De oorlog is nooit ver weg

Michel Krielaars neemt de stapel binnengekomen boeken door en geeft een eerste oordeel.

Over het Witte Huis gesproken. In november is het 50 jaar geleden dat John F. Kennedy werd vermoord. En net als bij de naderende grote herdenking van de Eerste Wereldoorlog is dat in boekenland reden tot een stortvloed aan nieuwe titels. In Thurston Clarkes De laatste honderd dagen van JFK [1] wordt ingezoomd op de cruciale laatste honderd dagen van Kennedy’s leven.

Het boek toont de Man van de Grote Ideeën in al zijn facetten en maakt overtuigend duidelijk dat hij als president net op het punt stond te scoren toen hij werd vermoord. Het boek leest als een goede thriller. Vooral dankzij James-Bondelementen als de Koude Oorlog en Kennedy’s niet te stillen zucht naar seks.

Ondanks die aanzwellende aandacht voor Kennedy en The Great War raakt de Tweede Wereldoorlog niet uit de aandacht. Een opvallend mooi boekje is dat van de Italiaan Mario Rigoni Stern, Sergeant in de sneeuw. Herinneringen aan de aftocht uit Rusland [2]. Het stamt uit 1953 en maakte meteen diepe indruk door zijn eenvoudige taal en aangrijpende verhaal. Sergeant in de sneeuw is in de eerste plaats een pleidooi tegen oorlog.

Maar tegelijkertijd geeft het een ontroerend beeld van kameraadschap door de linies heen. Dat blijkt als de uitgehongerde Rigoni in een boerenhut op een paar Russische soldaten stuit en er iets bijzonders gebeurt: als Rigoni hun om iets te eten vraagt, delen zij hun soep met hem. De oorlog lijkt op dat moment niet te bestaan en alle soldaten, vriend of vijand, zijn weer gewone mensen geworden. Een prachtboek.

De Tweede Wereldoorlog speelt op de achtergrond een rol in de memoire Zolang niet alles is verteld. Een kleine kroniek van mijn vader [3] , die Marre van Dantzig schreef over haar vader Dolf van Dantzig. Op het moment dat hij zijn geheugen kwijt begint te raken door de ziekte van Parkinson, wil ze alles over hem weten. En ook al is het dan te laat, toch lukt het haar om op grond van foto’s, dagboeken en brieven, die haar vader tijdens de oorlog (als gevluchte Jood en militair in Azië) of daarna (als journalist en zakenman in Australië, Singapore en India) schreef, een intiem portret van hem te schetsen.

Hoogtepunt is de benoeming van haar vader, in 1967, tot zakelijk directeur van het Concertgebouworkest. Het is het begin van allerlei nice to knows over beroemde dirigenten als Kirill Kondrasjin en Claudio Abbado, die bij Marre’s ouders over de vloer kwamen. De schrijfster krijgt nu ook zelf meer profiel.

Hoe vaak komt het niet voor dat je naar een tweede leven verlangt? Geboren worden in een ander land, een ander milieu, een heel andere baan hebben, een andere partner. Dat is precies wat de Britse bestsellerauteur Kate Atkinson doet in haar nu vertaalde If-roman Leven na leven [4] . Haar hoofdpersoon Ursula Todd boft, want ze krijgt meerdere kansen om opnieuw te beginnen.

De eerste poging is in 1910, maar dan wordt ze dood geboren. Ze krijgt een herkansing, maar verdrinkt op haar vierde. En zo leeft ze steeds langer en belandt ze in Hitler-Duitsland, waar ze bevriend raakt met Eva Braun en de Führer doodschiet, waardoor de geschiedenis een andere loop krijgt.

Ondanks die wisselende levens ontwikkelt een ‘ongedeelde’ Ursula zich wel degelijk en heb je het gevoel met een en dezelfde persoon te maken te hebben. Dat is de laag die dit speelse boek psychologische diepgang verleent. Met haar vlotte stijl en genuanceerde zinnen maakt ze er bovendien heerlijke literatuur van.

Dietrich-Fischer Dieskau, Elisabeth Schwarzkopf, Kiri Te Kanawa, het zijn misschien diva’s, maar wel gelukkige diva’s, want zingen maakt gelukkig. In haar boek Zingen is geluk [5] maakt essayiste en Don Quichot-vertaalster Barber van de Pol dat op een erg leuke, veelzijdige en erudiete manier duidelijk. Alleen de eerste zin is al wervend: ‘Wat moet je in je hopelijk lange leven in hemelsnaam almaar met jezelf?’ Het antwoord op die levensvraag is: zingen, en dan vooral met anderen. Het maakt niet uit wat je zingt, zegt ze. Of het nu ‘Waar in het bronsgroen eikenhout’, het ‘Wilhelmus’ of Schumanns Dichterliebe is.

Met het grootste gemak koppelt ze Lenny Kuhr aan Schubert, en Gerard Cox, Guus Meeuwis en Johnny Lion aan de dichter Rilke. ‘Gesang ist Dasein’, schreef de laatste – zingen is er zijn. Kortom, haar boek is een lofzang op de heerlijkheid van het leven.