Droom op volle zee

Alles achterlaten en opzeggen om de wereld over te zeilen. Drie stellen over vertrekken, terugkomen en wegblijven. ‘Dit is geen reis, dit is een ander leven.’

tekst Hans Steketeefoto's Merlijn Doomernik

D

it is de droom van Joost en Froukje Deutekom: op de passaatwinden de Atlantische Oceaan over zeilen, door het Panamakanaal naar de Stille Oceaan, en in een blauwe zee bij een wit atol het anker uitgooien. Ze hebben net een zeiljacht gekocht. Over een paar jaar is het zover.

Johan Kloots zeilde ooit met zijn broer mee in het Caraïbisch gebied en besloot dat nog eens te doen, maar dan met zijn eigen gezin. Het afgelopen jaar heeft hij zijn droom verwezenlijkt met een ‘Atlantisch rondje’: via de Canarische en Kaapverdische Eilanden naar de Caraïben en terug via de Azoren. Begin deze maand meerden ze hun schip volgens plan af achter de zeesluis van IJmuiden, voor het eerst sinds een jaar niet op zout water.

Ellen Quinten en Harry Jansen zijn nog steeds aan hun droom bezig. In 2003 begonnen ze een wereldreis die een paar jaar zou duren. Intussen zijn ze al tien jaar onderweg. „Toen we de Noordzee op voeren, had ik het gevoel van een snipperdag”, zegt Ellen vanuit Trinidad. „Dat vakantiegevoel hield een tijdje aan, maar toen we in Brazilië kwamen, wist ik: dit is geen reis maar een ander leven.”

Adrenaline

Johan (57) en zijn vrouw Joke (49), allebei „opgejaagde IT’ers”, kregen een burn-out. Het forceerde de beslissing. Want waarom wachten tot later? Hun oudste zoon, Tim, was net van de middelbare school. De jongste, Bas, zat in 5 vwo en zou onderweg elke dag kunnen studeren en via internet toetsen maken. „We hebben dit als gezin besloten”, zegt Johan. „Het was de laatste kans om dit met zijn allen te doen.”

„Het is niet zo dat we Nederland niet leuk vinden”, zegt Joost (32), die een marketingbaan heeft. Zijn vrouw Froukje (28) is IC-verpleegkundige. „Maar we hebben nog geen kinderen en wel energie. We willen nog één keer breken met het gewone bestaan, de wereld ontdekken en het gevoel hebben dat je nu leeft.”

Ellen (47) en Harry (60) werkten allebei voor Philips in Singapore. Een mooi leven, zegt Ellen. „Maar wij kunnen slecht tegen voorspelbaarheid. Harry zei: ik wil de wereld wel rond. Ik dacht: hij is gestoord. Maar ik zei: ik ga mee. We hebben geen douche, geen warm water. Ook geen dik pensioen. Daarvoor in de plaats krijgen we een zee aan vrijheid en een schat aan levensinzichten over onszelf en de wereld om ons heen. Als je de adrenaline in je lijf voelt en de wind door je haren, voel je pas echt dat je leeft.”

De lijst

Joost en Froukje hebben hun boot pas gekocht. Ze willen ervaring opdoen met tochten naar Engeland of Noorwegen, en sparen voor hun reis door hun boot tot die tijd ook te verhuren.

Ellen en Harry hadden zelden buiten Nederland gezeild voor ze op wereldreis gingen. „Je moet niet te goed voorbereid zijn”, zegt ze. „Want ‘de lijst’ is nooit af en als je te lang wacht, ga je niet.”

Johan ontdekte hoe de lijst steeds langer werd. In 2007 verruilde hij hun kleine jachtje voor een groter schip. Hij dacht anderhalf jaar werk te hebben om het geschikt te maken voor de oceaan. Het werden er vijf.

Angst

Bang? „Nee”, zegt Johan. „Maar je krijgt wel respect voor het geweld van de zee. Het weer blijft een onberekenbare factor als je grote afstanden aflegt, en dan moet je jezelf zien te redden.” Het betekende wat hij noemt ‘behoudend varen’, met niet te veel zeil, en genoegen nemen met minder zeemijlen.

Bang? Misschien toch het meest voor het thuisfront, zeggen Joost en Froukje. „Stel dat daar iets gebeurt en je kan niet op tijd terug zijn.”

Bang? De angst zeilt altijd mee, zegt Ellen. „Wat doe je als er iets belangrijks kapotgaat, of als iemand ziek wordt tijdens een oversteek?” Eén keer dreef de boot weg, in Patagonië, toen ze van boord waren. Dat kwam op het nippertje goed. Het bangst was ze in Brazilië, toen er ’s nachts dieven aan boord klommen en Harry met een ijzeren staaf het dek op ging.

