‘Heimat’ blijft voor Reitz een ambivalent begrip

Die andere Heimat van Edgar Reitz is het slotakkoord van zijn Heimat-trilogie, en het eerste hoogtepunt op het filmfestival van Venetië. Reitz rondt zijn levenswerk fraai en elegant af.

Still uit ‘Die andere Heimat’
Still uit ‘Die andere Heimat’

Niemand kijkt meer echt op van een televisieproductie op een filmfestival. Het beste televisiedrama doet in diepgang en visuele kwaliteit al jaren niet meer onder voor de speelfilm. Een van de grote pioniers op dit snijvlak van televisie en cinema is de Duitse regisseur Edgar Reitz met zijn fameuze Heimat-trilogie (1981-2006), waarin hij de Duitse geschiedenis van de twintigste eeuw behandelde aan de hand van de belevenissen van de inwoners van het dorp Schabbach.

Het is dan ook niet meer dan vanzelfsprekend dat het filmfestival van Venetië dit jaar de rode loper uitlegde voor de fraaie proloog die de 81-jarige regisseur nu aan zijn grote werk (56 uur film) heeft toegevoegd: een nieuwe filmvertelling van vier uur, in twee delen. In Die Andere Heimat. Chronik einer Sehnsucht, dat in Duitsland eerst in de bioscoop te zien zal zijn, behandelt Reitz de vroeg-negentiende eeuwse geschiedenis van ‘zijn’ dorp Schabbach – al zijn Heimat-films hebben autobiografische bronnen.

In de jaren voor 1848 waren de Pruisische dorpelingen in de greep van ‘emigratiekoorts’. De armoede op het platteland was drukkend en Brazilië lonkte als het nieuwe beloofde land. Maar waarom juist toen? De armoede, de onderdrukking en het gebrek aan perspectief waren immers allesbehalve nieuw. Reitz ziet de oorzaak in de invoering van de leerplicht door de Pruisische overheid, waardoor de jongere generaties als eersten leerden lezen en schrijven. Hun wereld was plotseling veel groter geworden, en hun dromen ook.

Reitz laat dat zien aan de hand van de lotgevallen van zijn hoofdfiguur Jacob (debutant Jan Dieter Schneider), de zoon van de dorpssmid, die altijd met zijn hoofd in de boeken zit en poogt de indianentalen van Zuid-Amerika te leren. Hij komt door zijn passie voor kennis zelf in contact met de fameuze wetenschapper Alexander von Humboldt (een geestige cameo van Reitz’ oude kompaan Werner Herzog). Zijn broer Gustav is meer een rouwdouwer, die in de smidse van vader komt te werken. De broers raken hopeloos verstrikt in allerhande liefdesperikelen, die Reitz met innigheid en wrange ironie in beeld brengt.

Reitz blijft trouw aan cameraman Gernot Roll en ook aan de stijl van de eerdere delen van Heimat: zwart-wit beelden in cinemascopeformaat, waardoor er ook bij closeups nog veel van het landschap te zien is, met heel af en toe een oplichtende, expressieve kleur. Alle personages spreken in dialect, en in een enkel geval zelfs in een soort half-Nederlands – door acteur Jeroen Perceval die een ronselaar speelt die dorpelingen probeert over te halen de reis naar Brazilië te maken.

In Die andere Heimat neemt Reitz opnieuw het historisch belaste Duitse begrip Heimat ( ‘thuis’) kritisch onder de loep. Hij ontdoet de Heimat van een dikke kitschlaag. Hij laat de onderhuidse spanningen zien van een microkosmos, fraai nagebouwd in het echt bestaande dorp Gehlweiler. Hij toont de onderdrukking door de kerk en feodale heren, en het beginnend politiek zelfbewustzijn van de boerenstand, in de periode voor het revolutiejaar 1848. Maar tegelijkertijd spreekt uit de film ook een soort heimwee naar de sterke onderlinge banden van de personages, naar het minder hectische en versnipperde levenspatroon, en ook naar het ongecompliceerde, onbelaste idealisme van deze historische periode. ‘Heimat’ blijft voor Reitz een door en door ambivalent begrip.

Dat dit de laatste keer zal zijn dat Reitz zijn Heimat bezoekt, daarover liet hij in Venetië geen twijfel bestaan. Behalve een nieuwe proloog is Die andere Heimat ook een slotakkoord. Weinig mensen is het gegeven om hun levenswerk zo fraai en elegant te kunnen afronden. Het filmfestival van Venetië heeft het eerste hoogtepunt van de editie 2013 op zak. Daar is niets ambivalents aan.