De meikever komt nooit te laat

Daar ga je, dacht ik. Het was ook stom. Ik haalde fietsend mijn iPhone uit mijn jaszak. Om te checken of ik goed reed. Natuurlijk reed ik goed. Ik zat tussen het Volkspark Friedrichshain en de Prenslauer Allee. Net het heuveltje over. En ik moest naar Wladimir Kaminer, schrijver van Russische herkomst. Hij woont een paar straten verder, maar ik was laat en wilde zeker weten dat ik niet een of andere omweg reed.

Ik onderschat altijd de afstanden in Berlijn. Toen ik mijn telefoon rechts uit mijn zak haalde, viel mijn sleutelbos op de straat. In een reflex kneep ik met mijn linkerhand flink in de rem. Alleen is dat de rem van mijn voorwiel. En die staat tamelijk nerveus afgesteld. Dus daar ging ik. Over de kop.

In slowmotion zag ik mijn iPhone door de lucht vliegen. Terwijl ik tegen de klinkers bonkte, schoot door mijn hoofd wat hieraan vooraf ging. Mijn reis naar het eiland Sylt: die nederzetting van nazaten van walvisvaarders helemaal in het noorden tegen Denemarken aan. Daar trad Kaminer op om zijn nieuwe boek te promoten.

Bellen of mailen had geen zin. Dat had ik geleerd toen ik eerder achter cult-auteur Rainald Goetz aanzat. Die liet een medewerkster van de uitgeverij Suhrkamp een mailtje sturen dat hij te druk was. Hij was wel zo vriendelijk een interview met hem uit Die Zeit mee te sturen. Daar had hij alles wat hij wilde zeggen al gezegd over zijn laatste boek. Dat mocht ik rustig gebruiken voor mijn artikel.

Ik had nog teruggeschreven dat een land waar alle journalisten alleen maar Die Zeit hoeven over te schrijven, eigenlijk ook maar één schrijver nodig heeft. Bijvoorbeeld Günther Grass, want die heeft alle thema’s van de wereldliteratuur wel behandeld. Dat hielp niet: Goetz trapte niet in de provocatie en bleef onbereikbaar.

Dus besloot ik Kaminer eigenhandig te harpoeneren op Sylt.

Kaminer had zijn verbazing, dat ik bereid was duizend kilometer heen en weer te reizen om hem te spreken, goed weten te verbergen. Maar zoveel ijver werd wel beloond: ik mocht hem drie dagen later interviewen in Berlijn. Vanmiddag dus.

En hier lag ik nu met die fiets tussen mijn benen op de grond. Als een omgekeerde meikever op mijn rug te spartelen. Ik zou na al die moeite te laat komen.

Andere fietsers remden en renden op me af. Iedereen die in de buurt was en mijn val zag, kwam mijn kant op. Om te helpen. Ik heb het afgelopen jaar een handvol verkeersongelukken uit mijn raam gezien. En steeds viel op hoe hulpvaardig de Duitse omstanders zijn.

Bij elk incident holt iedereen naar de ongelukkige. Om hem of haar te verzorgen, een hand vast te houden, te kalmeren, de hulpdiensten te bellen. Ik was ontroerd door dit spontaan vertoon van gemeenschapszin. Daar konden de Nederlanders nog wel van leren. Tot ik hoorde dat hulp verlenen bij ongelukken in Duitsland wettelijk verplicht is op straffe van geldboete of gevangenisstraf.

Ik spartelde me dus zo snel mogelijk onder dat frame vandaan. De hulpverleners, een jongen met een baard en een meisje, keken me licht teleurgesteld aan. Ik had ze een kans ontnomen hun burgerplicht te verrichten. Om toch iets te doen zei de jongen berispend: „In het vervolg beter opletten!” En hup, weg waren ze.

De schade was te overzien: een geschonden ego, een gat in mijn rechter dijbeen en in mijn broek. En ook een algemeen gevoel of iets heel zwaars even op me gezeten had. Maar verder oké. Ik kwam te laat op de afspraak. Maar Kaminer kwam nog later, want dat hoort erbij als je Russisch en beroemd bent. Zo was ik toch op tijd.