Een prostituee krijgt er tenminste nog voor betaald

De mannen die in december een studente zo bruut verkrachtten dat ze overleed, worden nu berecht. Maar daarmee is het misbruik van vrouwen in India niet voorbij. Zij worden nog altijd vaak gezien als bezit waarmee je kunt doen wat je wilt.

De Indiase fotografe Mansi Thapliyal werkt voor Reuters. Ze fotografeerde vrouwen en interviewde hen over hoe veilig ze zich voelen sinds de verkrachtingszaak in Delhi, in december 2012.[1] Sheetal (23) werkt ’s nachts bij een callcenter in New Delhi. Ze draagt altijd een klein mes bij zich, als zelfbescherming. „De mentaliteit van de mannen hier zou eens moeten veranderen.” [2] Deepshikha Bharadwaj (24) werkt voor een reclamebureau. Ze houd een bordje vast waarop staat: ‘Sorry, maar vandaag blijf ik niet tot laat.’ Sinds de verkrachtingszaak heeft ze besloten niet meer ’s avonds te werken. [3] Chandani (22) werkt als taxichauffeur in New Delhi, bij een bedrijf dat speciaal is opgericht voor en door vrouwen. „Dit is een zeer onconventioneel beroep voor een vrouw. Ik werk ook ’s nachts, dus heb ik pepperspray bij me en volgde ik een cursus zelfverdediging.”[4] Sweety (22) is student. Ze woont buiten New Delhi maar reist elke dag naar de stad om daar karate en taekwondo te leren. „De jongens in mijn dorp zijn nu bang voor me en vallen me niet langer lastig.”
De Indiase fotografe Mansi Thapliyal werkt voor Reuters. Ze fotografeerde vrouwen en interviewde hen over hoe veilig ze zich voelen sinds de verkrachtingszaak in Delhi, in december 2012.[1] Sheetal (23) werkt ’s nachts bij een callcenter in New Delhi. Ze draagt altijd een klein mes bij zich, als zelfbescherming. „De mentaliteit van de mannen hier zou eens moeten veranderen.” [2] Deepshikha Bharadwaj (24) werkt voor een reclamebureau. Ze houd een bordje vast waarop staat: ‘Sorry, maar vandaag blijf ik niet tot laat.’ Sinds de verkrachtingszaak heeft ze besloten niet meer ’s avonds te werken. [3] Chandani (22) werkt als taxichauffeur in New Delhi, bij een bedrijf dat speciaal is opgericht voor en door vrouwen. „Dit is een zeer onconventioneel beroep voor een vrouw. Ik werk ook ’s nachts, dus heb ik pepperspray bij me en volgde ik een cursus zelfverdediging.”[4] Sweety (22) is student. Ze woont buiten New Delhi maar reist elke dag naar de stad om daar karate en taekwondo te leren. „De jongens in mijn dorp zijn nu bang voor me en vallen me niet langer lastig.”

‘Er werden 47 stukjes weefsel van haar gevonden. Dat hoorde ik van vrouwelijke agenten die de zaak onderzochten. Ze is niet zomaar verkracht. Ze werd door die mannen gestraft omdat ze zich waagde te verzetten. Verkrachting is hier méér dan alleen seks hebben met een vrouw tegen haar wil”, zegt Bijayalaxmi Nanda (45), docente politieke wetenschappen aan een vrouwenopleiding van de Universiteit van Delhi.

Vandaag staat het eerste vonnis op de rol tegen een van de vijf mannen die in december een 23-jarige fysiotherapiestudente verkrachtten in een privébus die rondreed door de Indiase hoofdstad Delhi. Ze werd, in het bijzijn van een mannelijke vriend, verkracht en vaginaal mishandeld met een ijzeren staaf. Ook de vriend werd gemolesteerd. De vrouw stierf twee weken na de verkrachting in een Singaporees ziekenhuis. Dagenlang was het centrum van Delhi het toneel van gewelddadige protesten.

Veel Indiërs schreeuwen om wraak. Ze eisen de doodstraf voor de daders. Maar met harde straffen komen we er niet, zegt Nanda. Ze helpt ‘overlevenden’, zoals ze de vrouwen en meisjes noemt die verkracht zijn en de moed hebben daarover naar buiten te treden. De term slachtoffers vindt ze te verbloemend. Alsof het hier gaat om een gewone misdaad die per wet te bestrijden is. „Het probleem wortelt in het patriarchale karakter van onze samenleving. We zien vrouwen als bezit waarmee je kunt doen wat je wilt. Zo wordt gedacht in alle lagen van de Indiase samenleving, ook door vrouwen zelf. En niet alleen door laagopgeleiden. In de hogere klassen vergrijpen mannen zich aan de werksters, omdat die niet durven praten.”

Ze sprak met meisjes die door hun ouders verkocht waren aan een bordeelhouder. Alles is beter dan huishoudelijke hulp zijn, vertelden die. „Daar doen de mannen hetzelfde met ons als hier, maar hier krijgen we er voor betaald.”

Gemiddeld twee keer per week komt na haar college een studente vertellen hoe ze is verkracht. Vaak binnen de familie. Door broers, neven, grootvaders. „Misschien dat mannen zo hun frustratie afreageren omdat ze zien dat vrouwen zich in het hedendaagse India sneller ontwikkelen dan mannen”, zegt ze peinzend.

