Eurozone en Azië wisselen van rol

De cijfers uit de eurozone worden steeds positiever. Zorgen zijn er nu over de opkomende markten.

In een paar weken tijd zijn de verhoudingen in de wereldconomie behoorlijk opgeschud. Opeens komen er – relatief – positieve berichten uit de eurozone en zijn de opkomende markten het nieuwe zorgenkind. Dat was de afgelopen jaren precies omgekeerd.

Gisteren werd bekend dat het vertrouwen van consumenten en ondernemers in de economie van de eurozone het hoogste punt in twee jaar heeft bereikt. De index waarin dit wordt uitgedrukt steeg van 92,5 in juli naar 95,2 in augustus. Dat is nog altijd negatief (een waarde van 100 is neutraal), maar veel beter dan analisten voorspeld hadden.

Deze cijfers reflecteren het voorzichtige optimisme dat in de eurozone geslopen is. Twee weken geleden werd bekend dat de regio als geheel de recessie had afgeschud en heel licht groeide. Nederland was met een kleine krimp in het tweede kwartaal een van de slechter presterende landen.

Uit gisteren verschenen statistieken is ook op te maken dat de werkloosheid in de eurozone nu echt gestabiliseerd is: in juli kwam het percentage voor de derde maand op rij op 12,1 uit, na een aanhoudende stijging in de afgelopen twee jaar. In absolute aantallen was er voor de tweede maand op rij een zeer kleine daling: er waren in juli welgeteld 19.231.000 werklozen, 15.000 minder dan in juni.

Dan de opkomende markten. Het vorige week uitgebroken tumult, vooral met betrekking tot de valuta van India, Indonesië, Brazilië en Turkije, zette deze week door. Beleggers halen hun geld uit deze markten weg nu de rente op Amerikaanse staatsobligaties weer oploopt, in afwachting van een besluit door het stelsel van centrale banken, de Federal Reserve (Fed), om het stimuleringsprogramma voor de Amerikaanse economie af te bouwen.

In India, de derde economie van Azië, zijn de problemen groter dan in andere opkomende markten. Terwijl Indonesië en Brazilië de val van de roepia en de real hebben weten te beperken door de rente te verhogen, bereikte de Indiase rupee woensdag een nieuw dieptepunt van 68,85 ten opzichte van de steeds sterker wordende dollar.

Een renteverhoging is voor India geen optie, omdat de economische groei achterblijft. Gisteren werd bekend dat de economie in de periode van april tot en met juni slechts met 4,4 procent op jaarbasis is gegroeid. Dat is behoorlijk minder dan de 5 procent in het voorafgaande jaar, een percentage dat ook al tegenviel. In de afgelopen maand heeft zowel de Indiase beursindex als de rupee 10 procent aan waarde verloren.

Premier Singh probeerde gisteren het parlement gerust te stellen, maar slaagde daar slecht in. Hij kondigde enkele crisismaatregelen aan, zoals een verhoging van het importtarief op goud. Maar de langetermijnhervormingen die nodig zijn, bleven uit. Omdat er volgend voorjaar parlementsverkiezingen zijn worden die nu ook niet verwacht. De premier dreigt nu zijn reputatie van grote hervormer – opgebouwd toen hij begin jaren negentig als minister van Financiën van India een openmarkteconomie maakte – definitief te verliezen.

Singh zegde het parlement wel toe om volgende maand tijdens een bijeenkomst van de G20 te wijzen op de gevolgen die de besluiten van de VS hebben op opkomende economieën. Op 18 september kan de Fed besluiten een begin te maken met het afbouwen van het steunprogramma, waarmee maandelijks 85 miljard dollar in de economie gepompt wordt. De werkloosheidscijfers die vrijdag verschijnen zullen een indicatie geven of de economie daar klaar voor is.