CPB: Nederland is een ‘doorsluisland’

Het kabinet bekijkt fiscale verdragen en maakt het voor lege bv’s moeilijker. Nederland is fiscaal te aantrekkelijk.

Weekers gisteren (met gebroken schouder)
Weekers gisteren (met gebroken schouder)

Het zit staatssecretaris Frans Weekers van Financiën (VVD) niet mee. Al jaren strijdt hij tegen de term negatieve bijnaam ‘Nederland belastingparadijs’. Gisteren kreeg hij bijval van het Centraal Planbureau (CPB). Nederland is geen belastingparadijs, constateren de onderzoekers. Helaas voor Weekers bedacht het CPB meteen een nieuwe naam met een negatieve connotatie: ‘Nederland doorsluisland!’

„Belastingparadijs vind ik een vorm van nestbevuiling. Maar de term doorsluisland geeft in wezen wel een deel van de feiten weer”, zei Weekers gisteren tijdens een persconferentie. Na afloop van de ministerraad vertelde hij hoe het kabinet de internationale belastingsontwijking zal aanpakken. Belastingregels worden herzien en de verdragen met 23 ontwikkelingslanden (zie kader) worden kritisch doorgenomen.

Het CPB-rapport en de uitgebreide notitie van het kabinet kwamen op dezelfde dag naar buiten. Ze delen een belangrijke conclusie: het heeft weinig zin als Nederland alleen maatregelen neemt om belastingontwijking tegen te gaan. Dan wijken bedrijven gewoon uit naar andere landen.

Maar bij die constatering blijft het niet, stelt het kabinet. En dat is een breuk met het verleden. „We nemen nu onze verantwoordelijk, ook ten opzichte van de ontwikkelingslanden”, zei minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse handel, PvdA). Tot voor kort wachtte Nederland op een wereldwijde aanpak om het doorsluizen van miljarden te voorkomen, nu neemt het zelf maatregelen. Of die echt verschil zullen maken, moet nog blijken.

Sinds vorig jaar woedt er wereldwijd een hevige discussie over belastingontwijking door bedrijven. Door geldstromen middels gunstige belastingconstructies via verschillende landen te laten lopen, drukken bedrijven hun belastingafdracht. Onder meer Google en Starbucks raakten daardoor in opspraak. Vanwege een grote hoeveelheid belastingverdragen en soepele fiscale regels maken veel bedrijven gebruik van Nederland. Vandaar de term belastingparadijs. „Maar internationaal gezien, doen wij helemaal niets geks”, vindt Weekers. „We laten daarom ons belastingsysteem dat aantrekkelijk is voor veel internationale bedrijven volledig in stand. Maar we moeten niet onze ogen sluiten voor de brievenbusfirma’s die we hier hebben.”

In het onderzoek Nederland belastingparadijs? Nederland doorsluisland! constateert het CPB dat Nederland wel kenmerken van een belastingparadijs vertoont, maar het niet is. Want Nederland is niet het eindpunt van de geldstromen. Het fungeert als belangrijke schakel. Zo’n belangrijke schakel, dat Nederland wereldwijd koploper is als het gaat om buitenlandse investeringen. En die investeringen zijn deels het gevolg van de negentig belastingverdragen die Nederland internationaal heeft gesloten. Een verdrag met een land zorgt voor 20 procent meer investeringen, berekende het CPB. In 2011 kwam er 2.390 miljard euro aan buitenlandse investeringen binnen en stroomde 2.958 miljard euro weer weg. Vandaar: doorsluisland.

Weekers denkt dat het nieuwe beleid geen economische schade veroorzaakt. Ook al wordt het de duizenden brievenbusfirma’s moeilijk gemaakt: die moeten aantonen dat ze economisch in Nederland actief zijn voordat ze op fiscale douceurtjes kunnen rekenen. „Echte investeringen in Nederland hebben niets te duchten. Wellicht besluiten nu meer bedrijven om zich echt hier te vestigen, omdat ons land meer te bieden heeft.”

De kabinetsnotitie en het CPB-onderzoek volgen op een onderzoek dit voorjaar van SEO Economisch Onderzoek in opdracht van lobbyclub Holland Financial Centre. Dat toonde aan dat de bijdrage van brievenbusbedrijven en de industrie eromheen zo’n 3 miljard euro bedraagt. Ook zou het voor zo’n 10.000 banen zorgen, al uitten verschillende hoogleraren kritiek op de berekening van die banen.

Volgens Arjan Lejour, programmaleider publieke financiën van het CPB, heeft het eventueel verdwijnen van brievenbusfirma’s slechts beperkte gevolgen. „Dan krijg je een klapje”, zegt Lejour. „Als de sector niet meer bestaat, raken mensen even werkloos. Maar dat herstelt zich weer omdat ze elders aan de slag gaan.”