Nanda heeft haar eigen geschiedenis van seksueel misbruik. Eerst door een bediende, later, toen ze tien was, door een oom. We spreken er nauwelijks over, het is te pijnlijk en te gevaarlijk. Ze heeft haar verhaal gedaan in het begin van dit jaar, in de hoog aangeschreven en in India zo goed als niet gelezen Duitse weekkrant Die Zeit, aan een journalist die ze al langer kende. Ze zou het aan geen enkele Indiase journalist hebben verteld, zelfs niet de beste die er rondloopt. Die zou er een sensationeel huilverhaal van gemaakt hebben, zegt ze.

Het stuk staat op internet, in het Duits. Ze weet: eens komt dit verhaal aan haar deur kloppen. „Maar dat ik het heb verteld, heeft me bevrijd. Veel van mijn studentes vroegen me: wat is uw verhaal?” Ze wil haar vader zo lang mogelijk onwetend houden. Hij komt bij ons zitten in de woonkamer. Vrolijk vertelt hij over het rustige wijkje in Zuid-Delhi waar hij zo graag woont. „Mijn vader heeft het nooit geweten”, zegt Nanda als hij zich heeft teruggetrokken. Haar moeder stierf jong. Zij wist het. Stilletjes waste ze de bloedvlekken uit de lakens als de oom zich aan haar had vergrepen.

Als de vrouw nee zegt

Dat de ‘overlevenden’ meestal hun mond houden, komt omdat volgens Nanda „in India de eer van de familie is gelegen in de kuisheid van de vrouw”. Ze vertelt over een gezin dat ze begeleidde nadat hun dochter, een advocate, was vermoord toen ze zich verzette tegen een verkrachtingspoging. De opluchting van haar moeder dat haar dochter niet verkracht was, won het van het verdriet om haar dood.

„Veel verkrachte vrouwen zeggen: eigen schuld, ik heb er zelf voor gekozen om bij hem te zijn die avond.” Het gebeurt vaak tijdens dates en in het huwelijk, maar daar kan niet over worden gesproken. „De samenleving leert mannen dat het niet uitmaakt of een vrouw nee zegt. Als ze ‘van hem is’ of heeft ingestemd bij hem te zijn, heeft hij recht op seks.”

Ze was geschokt toen ze ontdekte hoe hardnekkig die gedachte is. Tijdens een van de zaken die ze begeleidde, sprak ze met een vader die zijn 14-jarige dochter had misbruikt. Waarom, vroeg ze. Hij antwoordde met een eeuwenoude Indiase analogie over bezit: als er een mangoboom in je tuin staat en die draagt voor het eerst vrucht, wie heeft dan het recht die als eerste te proeven?

Naast haar baan aan de universiteit geeft Nanda cursussen over vrouwenrechten, onder meer aan politieagenten. Ze weten best hoe het hoort in een democratie, zegt ze. „Ze geven politiek correcte antwoorden. Maar als ik ze provoceer, zeggen ze dat vrouwen er zelf om vragen als ze zich westers kleden of onbegeleid naar buiten gaan.”

Was de volkswoede in Delhi na de verkrachting van de studente een teken dat er iets is veranderd? „Het was goed dat nu ook mannen de straat op gingen, maar het is niet zo dat nu opeens geen enkele verkrachting meer geaccepteerd wordt. De woede ontstond omdat de studente werd gezien als een vrouw die er niet om vroeg. Ze was niet laat op straat, ze provoceerde niet en ze was met een man. Ze kwam uit de middenklasse, de daders waren mannen van lagere komaf. Was het andersom, dan waren al die protesten er nooit geweest.”

Het India van de liefdeslessen uit de Kama Sutra en de erotische afbeeldingen op eeuwenoude tempels heeft nooit bestaan voor de meerderheid van de bevolking, meent Nanda. „We zijn preutser dan ooit. Op feestjes zitten de mannen en vrouwen gescheiden. Mijn oma kende nog sensuele dorpsliedjes, maar nu we stedelingen zijn geworden hebben we ook die niet meer.” De opvoedende, ondeugende liedjes zijn vervangen door ophitsende pornografie van internet en minibioscoopjes. Wat we nodig hebben, zegt Nanda, is een nieuwe gevoeligheid. „We moeten respect leren hebben voor ons eigen lichaam en dat van de ander.” De vele Noord-Indiase mannen die in het openbaar urineren en onbeschaamd in hun kruis krabben, vormen voor haar een bewijs dat het daarmee slecht is gesteld.

De voortgaande economische ontwikkeling van India helpt nauwelijks, meent ze. „Het kunnen kopen van een Gucci-tas maakt het leven van een vrouw niet beter.” Een schoolvak over de omgang van jongens en meisjes is niet genoeg, en ouders laten zich niet vertellen hoe ze moeten opvoeden. „Dus moeten we de mensen trainen die het publieke domein beheersen: winkelpersoneel, leraren, dokters, buschauffeurs, politieagenten, rechters, advocaten, bureaucraten.”

Door de wrede dood van de studente en de vele Indiase verkrachtingszaken die sindsdien in het nieuws kwamen, wordt India wereldwijd beschouwd als rape country. Het toerisme heeft eronder te lijden. Maar, ze zegt Nanda, „als shaming helpt Indiërs te tonen dat er iets moet veranderen, dan moet dat maar.”