Hij vertelde ons over zijn laatste besluit

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat. Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Vincent en zijn kat Spooky. Dieren waren alles voor hem. Zelfs de gevaarlijkste bijthonden wist hij koest te krijgen: niemand kon zo’n beest aaien, behalve hij.”
„Vincent en zijn kat Spooky. Dieren waren alles voor hem. Zelfs de gevaarlijkste bijthonden wist hij koest te krijgen: niemand kon zo’n beest aaien, behalve hij.”

„Vincent was mijn moeders zorgenkind. Zij had een zaak en eigen atelier in verlichting en lampen. Hij werkte voor haar, zij onderhield hem. Tot z’n dertigste heeft hij bij haar gewoond. Toen kreeg hij een huurhuis, waarin hij eindeloos ging klussen. Pas drie jaar later is hij daarheen verhuisd.

„Op z’n 28-ste is bij hem de diagnose ADHD gesteld. Zijn hoofd was een snelkookpan. Hij weigerde pertinent pillen te slikken. Hij bleef leven met een turbo d’rop. En blowen, veel blowen. Regelmatig hield de politie hem aan, omdat hij veel te hard reed. Dan draaide hij z’n raampje open en walmde de wietlucht naar buiten.

„Mijn broer Wout heeft de zaak van mijn moeder overgenomen. Eind augustus 2010 had hij een gesprek met Vincent, over iets dat verderop in het jaar zou spelen. Toen zei Vin: ‘Dan ben ik er niet meer, ik ga zelfmoord plegen.’

„Geschokt belde Wout mij op: ‘Je moet langsgaan bij Vin, nou gaat het echt helemaal niet goed.’ Wekenlang zijn Wout en ik toen met hem beziggeweest. Wout probeerde hem afleiding te bieden: vroeg ’m bij hem thuis te komen eten, ze deden spelletjes samen met zijn dochter Ryan, gingen samen naar Ajax. Met Wout praatte hij verder niet zo veel over z’n doodswens; met mij des te meer.

„Vin vertelde dat hij al negen jaar had rondgelopen met het plan er een einde aan te maken. Hij zei dat hij het leven niet meer aankon in het tempo waarin hij leefde. Hij was moe. Hij was klaar met z'n leven – vastbesloten er een streep onder te zetten omdat hij voor z’n gevoel genoeg geleefd had.

„Voor Vin was het lastig in deze maatschappij te leven. Hij had een door en door goed hart, hij kon niet tegen onrecht. Daar maakte hij zich heel druk om.

„Ik heb wekenlang met hem gepraat. Ik ben naar mijn huisarts gegaan: ‘Wat kan ik doen om mijn broer te helpen?’ Ik heb vrienden geraadpleegd, de zelfmoordlijn gebeld.

„Vin zelf wees iedere vorm van professionele hulp resoluut van de hand. Ik mocht ook niks over zijn plannen aan onze moeder vertellen. ‘Dat houd ik niet vol, dat kan ik niet’, zei ik op een dag. Hij zei: ‘Goed, dan vertel je het haar, maar dan verbreek ik het contact met jullie allemaal.’

„Op 3 december 2010 had ik met hem afgesproken in ons atelier in Osdorp, waar we samen aan een serie lampen zouden werken. Hij kwam niet opdagen. Zijn telefoon nam hij niet op. Ik ben naar zijn huis gereden, heb aangebeld maar hij deed niet open. Zijn raam boven stond op een kier. Ik durfde niet naar binnen te klimmen.

„Ik ben naar huis gegaan. Diep ongerust heb ik afgewacht of hij zich weer zou melden. Toen belde een van zijn beste vrienden. Tegen hem had hij gezegd: ‘Als mijn telefoon uitstaat, moet je m’n zus bellen. Dan weet je genoeg.’ Politie-agenten hebben ’m gevonden. Pas daarna zijn wij naar binnen gegaan.

„Mijn broer Wout en ik hebben het aan onze moeder verteld. Het was vreselijk om te zien hoe ze voor onze ogen instortte. Ze had dit niet zien aankomen. Pas later, beetje bij beetje, hebben we haar het hele verhaal verteld. Gelukkig heeft ze het ons niet kwalijk genomen dat wij haar niet vooraf hadden ingelicht. Zij kende Vin als geen ander, ze besefte dat zij dit ook niet had kunnen tegenhouden. Ze was blij dat wij er voor ’m waren geweest in z’n laatste fase.

„Kwaad op Vin ben ik niet geweest. Bij zijn crematie heb ik m’n toespraak gezegd: ‘Was het wel goed en mag je beslissen over je eigen leven? Of was het niet goed en moest je, koste wat kost, blijven leven? Jij was de enige, in mijn ogen, die daarover mocht beslissen.’

„Ik ben trots op hem: dat hij Wout en mij over zijn plannen heeft ingelicht, ons heeft toegelaten tot zijn diepste emoties en onze moeder heeft willen ontzien. Je moet wel heel sterk in je schoenen staan om te vertellen over je plannen, alle tegenwerpingen te horen en bij je besluit te blijven.

„In deze periode vertelde mijn man mij dat hij verliefd was geworden op een ander. Vierentwintig jaar waren we samen. We hadden een goed huwelijk. Vond hij ook. En toch... In maart 2011 ben ik verhuisd naar een zomerhuisje, met onze hond en de kat van Vin, waarover ik me ontfermd had. Ik zat compleet aan de grond. Broertje dood, huwelijk op de klippen – ik had geen idee hoe ’t verder moest met mijn leven.

„Zonder hulp van een therapeut had ik het niet gered. Zij heeft me geleerd dat pijn erbij hoort in het leven, dat je tegenslag moet ondergaan, dat je die niet alleen de tijd moet geven, maar ook dat je de ruimte moet nemen om te onderzoeken hoe en met wie je je leven weer kunt opbouwen.

„Ik vat dat nu even snel samen, maar het heeft me ruim twee jaar gekost om te kunnen zeggen: het gaat wel weer met mij. Eigenlijk heb ik dat gevoel nog maar sinds een paar weken. ‘Tijd heelt alle wonden’ – dat kan ik nu wel zeggen.

„Sinds kort heb ik een geweldig toekomstidee. Ik probeer een ondernemingsplan ervoor te schrijven en wil zoek gaan naar een pand dat ik wil huren. Ik vertel niet wat – dan gaat een concurrent misschien ermee vandoor. Het heeft ermee te maken dat ik mensen wil helpen die in een vergelijkbare situatie zitten als Vin en ik. Negatieve ervaring ombuigen tot iets positiefs – dat vooruitzicht geeft me weer energie.”

Gijsbert van Es

Reacties: via nabestaan@nrc.nlTwitter: #nrc #hetnabestaan