In een bad met hüttenkäse

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven.

Deze week: de kunst van het onthouden.

Ik zal niet zeggen wie wij thuis naakt in de gang in een tobbe met hüttenkäse hebben gestopt, maar ik zal dat beeld niet snel vergeten. Net zo min als het beeld van mijn buurman die met een snorkel en zwemvliezen op het balkon staat, terwijl mijn huidige verkering met een slinger elandsworstjes op de trap zit en in de hamsterkooi drie bolletjes sokken liggen.

Dat komt doordat ik tijdens de vakantie Het geheugenpaleis, De vergeten kunst van het onthouden van Joshua Foer las. Terwijl ik aan de rand van een zwembad hoopte dat ik na drie weken mijn wachtwoord van de computer zou zijn vergeten, leerde ik hoe je iets kunt onthouden. Je moet in gedachten een route kiezen door een huis of gebouw dat je goed kent. Onderweg zet je de dingen neer die je niet vergeten wilt. Als je dan weer een gedachtengang door dit ‘geheugenpaleis’ maakt, kun je de spullen zo weer oppikken.

Het helpt als je de voorwerpen iets geks laat doen, liefst ook iets scabreus. „De onfatsoenlijke handelingen die mijn eigen oma heeft moeten verrichten opdat ik de hartenacht onthield, zijn werkelijk onuitspreekbaar”, schrijft Foer. Het is trouwens mijn oudste dochter die die jongen in de hüttenkässe heeft ondergedompeld, god weet wat ze allemaal nog meer met hem heeft uitgespookt.

Inmiddels ga ik al weer twee weken naar kantoor, maar het lijstje uit Het geheugenpaleis dat we met de nieuw verworven techniek uit ons hoofd leerden, kunnen we nog steeds, op elk moment van de dag, opdreunen. Komt ’ie: ingelegde knoflook; hüttenkäse; zalm; zes flessen witte wijn; drie paar sokken; drie hoelahoepels; snorkel; droogijsmachine; Sophia e-mailen; vleeskleurige catsuit; dvd van Crazy Stupid Love zoeken; elandsworstjes; megafoon en regisseursstoel; klimgordel en touwen; barometer.

Maar wat heb je aan het onthouden van een lijstje met woorden dat je ook op een briefje schrijven kunt? Zou de techniek ook werken voor het opslaan en terugvinden van zomerherinneringen? Aangezien alle gelukkige vakanties op elkaar lijken, is de kans groot dat ik volgend jaar op deze tijd alles weer vergeten ben: de zon op meisjesbenen, het plateau fruits de mer voor drie personen, de urenlange badkamersessies, het onszelf in slaap kletsen.

Voor de knappe Portugees met de gespierde handen die ons met engelengeduld voordeed hoe je sardientjes moet fileren, kunnen we – hoewel hij valt in de categorie ‘te jong voor mij, te oud voor mijn dochters’ – best iets scabreus verzinnen. Maar met ervaringen schijnt het helaas anders te werken dan bij het onthouden van woordenlijsten en speelkaarten.

Eén vakantieherinnering raak ik trouwens liever wel kwijt. Die avond in een strandtent toen mijn dochters uit pure balorigheid (er was geen wifi) deden alsof ik hun demente moeder was. „Dan weet je tenminste hoe goed we voor je zorgen als je ze straks echt niet meer op een rijtje hebt”, zei mijn oudste en knoopte me een servet voor.

Dus zo voelt het als ze je bestek afpakken en je vlees in te kleine stukjes snijden. Als ze hun hand op je glas leggen als de ober langskomt. Als ze tegen je schreeuwen („LEKKER HE? DOE MAAR HAP HAP”) en je portemonnee afpakken om er geld uit te halen.

In De laatkomer van Dimitri Verhulst doet een man alsof hij dement is, zijn omgeving trapt er in. Het omgekeerde lijkt ook mogelijk. Dat je omgeving doet alsof jij dement bent en dat je het dan bijna zelf gaat geloven.

Het beeld van mijzelf als de demente moeder die mee op vakantie mag, verstop ik in de diepste krochten van mijn geheugenpaleis.