Ik ben bang voor onweer‘ ’

Weerman Gerrit Hiemstra stak met zijn zeilboot de oceaan over, en overwon zichzelf. ‘Je moet er staan. Doen. Je kunt je niet verstoppen. Net als bij de televisie.’

tekst Rinskje Koelewijn foto Ilja Keizer

Na afloop van de lunch geeft Gerrit Hiemstra een rondleiding over de NOS-redactie. In de televisiestudio gaat hij even op de plek staan waar hij vanavond het weer zal presenteren. Voel je, zegt hij, hoe bedreigend deze plek kan zijn? „Als de camera draait, sta je er alleen. Je kunt je niet verstoppen. Niemand kan je helpen als het fout gaat. Alle hens aan dek.”

En hij, Gerrit Hiemstra, tweede zoon van een Friese veehouder uit Suameer, staat daar al vijftien jaar Nederland te vertellen wat het weer zal worden. Zijn wangen kleuren als hij het zegt. „Je kunt veel meer dan je denkt. Daar ben ik inmiddels wel achter gekomen.”

Buiten of binnen?, vraagt hij. Hij staat met zijn dienblad in de NOS-kantine en kijkt vragend om. Beige vest, spijkerbroek, cognackleurige schoenen. Wat zei hij gisteravond ook alweer aan het eind van het NOS journaal? Weinig wind, waardoor het vandaag aangenaam aan zou voelen. „Binnen”, besluit hij en kiest een tafel bij het raam.

Na het vwo moest hij een studie kiezen. „Ik kon goed leren, dan moet je iets.” Maar wat? „Ik kom uit een klein dorpje”, begint hij. Hij strijkt met twee handen door zijn rossige haar, leunt achterover en zegt: „Hoe moet ik dat nou uitleggen? Ik had weinig van de wereld gezien. Veel was vreemd en onbekend.” Hij koos landbouwtechniek in Wageningen. „Ik heb gedaan wat me het minst onbekend was.” Maaien, dorsen, koeien melken. Hij zou het nog kunnen, als het moest. In het tweede jaar kreeg hij meteorologie, de kunde van het weer. „De professor kon de aandacht vestigen op dingen die je niet ziet, maar die wel gebeuren.” Zoals? „Hoe regen ontstaat. Mensen denken dat een wolk een spons is. Als de bui voorbij is, is de wolk leeg.” Geduldig, met twee handen, een mes en een vork als hulpmiddel, legt hij uit wat regen is. Lucht stijgt op, koelt af, condenseert.

Hij is, als oud-student, ambassadeur van de Wageningen Universiteit. „Een soort rolmodel.” Eens in de zoveel tijd worden oud-studenten uitgenodigd voor een bijeenkomst. Dan komt Jeroen Dijsselbloem, minister van Financiën. Wout Dekker, de president-commissaris van de Rabobank. Willem Schoonen, de hoofdredacteur van dagblad Trouw. Een topambtenaar, de directeur van een waterleidingbedrijf. „Ja hallo, daar zit ik dan tussen.” Hij glundert, alsof hij afwacht wat ik daarvan vind. Hij is waarschijnlijk bekender, zeg ik, dan al die anderen bij elkaar. Ja, zegt hij. „Dat denk ik eigenlijk ook.” Hij vindt die bijeenkomsten gewoon hartstikke leuk, zegt hij. „Ik bagatelliseer mijn eigen rol. Misschien is dat onterecht.”

Blondines

Op de Italiaanse televisie presenteren militairen het weer. Of „rondborstige blondines”, net als in Frankrijk en Spanje. De NOS laat het weer over aan meteorologen. Gerrit Hiemstra berekent niet zelf de weersverwachting. „Ik interpreteer het weer.” Computers leveren hem de data aan. „Het maakt de meeste mensen niet uit of er 10 of 15 millimeter regen valt. Ze willen weten wanneer het waar regent en hoe lang. Of het lekker fris is, of juist kil.” Soms is slecht weer zijn schuld. „Horecaondernemers aan de kust waren boos. Ze vonden het weerbericht te negatief, hun klanten bleven weg.” Hij slaat met de vlakke hand op tafel. „Nou breekt me de klomp.” Hij merkt dat mensen, meer dan vroeger, alles van tevoren willen weten. „Onzekerheid wordt niet meer geaccepteerd. Als mensen horen dat er mogelijk een bui valt, gaan ze niet naar het strand. Maar daarvoor kun je niet mij de rekening sturen.”

Wat hem nou zo verbaast: mensen die moeten weten wat het weer wordt, weten het vaak niet. Zeilers, zegt hij, weten alles van zeilen maar niets van het weer. Terwijl je juist op het water wilt weten hoe hard de wind waait en uit welke richting. Op de binnenwateren net zo goed als op zee. Zelf zeilt hij nog niet zo lang. Zes, zeven jaar geleden raakte hij met een collega in gesprek. „Hij liet me allemaal foto’s zien van zijn boot. Ik zeg: heb je soms een hobby? Hij zegt: ga een keertje mee. Na twee dagen op zee was ik verkocht.” Wat hem aanspreekt: „Je moet er staan. Doen. Je kunt je niet verstoppen. Net als bij de televisie.” Zeilen op zee is vrijheid, zegt hij. „Maar het is niet vrijblijvend.”

Het klinkt misschien wat filosofisch, maar het verschil tussen het normale leven en zeezeilen, is het gevoel van controle. „Op zee ben je nooit ‘in control’. Je bent overgeleverd aan de omstandigheden. Het is serious business.”

