Duistere derivaten in de Eemshaven

Dinsdag praat minister Plasterk met de Kamer over derivaten bij overheden. Ook het Groningse havenschap verslikte zich daar in. Over een boekhoudtruc, falend toezicht en een standbeeld voor de directeur.

Foto Kees van de Veen

Rumoer bij leden van Provinciale Staten in Groningen begin dit jaar. Het havenschap Groningen Seaports, voor 60 procent in handen van de provincie, bleek miljoenen euro’s te verliezen door derivatencontracten. Die waren afgesloten zonder dat Provinciale Staten wisten van de ins en outs. PvdA-Statenlid Jan Batting sprak van „een onverkwikkelijke gang van zaken”, terwijl PvdA-gedeputeerde William Moorlag ontkende dat er onrechtmatig was gehandeld. Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) kondigde onderzoek aan.

Niet alleen investeerde de Groningse havenbeheerder honderden miljoenen euro’s in de Eemshaven en de haven van Delfzijl. Groningen Seaports (GSP) sloot ook voor een kwart miljard complexe financiële producten af. Op advies van bureau Montesquieu verzekerde het havenschap zich met vijf derivatencontracten tegen rentestijgingen. De eerste deal werd gemaakt in 2007, nog voordat woningbouwcorporatie Vestia door renteverzekeringen in financiële problemen kwam. Het havenschap was van plan fors geld te lenen, om kades te bouwen, de haven uit te baggeren, en riolering en ict aan te leggen. Alles vanuit de gedachte: „industrie volgt infrastructuur” – het geloofsartikel van havendirecteur Harm Post.

Totdat investeringen niet doorgingen. „Met zekerheid geraamde investeringen”, staat in de jaarstukken. Toen had het havenschap ineens voor een te hoog bedrag renteverzekeringen afgesloten. Dat is nu in strijd met de wet – en bracht financiële tegenvallers: de rente steeg niet, maar daalde. Kosten tot nu toe: 12 miljoen euro. Daarnaast heeft GSP meer dan 20 miljoen euro „als borg” moeten bijstorten op een geblokkeerde rekening bij de Franse Bank Société Générale – een bank die volgens de wet nu niet meer gezond genoeg is om een contract mee te mogen afsluiten. Die bijstortverplichting is afgesproken in een rentecontract dat tot 2042 loopt. Als dat contract op meer dan 7,5 miljoen verlies staat, moet borg betaald worden.

Wilma Mansveld, de huidige staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, deed als PvdA-gedeputeerde mee aan de derivatenpolitiek van het havenschap. De deal was weliswaar door een voorganger beklonken, maar zij was als voorzitter van het dagelijks en ook het algemeen bestuur anderhalf jaar lang verantwoordelijk voor het „actieve treasurybeleid”. Uit vergaderstukken blijkt dat onder haar voorzitterschap geprobeerd is „de derivatenportefeuille te herstructureren” en onder de riskante financiële last uit te komen.

Maar pogingen om de verliesgevende contracten open te breken mislukten. De ‘ongezonde’ banken weigeren. Die vrezen dat een aangepast contract als een nieuwe, dus illegale, overeenkomst wordt gezien. Op voorstel van de directie besluit Mansveld om „de overhedge” eind 2011 en eind 2012, „op te lossen middels een vooruitbetaling aan de bank”, staat in twee door haar ondertekende besluiten. Oftewel: elk jaar vlak voor de jaarafsluiting wordt de rente vooruit betaald, waardoor de verliezen op derivaten buiten de boeken blijven.

Theo Kocken, hoogleraar risicomanagement aan de VU, spreekt liever over „ wegmoffelen” dan over herstructureren. Hij noemt de oplossing een „onorthodox boekhoudkundig trucje” waardoor er in de jaarrekening „tijdelijk geen sprake is van te veel afgesloten renteverzekeringen”. Kocken: „Misschien accountingtechnisch geoorloofd maar dit staat heel ver af van transparantie geven en lijkt eerder op misleiding.” Sterker: dit is „de hoogste graad van speculatie door leken”, constateert emeritus hoogleraar riskmanagement en accountancy Jan van de Poel. „Een speler die op verlies staat neemt steeds meer risico. Dat zie je vaak bij deze financiële contracten. Bij ondernemingen zijn soms aandeelhouders die er verstand van hebben en corrigerend optreden. In de politiek zie je dat niet.”

