Ik hou niet van advocaten die de hele tijd ruzie zoeken

Deze week beslist de Hoge Raad of Nederland verantwoordelijk is voor de dood van moslims in Srebrenica. Het dossier is een nationaal trauma voor Nederland en het magnum opus van mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld.

Knoerthard werken en heel veel vechten. Zo omschrijft Liesbeth Zegveld (43) haar advocatenpraktijk. Ze begint er dagelijks het liefst zo vroeg mogelijk mee. Om vijf uur staat ze vaak al naast haar bed. Even later fietst ze van haar woning in de Jordaan naar de Keizersgracht en opent er rond half zes ’s ochtends de groene houten deur van de juristenfirma. Daar trakteert ze zich op een bordje muesli, yoghurt en een blikje cola light en slingert tegelijkertijd haar eerste sms’jes de wereld in.

„Heerlijk”, zegt ze met een stralend gezicht. „Ik ben echt een ochtendmens. Ik sta vroeg op voor de rust, voor de concentratie. Anders ben ik nooit meer alleen. En het is zo fijn als de zon opkomt. Die ochtenduren zijn het enige moment dat ik grip heb op mijn tijd. Alleen zijn is de motor die mij oplaadt. Ik wil bovendien niet de hele dag werken, dat is zo eendimensionaal. Om één uur ’s middags heb ik er al bijna een werkdag op zitten en dan wil ik een beetje lanterfanten. Ik probeer drie keer per week mijn kinderen van school te halen en ik wil ook sporten en lezen.”

Het is jammer dat een mens soms moet slapen? „Ja, hoewel ik daar ook dol op ben. Ik slaap best veel uren. Gek hè? Ik moet mezelf wel dwingen de stekker er op een gegeven moment uit te trekken en mijn telefoon weg te leggen. ’s Avonds raak ik geen dossier aan.”

Van de ruim 17.000 advocaten in Nederland heeft Liesbeth Zegveld zonder twijfel een van de meest exotische portefeuilles. Burgerslachtoffers van oorlogshandelingen, actievoerders tegen walvisvaarders, gedupeerden van de Argentijnse junta die de vader van koningin Máxima voor de strafrechter willen zien of projectontwikkelaars die zich het slachtoffer voelen van een groot magistratelijk complot – Zegveld is hun juridische raadsvrouw.

Ze koos voor het oorlogsrecht omdat het een onontgonnen rechtsgebied is en ze haar passie erin kwijt kan. Tien jaar geleden duikt haar naam voor het eerst op als ze een voormalig adjudant van de Algerijnse militaire inlichtingendienst bijstaat die in Nederland asiel wil in ruil voor een getuigenis over de moord op zeven Franse monniken in eigen land. Twee maanden later debuteert Zegveld op de opiniepagina van deze krant met een pleidooi voor modernisering van het oorlogsrecht. Individuele burgerslachtoffers van oorlogshandelingen moeten volgens haar een rechtsingang krijgen.

Het is het voornaamste thema van Zegveld. Ze praat erover in snelle, foutloze zinnen en gebruikt haar handen of zet grote ogen op als ze haar betoog kracht bij wil zetten. Als advocaat staat ze in principe alleen slachtoffers van oorlogsgeweld bij.

Deze maand bereikte Zegveld met het ministerie van Buitenlandse Zaken overeenstemming over een schadevergoeding van in totaal 200.000 euro voor tien Indonesische weduwen uit Zuid-Sulawesi, die in 1947 hun echtgenoten verloren na standrechtelijke executies. Het was de tweede keer dat de advocaat de Nederlandse staat wist te dwingen tot schadevergoeding voor oorlogsgeweld in Indonesië. In 2011 besloot Nederland dat negen nabestaanden van een slachting in Rawagede ook ieder 20.000 euro krijgen.

Zegveld wil meer dan financiële compensatie. „Minister Timmermans van Buitenlandse Zaken zou er goed aan doen excuses aan te bieden voor álle standrechtelijke executies die Nederlanders in Indonesië uitvoerden”, zegt ze een week geleden. En gistermiddag meldt ze telefonisch opgewonden dat ze zojuist is gebeld door de landsadvocaat. „In de ministerraad is besloten dat Nederland inderdaad excuses voor alle executies gaat aanbieden.”

