De spaarrente keldert – en daar verdient de bank lekker aan

De hypotheekrente is hoog, de spaarrente daalt. Goed voor de bank, zuur voor ons

Het gaat geruisloos maar snel, en niemand weet waar het ophoudt. Consumenten die een internetspaarrekening hebben bij de Rabobank doen er mogelijk goed aan daar nog eens naar te kijken. Rabobank is bezig de rente op die rekeningen flink te verlagen. De spaarder wordt alleen geïnformeerd via een kort bericht in een onopvallende mailbox die gekoppeld is aan de rekening.

Sinds april vorig jaar is de rente gedaald van 2,3 naar 1,3 procent. Een daling van één procentpunt in minder dan anderhalf jaar tijd. Negen keer verlaagde Rabobank de rente in die periode, steeds met kleine stapjes van 0,1 procentpunt. Inmiddels wordt de rente bijna elke maand verlaagd.

Rabobank is niet de enige bank waar de spaarrente duikelt. Bij alle grote banken is dat zo. Bij ABN Amro, bij ING. Zelfs bij SNS Reaal, de prijsvechter die het de andere drie grote banken moeilijk maakt. In februari werd SNS genationaliseerd en sindsdien daalt de rente. Eerder mochten banken die staatssteun kregen, van de Europese Commissie niet meer de scherpste rente geven. Brussel heeft nog geen verbod afgekondigd voor SNS. Maar de bank is de rente hoe dan ook aan het verlagen.

Vergeleken bij omliggende Europese landen is de rente op een doorsneespaarrekening nog altijd hoog. Maar met een inflatie van 3,1 procent – de op een na hoogste in de eurozone, na Estland – wordt de spaarder in feite bij elke rente-uitbetaling armer.

De banken profiteren juist volop van de lage spaarrente. Banken verdienen in essentie geld door goedkoop geld te lenen (van bijvoorbeeld spaarders) en dat tegen een hogere rente weer uit te lenen (aan bijvoorbeeld andere consumenten in de vorm van hypotheken). Maar de rente die ze over spaargeld betalen wordt steeds lager. Dat leidt tot betere marges en sterkere resultaten.

Dat was duidelijk te zien toen de vier grote banken de afgelopen twee weken hun halfjaarcijfers bekendmaakten. De nettorentebaten, het verschil tussen de rente die ze betalen en de rente die ze ontvangen, zitten bij alle vier in de lift. Bij Rabobank stegen de baten met 6 procent, bij ABN Amro met 4 procent. Bij SNS zelfs met 135 procent, hoewel dat voornamelijk kwam door de onteigening van obligatiehouders begin dit jaar. Aan hen hoeft SNS geen rente meer te betalen.

De eindresultaten van de banken staan weliswaar nog altijd onder druk, mede door alle afschrijvingen op leningen die niet worden afbetaald en nieuwe voorzieningen die worden getroffen. Maar wie door die misère heen kijkt, ziet eigenlijk niet heel slecht draaiende banken.

Voor de banken is er zelfs nóg een voordeel: de hypotheekrentes en de rentes op bedrijfskredieten zijn nauwelijks mee gedaald. Daardoor zijn de marges extra hoog. Zulke dalingen zouden wel te verwachten zijn. De banken trekken behalve via spaarders ook goedkoop geld aan via de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB verstrekt tegen een extreem lage rente geld, in een poging de crisis te bestrijden. Elders in Europa daalde de hypotheekrente vrijwel meteen met grote sprongen nadat de ECB besloot dit ‘gratis geld’ te verstrekken. Maar in Nederland gebeurde dat niet. De rente daalde wel, maar lang niet zo snel.

Het geld dat de banken zo verdienen, wordt voor een belangrijk deel aangewend om de kapitaalbuffers te versterken. Toezichthouders eisen dit. Het is een belangrijke manier om banken weerbaarder te maken bij een toekomstige crisis en om te voorkomen dat banken opnieuw met belastinggeld moeten worden gered.

Voor de stabiliteit van banken is het dus goed, maar voor consumenten is het zuur, zeggen critici. „In feite helpt de consument voor de tweede keer de banken uit de brand”, aldus een woordvoerder van de Consumentenbond. „Eerst moesten de banken gered worden met miljarden belastinggeld. Nu maken de banken zichzelf ten koste van de consument weer gezond.”

In ruil daarvoor krijgt de consument nauwelijks nog rendement op zijn spaargeld en betaalt hij een hoge hypotheekrente, zegt de woordvoerder. Terwijl het op alle fronten slecht met hem gaat. Zijn koopkracht daalt, de waarde van zijn huis vermindert, om maar wat te noemen.

