Hoe de koning zijn opvolging bij het IOC regelde

Olympische Spelen Toen Nederland zijn laatste zetel in het IOC dreigde kwijt te raken, grepen Willem-Alexander en IOC-erelid Hein Verbruggen in. Ze schoven Camiel Eurlings (KLM) naar voren, ten koste van NOC*NSF-baas André Bolhuis.

Bij sportminnend Nederland stokt op 23 februari 2010 de ademhaling, als schaatser Sven Kramer verkeerd wisselt van baanhelft op de tienduizend meter bij de Olympische Spelen in het Canadese Vancouver. In plaats van goud wordt de in topvorm verkerende Kramer gediskwalificeerd.

De sfeer onder de aanwezige Nederlandse sportbestuurders is, ondanks uiteindelijk acht medailles, toch al niet euforisch. Jacques Rogge, de hoogste baas van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), heeft slecht nieuws voor André Bolhuis, aankomend baas van het Nederlands Olympisch Comité (NOC*NSF). En marge van de wedstrijden laat de Belg weten dat de twee IOC-zetels die Nederland op dat moment bezit niet langer een zekerheid zijn. Rogge: „Houd er rekening mee dat jullie teruggaan naar één zetel, want ik streef naar diversiteit.”

Opkomende sportlanden als Kazachstan eisen een plek in het hoogste internationale sportorgaan, waarin dan kroonprins Willem-Alexander en de op leeftijd geraakte oud-judoka Anton Geesink zitten. Rogges boodschap is alarmerend, beseft Bolhuis. In 2008 had Nederland nog vier IOC-leden, nu dreigt marginalisering. Om invloed te houden, moet er iets gebeuren. Zoveel is duidelijk. Maar wat?

Olympische Spelen 2028

Vóór de Spelen, in januari 2010, hebben de kroonprins en Hein Verbruggen, sinds 2008 erelid van het IOC, al bij elkaar gezeten. Hoewel er nog geen datum is, is de verwachting dat Willem-Alexander in de komende jaren zijn moeder zal opvolgen. Dat betekent het einde van zijn IOC-lidmaatschap, zo is afgesproken bij diens aantreden met toenmalig premier Wim Kok.

De prins en Verbruggen, al jaren goede bekenden, smeden een plan voor de voordracht van een nieuwe IOC-kandidaat. De Rijksvoorlichtingsdienst laat desgevraagd weten dat de inzet van (inmiddels) koning Willem-Alexander was „om opnieuw een Nederlander te laten benoemen in het IOC, bij voorkeur iemand die beschikbaar is voor een langere periode”.

Het nieuwe IOC-lid moet immers de capaciteiten hebben om de Olympische Spelen van 2028 naar Nederland te halen, een droom van de prins en Verbruggen.

In Vancouver lichten ze Bolhuis in. Het gesprek moet leiden tot een gezamenlijke zoektocht naar een geschikte kandidaat. Die moet volgens de prins en Verbruggen bovenal een geslaagde bestuurlijke carrière hebben; een absolute noodzaak om te kunnen toetreden tot het hoogste sportorgaan. Tandarts en oud-hockeyer Bolhuis hoort het verhaal geïnteresseerd aan. Gedrieën filosoferen ze over de benodigde bestuurlijke kwaliteiten van de kandidaat. Aan afgezwaaide topsporters wordt niet gedacht. Daarvoor is er binnen het IOC de atletencommissie, vinden ze alle drie. De naam van Camiel Eurlings valt evenmin. De goedlachse Limburger is op dat moment minister van Verkeer en Waterstaat. Hij is de gedoodverfde opvolger van Jan Peter Balkenende als leider van het CDA.

In de zomer van 2010 spreekt Bolhuis met Geesink. Bolhuis: „Anton kwam bij me om over zijn opvolging te praten.” In een persoonlijk gesprek vertelt Geesink volgens Bolhuis dat hij er om gezondheidsredenen mee wil stoppen. Bolhuis: „Hij zei: ‘Als ik terugtreed, moet jij me opvolgen.’” Dé reden dat Geesink oud-olympiër Bolhuis in Vancouver al aan iedereen voorstelde binnen het IOC. De lobby haalt niets uit. In augustus van dat jaar overlijdt de binnen het IOC niet erg serieus genomen Geesink plotseling.

Rogge houdt woord. Nederland is zijn tweede IOC-zetel kwijt. Van de vier IOC-leden uit 2008 resteert alleen de prins, voor zolang het duurt. Zoals de hele natie wacht hij op het moment dat hij zijn moeder zal opvolgen.

Ergenis

Willem-Alexander in gesprek met IOC-voorzitter Jacques Rogge bij de openingsceremonie van het Europees Jeugd Olympisch Festival op 14 juli in Utrecht.

