Hoe warm het was en hoe droog

Foto Robin Utrecht
Foto Robin Utrecht

Als dit geen spannende zomer was! Het ene na het andere weerrecord dreigde te sneuvelen en er klonk waarschuwing op waarschuwing door de ether. Op 3 juni stond het peil in de Rijn bij Lobith drie meter hoger dan hij anders op 3 juni bij Lobith stond. Het had te veel geregend bij de oosterburen. Gelukkig was dijkbewaking niet nodig. Wel stuurde de projectleider hoogwatervoorspelling van Rijkswaterstaat elke dag een hoogwaterbericht naar de waterschappen.

Die, op hun beurt, lieten ons op 24 juli weten dat zij rekening met droogte hielden en de vinger aan de pols hadden en dat Rijkswaterstaat ook maatregelen trof. Twee dagen eerder had waterschap Groot Salland juist bekend gemaakt dat er géén droogteproblemen waren, maar de andere schappen hadden de schrik nog in de benen van die keer dat een verdroogde veendijk zomaar wegschoof en een sloot leegliep. Het was bij Wilnis en het was gênant.

De juli-zorgen kwamen natuurlijk door de hitte. Meestal geldt hitte = droogte en het wáren ook erg warme dagen. „Het ís zover: de warmste dag van het jaar tot nu toe is een feit”, meldde de internetsite van een bekende middagkrant triomfantelijk op 22 juli, toen Salland nog niets door had. Even werd het doodstil in Nederland, zelfs de halsbandparkieten hielden hun bekjes. De warmste dag van het jaar tot nu toe was aangebroken. Het werd 32,6 graden in De Bilt, die dag.

En op 2 augustus dreigde het nog een graadje erger te worden, die dag zouden alle records kunnen sneuvelen. ’t Werd misschien wel 37 of 38 graden, de nieuwssite nu.nl liet zich van minuut tot minuut informeren door weeronline.nl. Maar halverwege de dag stak een windje uit zee op en in De Bilt werd het niet warmer dan 34,0 graden. Toch knalde nu.nl om 15.47 uur precies het nieuws de wereld in: ‘dagrecord hitte gebroken’ . In Arcen was 36,9 graden gehaald. Nooit was het op 2 augustus in Nederland zo warm geweest, het oude record voor 2 augustus stamde uit 1921, toen werd het in Maastricht 34,2 graden.

Er was geen speld tussen te krijgen, al ging het voorbij aan het feit dat het bij voorbeeld op 9 juli 2010 in De Bilt 34,4 graden werd. 9 juli is nu eenmaal niet 2 augustus.

Waar was het KNMI op 2 augustus, toen het in Arcen zó heet werd? Wij doen niet aan dagrecords, zeggen de meteorologen Harry Geurts en Rob Sluijter. Als je records aan dagen en plaatsen gaat verbinden kun je wel bezig blijven. En dan Arcen: de waarnemingen lopen er pas sinds 1990. Het KNMI komt alleen met een bericht als een hele maand uitzonderlijk warm of koud of droog was. Heel soms een decade, dus 10 dagen. Maar dagrecords: nee.

Vergeten te vragen waar het geheimzinnige Ell (waarnemingen sinds 1999) en het meelijwekkende Hupsel (1989) liggen. Westdorpe (1991) en Berkhout (1999)? Wie zal het zeggen. De AW-redactie was inmiddels gedoken in een onderzoek naar het aantal warmste-dagen-tot-nu-toe dat een gemiddeld jaar telt. Je zou dat soort dagen gemakshalve ‘voorlopige jaarmaxima’ kunnen noemen, of VJ’s of zoiets. Als op 24 juli in De Bilt een VJ werd bereikt van 32,6°C dan was 2 augustus met 34,4 natuurlijk een nieuw VJ. Maar 18 juni met 30,4 graden in De Bilt was ook al een VJ geweest. Het is allemaal makkelijk na te gaan door op de KNMI-site de tekst ‘Klimatologie/Verleden weer’ aan te klikken en dan verder naar ‘Tabellen met gegevens per station’. Op 1 januari werd het in De Bilt 8,8 graden, maar toen het op 3 januari 11,6 graden werd bleek dat een eerste VJ dat stand hield tot het op 29 januari 13,0 graden werd. Op 5 maart was 15,9 het derde VJ. Als het in september in De Bilt niet heter wordt dan 34,0 graden dan eindigt dit jaar met maar 12 VJ’s. Het is waarschijnlijk een record, misschien moet weeronline.nl daar nog even naar kijken. Er zijn ook jaren met wel 21 VJ’s, voor de laatste acht jaar ligt het gemiddelde op 16. Voorlopige jaarminima zijn er nauwelijks, niemand begrijpt dat.

Het theoretisch maximum aantal VJ’s ligt op ongeveer 180, het zou worden bereikt als de temperatuur vanaf het winterminimum zonder fluctuaties gestaag en lineair zou oplopen tot het zomermaximum en elke dag een maximum had dat zo’n 0,2 graden hoger lag dan de dag ervoor. Het kan zelfs wel 200 worden als je rekening houdt met het idiote verschijnsel dat het in Nederland gemiddeld genomen 7 maanden lang almaar warmer wordt en dat de afkoelingsperiode gemiddeld altijd maar 5 maanden duurt. Dat komt door de zee.

Enfin. In werkelijkheid zijn er wel fluctuaties en die houden de aantallen VJ’s laag. Opeens was daar het inzicht dat in het aantal VJ’s die temperatuurfluctuaties schitterend eenvoudig tot uitdrukking komen. AW-index voor de wisselvalligheid van het weer! Hoe lager het aantal VJ’s hoe zwaarder de wisselvallen. De computer rekent de index in een paar seconden uit, zelfs voor Ell en Hupsel, en misschien zit er wel een rare trend in.

Wat vindt het KNMI? Geurts en Sluijter aarzelen. “Heeft u echt al die waarnemingen langsgelopen? Nee, wij hebben daar nog nooit aan gerekend. U moet weten: wij meten pas gestandaardiseerd sinds 1901. Je kúnt in 112 getallen trends vinden, maar er zit veel grilligheid in het signaal.” De AW-redactie heeft besloten zich niet door die grilligheid te laten afschrikken.