Een cruciale vraag is waarom de hypotheekrente niet zo scherp is gedaald als in andere Europese landen. Volgens de banken is dat omdat zij veel geld kwijt zijn aan het ophogen van hun buffers. Ook zeggen ze dat ze extra kosten moeten maken omdat het risico is toegenomen dat huizeneigenaren hun hypotheken niet kunnen afbetalen en ondernemers failliet gaan. De woningmarkt in Nederland staat er slecht voor en dat is inderdaad een typisch Nederlands verschijnsel. Banken zeggen verder dat in andere landen huizeneigenaren vaak meer eigen vermogen moeten inbrengen.

Maar volgens deskundigen is dat niet het hele verhaal. Ook andere Europese banken moeten dit soort kosten maken. Natuurlijk zijn er wel verschillen in bijvoorbeeld de situatie op de woningmarkt. Maar volgens het Centraal Planbureau (CPB) verklaren die de hogere hypotheekrente niet helemaal. Een CPB-rapport uit februari laat zien dat de hypotheekrente in Nederland ongeveer een procentpunt hoger ligt dan in andere Europese landen. Een deel daarvan wordt veroorzaakt door de „afgenomen concurrentie” in de bankenwereld in Nederland, aldus het CPB.

Michiel Bijlsma, een van de auteurs van het rapport: „Voor de crisis waren er nog vrij veel buitenlandse banken die hypotheken in Nederland verkochten. Dat drukte de rente. Maar die concurrentie is nu weg. BNP Paribas verkoopt bijvoorbeeld geen hypotheken meer. Door de afwezigheid van die buitenlandse banken is er geen disciplinerende werking meer.” Dat maakt de marges volgens Bijlsma onder meer ruimer dan elders.

In feite kun je nu moeilijk spreken van echte concurrentie, vinden deskundigen, al zeggen banken dat die er wel is. Nederland telt vier grote banken die de markt domineren. Ze hebben samen 80 à 90 procent van de hypotheekmarkt in handen. Een paar kleintjes vechten om de rest. Maar die kunnen moeilijk een vuist maken en de rente naar beneden halen.

Hoogleraar economie Maarten Pieter Schinkel van de Universiteit van Amsterdam kwam al eerder tot dezelfde conclusie als Bijlsma. Met zijn collega Mark Dijkstra berekende hij in juli dat Nederlandse banken tussen mei 2009 en mei 2013 een extra marge van 0,38 procentpunt overhielden aan hun hypotheken ten opzichte van de gemiddelde marge van vóór het uitbreken van de crisis. Dat is dus vermoedelijk pure (extra) winst.

„Banken klagen wel dat de hypotheekmarkt oninteressant voor ze is geworden”, zegt hoogleraar Schinkel. „Maar ondertussen verdienen ze nog steeds flink aan hypotheken.” Hij denkt verder dat toezichthouder DNB en mededingingsautoriteit Autoriteit Consument en Markt (ACM) de situatie min of meer accepteren zolang de banken er nog niet bovenop zijn. De banken wordt het toegestaan zichzelf „uit de crisis te verdienen”, zegt Schinkel, en bij DNB en de ACM „weet men dat concurrentie dan even niet helpt”.

De vraag is of de consument deze prijs niet moet overhebben voor een stabiele bankensector. De woordvoerder van de Consumentenbond vindt absoluut van niet: „De banken halen onredelijk hoge marges. En het waren de banken die er in eerste instantie een potje van hebben gemaakt, niet consumenten.” Die zouden hiervoor dus niet moeten opdraaien; Schinkel vindt dat als banken die steun nodig hebben, „het eerlijker is dat die expliciet wordt gegeven”. Dan dragen namelijk alle burgers bij, niet alleen de huizenbezitters of -kopers.

Eén ding staat vast. Voor consumenten zijn de hoge marges niet gunstig. Wie een lagere hypotheekrente wil, heeft door een gebrek aan concurrentie nauwelijks alternatieven (zie kader onderaan). Wie een hogere spaarrente wil, heeft wel wat meer opties, bijvoorbeeld buitenlandse prijsvechters. Maar daarvoor zijn spaarders misschien huiverig. Toen de IJslandse bank Icesave in 2008 failliet ging, dreigden veel Nederlanders die daar hun geld hadden gestald een deel ervan kwijt te raken omdat het IJslandse depositogarantiestelsel ontoereikend was. De Nederlandse staat moest uiteindelijk met 1,3 miljard euro bijspringen om het geld van die spaarders te garanderen.

Sommige spaarders zullen mogelijk voor beleggen kiezen. Daarmee vallen zeker hogere rendementen te behalen. Maar ook hogere verliezen. De aandelenmarkt is onvoorspelbaar.