De toch al moeizaam tot stand gekomen ambitie om de Olympische Spelen, honderd jaar na ‘Amsterdam 1928’, weer naar Nederland te halen, loopt in oktober 2010 averij op. Olympisch Vuur – de club waarin heel polderend Nederland is verzameld om de Spelen naar Nederland te halen – verliest in oktober 2010 voorzitter Ivo Opstelten. De VVD’er ziet zijn eigen droom om minister te worden gerealiseerd. Maandenlang zoekt Bolhuis naar een opvolger. Oud-Shell-baas Jeroen van der Veer, Akzo-CEO Hans Wijers en voormalig premier Balkenende; allemaal bedanken ze voor de tijdrovende, maar onbetaalde klus.

Achter de schermen werken de prins en Verbruggen onverdroten verder aan hun plan. Ten koste van alles willen ze een publiekelijke strijd om een IOC-zetel, zoals in het verleden diverse keren is gebeurd, voorkomen. Dat dreigt te mislukken, omdat Bolhuis zelf IOC-lid wil worden.

Geïrriteerd schrijven ze op 20 juni 2011 het NOC*NSF-bestuur een brief. Daarin prijzen ze de kwaliteiten van Bolhuis – „Gelet op zijn cv is André zonder meer de aangewezen kandidaat” – om vervolgens zijn ongeschiktheid te benadrukken. „Kijken wij naar het strategisch belang vanuit Nederland binnen het IOC op de langere termijn, dan dienen ook andere factoren te worden meegewogen.” Wat volgt, is een uitgebreid en met Rogge afgestemd profiel van het gewenste IOC-lid: jong, financieel onafhankelijk, diplomatiek, teamspeler met affiniteit met zowel de publieke als de private sector, internationaal netwerker en goede kennis van Engels en Frans, maar liefst ook Spaans en/of Duits. Niet bepaald een karakterschets van de zestiger Bolhuis.

„Je moet het toch doen, anders heeft Nederland straks geen IOC-lid meer.”

Kees Storm, president-commissaris KLM, tegen Camiel Eurlings

Bovendien benadrukken de prins en Verbruggen in hun brief weer het belang van een invloedrijk IOC-lid met het oog op de kandidatuur voor de Spelen van 2028. „Betrokkene zou voldoende tijd moeten krijgen om stapsgewijs een loopbaan binnen het IOC te kunnen opbouwen, zodat tegen de tijd dat een Olympische kandidatuur zou gaan spelen, hij/zij een stevige positie heeft binnen de organisatie.” Voor zo iemand is de kroonprins bereid vroegtijdig zijn zetel op te geven, laat hij Verbruggen weten.

De brief, waarvan een kopie aan onder meer IOC-baas Rogge is gestuurd, leidt tot een gesprek van de prins en Verbruggen met het NOC*NSF-bestuur. De twee scribenten stellen echter tot hun ergernis vast dat er onder de bestuursleden weinig kennis van IOC-zaken bestaat. Zo kennen ze niet de procedure voor de kandidaatstelling van een IOC-lid. Tot een eenduidige uitkomst leidt het gesprek niet. De prins en Verbruggen beseffen dat ze door de niet-aflatende ambitie van Bolhuis geen steun van NOC*NSF hoeven te verwachten voor hun plan.

Sterker, Bolhuis reist in het najaar van 2011 met oud-IOC-lid Els van Breda Vriesman naar Lausanne. Ze vragen Rogges steun om NOC*NSF nadrukkelijk te betrekken bij een volgende Nederlandse IOC-kandidaat. Een harde toezegging doet de Belg niet.

Privéleven

Een jaar na het vertrek van Opstelten heeft Olympisch Vuur nog altijd geen nieuw boegbeeld. Aangemoedigd door anderen overweegt Bolhuis Camiel Eurlings te vragen. Die is na zijn vertrek uit de politiek – „Ik wil meer tijd voor mijn privéleven om niet op mijn 65ste met een jong kind naar de voetbalclub te gaan” – begin 2011 aangetreden als directeur van de vrachtdivisie bij KLM. Bij een autorally van het Rode Kruis in Drenthe polst hij hoe KLM-baas Peter Hartman tegenover zo’n verzoek staat. Hartman reageert niet erg enthousiast, maar zegt geen nee. Als Eurlings vervolgens wordt aangezocht en zich kort daarna vergewist van de steun van de kroonprins, zegt hij toe.

Eurlings begint eind 2011 energiek aan zijn voorzitterschap van Olympisch Vuur, maar het ontbreekt hem aan tijd om het verschil te maken. Bij de gelegenheden waar hij wel aanwezig is, houdt hij enthousiaste verhalen. Zoals bij de Olympische Spelen in Londen, waar hij zich laat vergezellen door zijn coach Ad Everaars. De oud-journalist traint Eurlings in het spreken voor grote groepen. Everaars’ handelsmerk is het aanleren van een gereguleerde ademhaling en een rustige lichaamshouding, met de handen gevouwen tegen de buik. Lessen die Eurlings zich snel eigen maakt.