Mag het?

De accountants van Groningen Seaports schrijven van wel. Na KPMG keurde ook de nieuwe accountant Ernst & Young de jaarrekening goed. Daarmee is voor het havenschap Groningen Seaports de kous af. En dat vindt ook de toezichthouder, minister Plasterk die dinsdag met de Tweede Kamer debatteert over derivaten. Hij schrijft dat de oplossing „valt binnen de regelgeving”. Plasterk wil evenmin spreken van speculatie, laat zijn zegsman weten: „Er is geen sprake van opzet, door toeval is een open positie ontstaan”.

Berisping

De vraag is of de accountant de creatieve oplossing van het havenschap nog eens zal goedkeuren. Deze maand berispte de tuchtrechter de boekencontroleur van Vestia. De accountant had in de ogen van de rechter te veel meegedacht met het bestuur, een weinig kritische houding getoond en nagelaten om advies in te winnen bij derivatenexperts.

Bij de Groningse havens besluiten de politici in het algemene bestuur in december 2007 de renterisico’s af te dekken. Maar directe actie op het besluit om zich tegen rentestijgingen te verzekeren blijft uit. Als een daghandelaar wacht de havendirectie een rentedaling op de beurs af. Op advies van bureau Montesquieu: daardoor zouden contracten nog goedkoper kunnen worden afgesloten. „Het advies is de onderhandelingen met de banken uit te stellen tot begin volgend jaar. Dan wordt een daling tot beneden de 3,5 procent verwacht”, zegt financiële man Wilbert Boneschansker op 17 december 2008.

Begin 2009 gebeurt juist het tegenovergestelde: de rente stijgt. In februari slaan de havenbeheerders toch toe. Alsnog kunnen rentecontracten worden afgesloten op 3,5 procent, maar dan moet wel een aanvullend document worden getekend dat, als het tegenzit, een bijstortverplichting geeft. Wanneer een raadslid bij het havenbestuur informeert wat het gebruik van zulke rentederivaten inhoudt, luidt het antwoord: je beschermt je tegen het risico van een rentestijging. Tot 2042. Niets over de bijstortverplichting die nu wordt betaald. Ook de risico’s van banken die hun hoogste kredietwaardigheid verliezen worden gebagatelliseerd. „Dat kan geen problemen opleveren met de te betalen rente”, verzekert de financiële man.

Als Wilma Mansveld in maart 2011 voorzitter is geworden, keurt het bestuur de boekhoudtruc goed. „We kregen van de financiële experts te horen”, zegt SP-Statenlid Cees Swagerman, „dat deze oplossing niet tot problemen zou leiden”. Uit strategische overwegingen hebben we daar geen reuring aan gegeven, herinnert Jan Menninga zich. Het raadslid uit Delfzijl zit sinds 1990 in het algemeen bestuur van het havenschap. „Want hier in Groningen”, verklaart hij die terughoudendheid, „kunnen we niet teveel negatieve uitstraling gebruiken. De economie moet aan de gang blijven. De twee zeehavens aan de Eemsmond leveren bestaanszekerheid.”

Bedreiging

Mansveld wil niet reageren op het verwijt dat onder haar voorzitterschap speculatierisico’s zouden zijn ‘weggemoffeld’. Voor een reactie verwijst haar woordvoerder naar het provinciehuis. Daar zegt PvdA-gedeputeerde Yvon van Mastrigt dat de accountant met de boekhoudkundige oplossing kwam. En verder vormen de derivaten, waaronder ook de langlopende tot 2042,„geen bedreiging” voor de financiële positie van het havenschap.

Geen bedreiging?