Sinds een paar jaar geeft hij weercursussen aan zeilers. Op zijn eigen zeilboot in Lemmer. ’s Ochtends theorie, in de middag zeilen, drie dagen lang. Grote boot?,vraag ik. „Een Swan.” Een 47 voet klassieke zeilboot van polyester. „De Bentley onder de zeilboten.” Niet slecht voor iemand die nog niet zo lang zeilt. Verlegen: „Ja, kijk. Er kwam wat meer budget. Dus kwam er een grotere boot.” In 2009 verkocht hij zijn bedrijf WeerOnline aan Zoover, een reisorganisatie op internet. Zoover kon online weersverwachtingen goed gebruiken. Mensen die een vakantie boeken, willen weten wat het weer wordt. „Zij wilden ons graag hebben. Toen zei ik: vooruit dan maar.”

Hij had één criterium waaraan de nieuwe boot moest voldoen. „Ik moest er in kunnen staan.” Hiemstra is 1.95 meter. „Negentig procent van de boten viel dus af.” En toen zag hij die Swan. Eén probleem. De boot lag in Amerika, bij Newport. „Ik had drie mogelijkheden. De boot laten overvaren door een crew. De boot op een schip zetten en laten bezorgen (kosten: 20.000 dollar). Of zelf gaan halen.” Voor de laatste optie had hij, als beginnend zeiler, veel te weinig ervaring. „In de Waterkampioen las ik een verhaal over een Nederlander die een Swan uit Amerika haalde. Als hij het kon, dacht ik, kan ik het ook.” Hij huurde, tegen betaling, een professionele schipper in. Drie crewleden voeren vrijwillig mee. „En ik was passagier op mijn eigen boot.”

Hij is, met een tussenstop op de Azoren, een maand onderweg geweest. „Je weet niet hoe lang de tocht zal duren. Dat hangt van het weer af.” Hij had een laptop bij zich, een gehuurde satelliettelefoon. „Elke middag trok ik me terug in de kajuit, en dan ging ik met het weer aan de gang.” Na een half uur kwam hij eruit met een weerbericht. „Ben je daar zo lang mee bezig, vroeg de schipper. Zij zei dat ze nooit langer dan vijf minuten op een weerkaart keek.” Onbegrijpelijk. „Het weer is een blinde vlek. Zeilers snappen er geen hout van. Terwijl je zoveel uit een weerkaart kunt halen.” Het weer kan het verschil maken tussen een fijne dag zeilen en een noodsituatie. Vaak is een nare ervaring de aanleiding voor een cursus bij hem op de boot.

Reddingsbrigade

Hemelvaart, nu twee jaar geleden. „Mijn zoon, toen 15, nodigde een paar vriendjes uit voor het weekeinde bij ons op de boot. Ik zeg: heb je naar het weerbericht gekeken. Dat had hij niet. Gaan we dat eerst even doen. Ik kijk en zeg: we gaan niet. Voor dat weekeinde was windkracht vijf à zes voorspeld. Voor een beginnend zeiler is dat een te groot risico.”

En wat bleek? Dat Hemelvaartweekeinde was voor de reddingsbrigades het drukste weekeinde van het jaar. „Mensen denken: we hebben tijd, we hebben een boot, we gáán. En dan zitten ze op het IJsselmeer en denken: hoe kan het nou opeens zo hard waaien? Ja, dat kan komen door een voorbijtrekkend koufront. De lucht is dan instabieler.”

Is hij soms bang voor het weer? „Nee. Dat ben ik niet. Alleen voor onweer ben ik bang. Als je geraakt wordt door de bliksem vertel je dat niet na.”

Hij is verstandig. „Ervaren zeilers zijn niet bang voor storm, omdat ze weten hoe ze die moeten trotseren.” Hij ziet de storm op de weerkaart aankomen, en ontloopt hem liever. Hij moet het hebben van zijn voorbereiding, voorspellingen en voorzichtigheid.

Afgelopen zomer was hij drie weken met de boot in Denemarken. „Ik dacht van tevoren: de zee over met vrouw, zoon en dochter, zonder al te veel ervaring – dat is me een brug te ver. Hij is meegegaan met een georganiseerde reis, elf boten in flottielje, twee instructeurs bij hem aan boord. Zo is hij ten noorden van de Wadden voorbij de Elbe-monding gekomen. Een berucht stukje zee. „Zo weet je honderd procent zeker dat je er zonder trammelant komt.” Een ervaren echtpaar heeft zijn boot terug gevaren, hij reed hun auto naar huis.

Hij leunt achterover. Vraagt zich weer hardop af hoe hij het nou eens zal uitleggen. „Ik heb veel opgestoken van die oceaanreis. Ik was een boerenjongetje. Niks gewend. Stronteigenwijs én onzeker.” Hem hoefde je niet te vertellen hoe het zat. „Ik moest alles zelf ontdekken.”

En hij heeft ontdekt dat hij meer kan dan hij dacht. „Een bedrijf runnen, het voor veel geld verkopen, met een zeilboot de oceaan oversteken – dat was iets voor andere mensen. Daar keek ik tegenop.” Hij zocht zijn grenzen op, en kon erover heen.

„Spanning is bedreigend. Maar ook aantrekkelijk. Daar ben ik wel achtergekomen. Ik heb nu zoveel achter de rug...Ach, dan zal de rest ook wel goed komen. Toch? Ik maak me niet meer zo snel druk.”