In sportkringen zoemt Eurlings’ naam, die nooit actief was in de sportwereld, inmiddels steeds luider rond als mogelijke IOC-kandidaat. Precies zoals de prins en Verbruggen beogen.

Niettemin weet ook de oud-politicus niet te voorkomen dat Olympisch Vuur in oktober 2012 sneuvelt bij de formatie van het huidige kabinet (VVD en PvdA). Dit tot grote teleurstelling van veel sportbestuurders. De kritiek treft behalve het kabinet ook Eurlings. „Hij was geen boegbeeld”, zegt oud-volleybalcoach Joop Alberda, als adviseur verbonden aan Olympisch Vuur, tegen Het Parool. „Camiel was niet de trekker.” Eurlings verdedigt zich in dezelfde krant. „Ik heb er veel tijd in gestoken, maar het werk vond vooral achter de schermen plaats.”

Het schrappen van de olympische ambitie vergroot de tweespalt over de Nederlandse IOC-kandidatuur. Voor de kroonprins en Verbruggen is Eurlings, ondanks de tegenslag, ‘witgewassen’ als sportbestuurder. Bolhuis ziet er juist het bewijs van Eurlings’ onervarenheid in de sportwereld in. „Door het opblazen van Olympisch Vuur was de stap om Eurlings voor te dragen niet erg logisch meer”, zegt Bolhuis terugblikkend. Een gedachte waarin hij niet alleen staat. Zijn NOC*NSF-bestuur en oud-IOC’er Els van Breda Vriesman zien Bolhuis meer dan ooit als dé kandidaat.

De prins en Verbruggen laten het er niet bij zitten. Ze geven hun contact Joost Van Heyningen Nanninga van het gerenommeerde headhuntersbureau Egon Zehnder de opdracht om kandidaten te zoeken bij hun profielschets. Eén van Egon Zehnders kandidaten komt overeen met die van het tweetal: Camiel Eurlings. Begin 2013 polst de prins de Limburger. Die is vereerd maar zegt nee. Hij gaat Peter Hartman opvolgen als KLM-baas en wil zich daarop concentreren.

„Geesink zei: ‘Als ik terugtreed, moet jij me opvolgen.’”

André Bolhuis, voorzitter NOC*NSF

Er is nog een probleem. Bolhuis wil nog altijd van geen opgeven weten en de paar namen die NOC*NSF inmiddels noemt als eventueel alternatief, worden in Lausanne ook afgewezen. Rogge geeft publiekelijk een signaal af: het is denkbaar dat Nederland geen IOC-zetel heeft. Een situatie die bovendien jaren kan duren. De uitspraak mist zijn uitwerking niet. De procedure moet, met de inmiddels aangekondigde troonswisseling in zicht, tot een afronding komen.

In maart meldt KLM dat Eurlings haar nieuwe topman wordt. Nieuwsuur portretteert de CDA’er, inmiddels weer vrijgezel, bij de eerste KLM-vlucht van Amsterdam naar New York op biobrandstof. De actualiteitenrubriek filmt hem hardlopend in Central Park. Een idee van Eurlings’ woordvoerder. Ook fotograaf Martijn Beekman is present.

Eind april dineert Eurlings met zijn boezemvriend Igor Smink in het Amsterdamse restaurant de Luwte als tijdens het voorgerecht Kees Storm belt, de president-commissaris van KLM. „Je moet het toch doen, anders heeft Nederland straks geen IOC-lid meer,” zegt hij tegen Eurlings na een onderhoud met de prins. Als de ondernemingsraad van KLM vervolgens akkoord gaat, stemt Eurlings in. Wel benadrukt hij dat het zijn carrièrestap bij KLM niet in gevaar mag brengen.

Kort daarop draagt de kroonprins Eurlings officieus voor in Lausanne. Rogge reageert, geheel volgens plan, enthousiast. Als de kroonprins daarop Bolhuis persoonlijk inlicht, telt de oud-hockeyer zijn knopen.

Pas op 1 juli, als Eurlings is aangetreden als baas bij KLM, wordt zijn IOC-kandidatuur wereldkundig. „Ik ben ongelofelijk trots”, zegt Eurlings. „Dit is goed voor Nederland en goed voor de KLM.” Bolhuis reageert namens NOC*NSF: „We zijn zeer ingenomen met het feit dat we voor het einde van het jaar weer een Nederlands IOC-lid zullen hebben.” De volgende dag siert de hardlopende Eurlings alle kranten. De eerste horde van de olympische missie van Willem-Alexander en Verbruggen is genomen.

Op 10 september wordt Eurlings officieel voorgedragen als IOC-lid. Aan hem de taak de Spelen terug te halen naar Nederland. Bolhuis: „Ik hoop oprecht dat hij zich ontwikkelt tot een goed IOC-lid. De tijd zal het leren.”