Groningen Seaports taxeert het maximale bijstortrisico op de derivaten op 77 miljoen euro, schrijft het havenschap afgelopen mei in een rapportage. Die risico’s dragen de provincie en de twee gemeenten, ook nu Groningen Seaports in juni is verzelfstandigd tot overheids-nv. De aandelen zijn in handen van de provincie Groningen en de gemeenten Delfzijl en Eemsmond. Zij nemen voor de volledige verzelfstandiging twintig jaar de tijd. Sneller lukt niet omdat de banken eisen dat de overheden garant staan tot een maximumbedrag van 290 miljoen euro.

Rooskleurig ziet het er nog niet uit. Er wordt veel risico genomen, blijkt uit het treasuryrapport over het eerste kwartaal. De havenuitbater gebruikt te veel kortlopende leningen om langlopende investeringen mee te betalen. Vergelijk het met iemand die zijn huis financiert met een persoonlijk krediet dat ieder jaar verlengd moet worden. Sterker, volgend jaar leent Groningen Seaports zoveel op korte termijn dat het opnieuw de zogeheten kasgeldlimiet overschrijdt die in de Wet Financiering decentrale overheden is vastgelegd. Die regels heeft de rijksoverheid stap voor stap aangescherpt na financiële affaires als Ceteco (strop provincie Zuid-Holland), Icesave (verlies voor gemeenten en provincies) en kort geleden Vestia.

Maar sinds het havenschap is ondergebracht in een overheids-nv, hoeft het zich niet langer aan deze voorschriften te houden. Wel bestaat het risico dat banken geen leningen willen afsluiten die Seaports nog nodig heeft. Want de organisatie kent slechte financiële verhoudingen: te veel rentelasten ten opzichte van de winst en te veel schuld ten opzichte van de winst. Kijkend naar de belangrijkste normen die banken hanteren bij de kredietverstrekking verwacht Groningen Seaports pas vanaf 2032 aan de belangrijkste eisen te kunnen voldoen.

Dit zijn „kleine vuurwerkrampjes”, oordeelt hoogleraar Van de Poel, voorheen financieel bestuurder bij ABP, over de Groningse havenderivaten. „Bestuurders die zulke contracten afsluiten zijn ondeskundig. Accountants hebben er ook geen verstand van, dat laten ze telkens weer zien. Dit doen mensen bij de overheid die geen verstand van zaken hebben, maar zich veilig wanen. Vroeger noemden we dat regenten.” Henk Langendijk, hoogleraar externe verslaggeving aan Nyenrode, blijft zich afvragen waarom het havenschap het langlopende rentederivaat tot 2042 heeft afgesloten. „Waarom kozen ze niet voor korter lopende rentederivaten en voor lagere bedragen? Er is hier iemand misschien wel in het pak genaaid. ” En VU-hoogleraar Theo Kocken hamert op meer kennis in het financiële toezicht bij overheden. „ Bij de pensioenfondsen kijkt De Nederlandsche Bank toe. Kan zoiets niet ook in deze sector worden georganiseerd?”

Havendirecteur Post blijft achter de afgesloten derivatencontracten staan. De selfmade man uit de Groningse bus- en treinwereld heeft er naar eigen zeggen „geen nacht wakker van gelegen”.

Waarom niet?

„Ik weet zeker”, zegt de havendirecteur, „dat wij de derivaten alleen als rentebeheersingsinstrument hebben gebruikt. Die deal hebben we in opdracht van het algemeen bestuur volstrekt transparant en in alle openheid gemaakt. Dat we vervolgens minder hoefden te lenen omdat de aanleg van infrastructuur goedkoper werd door de malaise in de bouw, had niemand kunnen voorzien. Ik weet ook zeker dat de rente weer gaat stijgen en we het geld terug verdienen. En ik ben ervan overtuigd dat we hier uiteindelijk een standbeeld voor verdienen. Of heb je de bedrijvigheid buiten niet gezien? Veertig jaar geleden was het hier nog een desolate woestenij.”