Volgende week doet de Hoge Raad uitspraak in de Srebrenica-zaak. In 2011 besloot het Haagse hof dat de Nederlandse staat verantwoordelijk is voor dood van drie moslimmannen die door Dutchbat in 1995 werden weggestuurd van de compound in Srebrenica. Nederlandse militairen hadden destijds als VN-bataljon in de Joegoslavische burgeroorlog de opdracht moslims te beschermen. „Het arrest van het hof was fenomenaal. De raadsheren waren bereid over alle politieke barrières heen te stappen door te zeggen: als leger zet je iemand niet van de compound af.”

De staat heeft cassatie ingesteld. „Op 6  september doet het hoogste rechtscollege uitspraak. De landsadvocaat heeft de Hoge Raad een aparte brief geschreven dat als het oordeel van het hof in stand blijft, dit grote consequenties zal hebben. Lidstaten van de VN zullen volgens hem niet langer bereid zijn troepen voor vredesoperaties te leveren als er feitelijk een soort risicoaansprakelijkheid voor de mislukkingen komt te liggen bij deelnemende landen. Maar de advocaat-generaal concludeerde in mei gelukkig dat hij best snapt dat de militairen van Dutchbat het moeilijk hadden, maar dat is geen reden fundamentele mensenrechten te schenden. Ik hoop dat de Hoge Raad het daarmee eens is.”

Waarom heeft u zich toegelegd op de belangen van burgers in oorlogsconflicten?

„De spanningen tussen oorlog en recht boeien me. Het recht is een instrument van de gevestigde orde en het oorlogsrecht is natuurlijk ten dele ter bescherming van de militair, maar voor een groter deel ter bescherming van de burger. Hoe realiseer je dat in de praktijk? Ook als het leed al is geleden, probeer je toch mensen die bij de oorlogshandelingen betrokken waren verantwoordelijkheid te laten nemen voor burgerslachtoffers.

„Ik ben nu bezig met iemand die in Chora, in de provincie Uruzgan in Afghanistan, 22 familieleden heeft verloren. Ik spreek hem met een tolk via de telefoon. En die man zegt: ik zit hier en mijn leven zal nooit meer worden wat het was; ik wil weten door wie en waarom me dit is aangedaan? Dat is een heel legitieme vraag. In Nederland komen er bij het neerschoppen van een grensrechter meteen zeventien onderzoeksrapporten. Iedereen is ermee bezig. In Afghanistan is ook bij grote moordpartijen nog geen begin van een onderzoek, terwijl dit heel belangrijk is voor de slachtoffers. Ik wil zorgen dat er verantwoordelijkheid wordt genomen. En dan heb ik het niet eens per se over het eisen van een zak geld. Maar wel wil ik voorkomen dat het leger een gesloten bolwerk blijft en belangrijke vragen geen antwoord krijgen.”

De liefde voor juristerij heeft Zegveld van haar vader, zegt ze zelf. Hij begon op zijn 21ste een studie rechten – na een afgebroken verblijf op het seminarie – en werkte bij een verzekeringsmaatschappij en een uitgeverij. Haar moeder was verpleegkundige. Zegveld is naar eigen zeggen een echte mix van haar ouders.

„Mijn vader is verbaal en schriftelijk heel sterk en dat zijn de voornaamste eigenschappen voor juristen. We delen de grote liefde voor taal. Hij is een heel slimme man die steeds de grenzen opzoekt. Mijn moeder is veel meer van de harmonie. Ik hecht zelf ook aan zachte en aardige verhoudingen met de mensen om me heen. Ik hou ook helemaal niet van advocaten die de hele tijd ruzie zoeken. Bij vrienden gaat het er om dat ze sympathiek zijn. Maatschappelijk betrokken ben ik al in mijn werk, in vriendschappen zoek ik iets anders. Dat heb ik van mijn moeder. Mensen verwachten altijd dat ik zo’n enorme haaibaai ben. Maar als ze me leren kennen, zeggen ze: goh, je bent eigenlijk best wel aardig.”

Wist u als kind al dat u advocaat wilde worden?

