Doordat zee-ijs in het najaar steeds later aangroeit, kunnen ijsberen moeilijker het vaste land bereiken om daar hun jongen te krijgen. Omgekeerd geldt hetzelfde: in het voorjaar smelt het zee-ijs steeds vroeger, waardoor ijsberen en hun jongen niet de zee op kunnen voor de jacht op hun belangrijkste voedsel, zeehonden die precies in die periode hun jongen krijgen. Met andere woorden: juist in het geval van de ijsbeer is er sprake van een sluitende klimaatenvelop, de onderzoeksmethodiek die Knip zo bekritiseert.

Johan van de Gronden

Directeur Wereld Natuur Fonds