Dolfijnen

Het mooiste moment? Ellen: „Aankomen in Ushuaia, het puntje van Vuurland, met Kerst, in het jaar… Even denken, dat moet 2004 zijn geweest.”

Johan houdt even ruggespraak met Joke. Het moet zwemmen met dolfijnen geweest zijn. Niet georganiseerd, maar met de wilde dolfijnen die spontaan rond hun schip opdoken in een baai van Îles des Saintes in de Franse Antillen.

Hogedrukpan

Een boot is een hogedrukpan, zegt Johan, en onvermijdelijk zijn er soms conflictjes. „Ook omdat iedereen een dubbelrol heeft: lid van de bemanning met eigen taken, én gezinslid. Van tevoren hadden we afgesproken dat je het nog meer dan thuis moet uitspreken als je ergens mee zit.”

„Ik had er nooit over nagedacht wat het betekent als je 24 uur per dag met iemand aan boord zit”, zegt Ellen. „Maar het kan alleen als je elkaar volledig vertrouwt en ruimte geeft. Ik zou het met niemand anders willen doen.”

Later mailt ze: „Ik heb nog eens nagedacht. Ons leven is nu erg rolbevestigend. In het huishouden hadden we vroeger een hulp, het klussen werd uitbesteed. Wat overbleef deden we samen. Er was geen traditionele taakverdeling. Nu doet Harry de technische dingen aan boord en ik de huishoudelijke dingen: bevoorraden, schoonmaken, contact houden met de buitenwereld. Alleen schilderwerk en zeilreparaties neem ik voor mijn rekening. Blijkbaar vind je vanzelf je ‘natuurlijke’ taken aan boord. Dit alleen al zou ik vroeger nooit hebben gezegd…”

Joost en Froukje beseffen dat je op zee „geen kant op kunt” en van elkaar afhankelijk bent. Bij zwaar weer, natuurlijk, maar ze hebben gehoord dat je van lange windstiltes gek kunt worden. „Maar we weten wat we aan elkaar hebben”, zegt Froukje. „We hebben samen lange reizen gemaakt en we zijn ooit begonnen op een studentenkamer van twintig vierkante meter.”

Perfect Storm

Wie vertrekkers zegt, zegt achterblijvers. Joost en Froukje worstelen ermee. Hun beider ouders zijn bang dat een reis te niet doet wat ze aan carrière hebben opgebouwd. „En bij de reis zelf denken ze meteen aan The Perfect Storm”, zegt Joost. „Laatst namen we ze een dagje mee. Er was veel wind, de boot ging schuin. Ze zeiden: dit hou je toch geen twee jaar vol?”

„Iedere keer wordt het afscheid nemen moeilijker”, zegt Ellen. „Het kon wel eens de laatste keer zijn. Ouders blijven ouders. Toen wij de Indische oceaan overstaken en ons bij aankomst in de Malediven niet direct meldden aan het thuisfront, heeft m’n moeder de kustwacht in Den Helder gebeld, die ons overigens verbazend snel wist te traceren!”

„Bij familiegebeurtenissen schitteren wij door afwezigheid. Daar voelen we ons wel schuldig over. Skype is een slap aftreksel van echt contact. Eens in de twee jaar vliegen we voor een vakantie naar Nederland. Toch voelt het steeds minder als thuis. Ons thuis is de boot.”

De poes

Wie vertrekken zegt, zegt terugkeren. Johan en Joke deden het langzaamaan. Falmouth, de havenstad in het zuidwestpuntje van Engeland, waar ze in juli aankwamen, was het afscheid van de oceaan. Maar ze namen een maand om van daar terug te komen naar Nederland. In die tijd groeide het idee dat het misschien ook wel weer leuk was om hun huis, dat verhuurd was, te zien. En de poes. Ze zullen toch weer aan het werk moeten. Misschien gaat Johan wel iets doen met zijn opgedane ervaring.

Als Joost en Froukje er al over nadenken, is het zonder zorgen. Een oceaanreis staat goed op zijn cv, denkt Joost, en goede IC-verpleegkundigen vinden altijd werk, denkt Froukje.

Maar toen Ellen en Harry Kaap de Goede hoop rondden en vanaf de Indische Oceaan de Atlantische opnieuw binnenvoeren, was de vraag: Gaan we naar huis? Het werd nóg een oversteek. Nu willen ze naar Alaska.

„Maar lichamelijk wordt alles steeds iets moeilijker, en dit leven moet ooit stoppen. We zitten wel eens na te denken over waar we ons zullen vestigen als we uitgezeild zijn. Maar als je met een kriebel in de kont geboren wordt, blijft die je je hele leven achtervolgen. Wij leven nu in de kantlijn van de maatschappij. Die vrijheid willen we nog niet opgeven.”