„Ik ben nooit zo bezig geweest met wat ik later wilde gaan doen. Studeren betekende voor mij vooral veel kennis verzamelen. Ik wilde ook promoveren, want ik vond dat je na de universiteit nog helemaal niks wist. Ik deed geen zak tijdens mijn studie in Utrecht en ik heb toch zeven jaar gestudeerd. Ik wilde in mijn studententijd vooral ontdekken wie en wat ik was, mijn core beliefs.

„Ik zat in een leuk corpshuis maar het lidmaatschap van zo’n studentenvereniging is niks voor mij. Bij het corps wilde ik niet, want ik geloof niet in het scheiden van mannen en vrouwen. Veritas was vol en toen heb ik ontgroening gedaan op Unitas. Daar bleken ze elkaar te bespugen. En dat drillen, een soort militair regime waarbij jongens en meisjes op een respectloze manier hun gram willen halen, vreselijk. Het was mijn eer te na om halverwege te stoppen, maar na de laatste dag heb ik gezegd: mensen, hier wil ik niet bij horen. Ik denk dat degenen die hier plezier aan beleven niet de meest sterke schakels van onze samenleving zijn.”

In 2000 ging Zegveld werken bij wat nu kantoor Böhler heet, vernoemd naar advocate Britta Böhler. De tien jaar oudere collega was voor Zegveld een rolmodel. „Ze leerde mij het vak. Advocatuur moet je echt gaan ademen. Britta is steady. Er gebeuren voortdurend dingen waarvan je denkt: Holy Moses, hoe gaan we dat oplossen? Zij is niet onder de indruk van de grote mannen om ons heen. Dat is prettig in deze maatschappij. Mijn oma zei nog tegen me: ‘Als jij nou afwast, kan je broer Wouter buiten spelen’.”

Jullie kantoor profileert zich als ‘gedreven, eigenzinnig en maatschappelijk betrokken’. Wat wil dat zeggen?

„Dat is alles wat ik ben, toch? Ik wil iets bereiken, niet maar een beetje aanmodderen. Dat is gedreven. En het hele kantoor is eigenzinnig. We gaan tegen de stroom in. Daar waar iedereen al zijn gedachten een bepaalde kant op heeft laten gaan, roepen wij graag het tegenovergestelde.”

De betrokkenheid van Zegveld viel ook een van haar Srebrenica-cliënten op. De voormalige Dutchbat-tolk Hassan Nuhanovic (wiens vader en broer het leven lieten toen ze door Nederlandse militairen werden weggestuurd) liet eerder tegenover het Advocatenblad weten dat hij verbaasd was dat zijn advocaat moest huilen toen hij in de rechtbank zijn getuigenis aflegde.

„Ja, nou ja, huilen is een beetje overdreven. Ik kreeg tranen in mijn ogen, maar ik zag dat de landsadvocaat ook even de andere kant op moest kijken. Het is een enorm drama en dat raakt je steeds weer ten diepste. Gelukkig maar.”

Jullie streven ‘relevante sociale veranderingen’ na. Is dat niet meer iets voor een actiegroep?

„We behandelen ook wel normale strafdossiers of arbeidsgeschillen, maar we onderscheiden ons met zaken die andere kantoren laten liggen omdat ze niks opleveren. En zaken waarin we investeren vanwege het maatschappelijk belang.”

Uw zaken leveren financieel niet zo veel op. Doet u ze vooral voor het publieke profiel van het kantoor?

„Ja, dat is ook zo. Financieel is dit geen vetpot. Bij elk ander kantoor kan ik makkelijk het dubbele verdienen. Maar daar doe ik het niet voor.”

Kunt u een deel van de schadevergoedingen voor slachtoffers opeisen als honorarium?

„Ja dat kan, maar daar ben ik misschien iets te terughoudend in. Ik wil niet dat in zulke gevoelige zaken het beeld ontstaat dat ik daar veel aan overhoud. We berekenen nu minimale kosten maar misschien ga ik het bij volgende zaken wel anders aanpakken.”

Dit jaar veroordeelde de Haagse rechtbank Yvonne Basebya tot zes jaar en acht maanden omdat zij jongeren in Rwanda aanzette tot het plegen van genocide. In het vonnis krijgt haar advocaat Victor Koppe (al vijftien jaar partner bij Böhler) er opmerkelijk van langs. Hij heeft volgens de rechters een slachtoffer en getuige „onbetamelijk doorgezaagd over details waarvan de relevantie de rechtbank ook thans nog niet is gebleken.”

Geeft zo’n uitspraak geen spanningen binnen uw kantoor? U komt juist op voor oorlogsslachtoffers en uw kantoorgenoot zaagt het slachtoffer door?

„Ik ken die overweging van de rechtbank oprecht niet. Het is lastig om erover te beginnen, want wij sluiten binnen kantoor altijd de rijen. Ik weet dat Victor in die zaak enorme conflicten had met het OM. Hij ging er stevig in omdat hij dacht dat dit voor zijn cliënt het beste was. Dat is wel onze taak. Daarin kies ik per definitie zijn kant. Wij geloven erg in elkaar en daarom zitten we hier ook samen. Uit één overweging van de rechtbank leid ik niet af dat er iets onbetamelijks is gebeurd. Ik sta in principe aan de zijde van mijn collega’s. Ik steek mijn handen voor ze in het vuur. Het is echt wel een beetje een gezin hier. We krijgen al vaak genoeg van het OM of van derden de wind van voren.”

De afgelopen jaren stond Zegveld ook de projectontwikkelaars vader en zoon Poot van Chipshol bij. Zij wisten vervolging af te dwingen van de Haagse rechters Hans Westenberg en Pieter Kalbfleisch omdat ze menen dat ze zakelijk zijn gedwarsboomd door corrupte rechters.

Gelooft u zelf ook dat er sprake is van ontoelaatbare vriendjespolitiek binnen de rechterlijke macht?

„Als je in de schoenen van Poot staat, is het wel heel moeilijk te geloven dat de rechterlijke behandeling van hun geschillen helemaal zuivere koffie was. Ik formuleer het voorzichtig, want beide rechters zijn vrijgesproken. Ik sluit niet uit dat er veel waarde is toegekend aan hun lezing van de gebeurtenissen omdat ze rechter waren. Meer algemeen wil ik zeggen: overal zitten rotte appels en wij doen in Nederland te veel alsof dat in ons rechtsysteem niet voorkomt. Het toewijzen van zaken aan rechters is bijvoorbeeld totaal ondoorzichtig. Wie krijgt waarom een zaak? En hoe kan het dat rechters worden gewisseld halverwege de behandeling van een zaak? Het is zo bepalend wie je als rechter hebt.

„Het is ook gek dat in Den Haag alle regeringsinstellingen zitten en de grote advocatenkantoren die de staat bijstaan. En ook de rechtbank die over geschillen met de staat moet oordelen, zetelt in Den Haag. Die juristen komen elkaar allemaal tegen op het hockeyveld. Dat is ongezond. Je gaat toch nooit uitvaren tegen iemand met wie je ’s avonds een balletje slaat? Mensen willen elkaar te vriend houden. Het zou goed zijn als de rechtbank die over rechtszaken tegen de staat oordeelt aan de andere kant van het land zit.”

Zou u niet beter op uw plaats zijn bij het OM? Er is geen advocaat die zo vaak aanklaagt?

„Ik ben dit jaar nog door het OM gevraagd of ik wilde werken bij het landelijk parket op de afdeling internationale misdrijven. Maar bij justitie zou ik niet meer mijn vrijheid hebben. Het OM is dan wel onafhankelijk, maar het is ook een erg hiërarchisch apparaat en het ministerie van Justitie oefent grote invloed uit. Nu ben ik helemaal vrij en dat is een niet te onderschatten rijkdom.”

Of volgt er nog een carrière als politicus?

„Bah, politiek”, zegt Zegveld, die bij de laatste verkiezingen SP stemde. Ze trekt een vies gezicht. „Politiek is mij veel te weinig principieel. Te veel achterkamertjes en ellebogenwerk. Dan moet je met de wind meewaaien en bereid zijn fundamentele dingen in te leveren. En dat wil ik niet. Het is juist de kracht van dit werk dat we dat niet doen. Nee, politiek, nooit.”