Belang kind voorop bij vechtscheiding

Jaarlijks krijgen 70.000 kinderen te maken met een scheiding. Zij lijden vooral als hun ouders niet normaal communiceren. Vechtende ouders realiseren zich dat.

Ouders van wie de relatiebreuk uitloopt op een ‘vechtscheiding’ zijn zich bewust van de schadelijke gevolgen voor hun kinderen. Toch denkt een ruime meerderheid dat zij bij de scheiding de belangen van hun kinderen centraal stellen. Dat blijkt uit een enquête onder 4.445 gescheiden ouders door actualiteitenrubriek EenVandaag. Eerder dit jaar noemden Jeugdzorg Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming vechtscheidingen een groeiend probleem.

EenVandaag hield de enquête onder deelnemers van een eigen opiniepanel. Aan het onderzoek deden alleen mensen mee die minderjarige kinderen hadden toen ze uit elkaar gingen. Een vechtscheiding wordt gedefinieerd als een scheiding met ernstige conflicten waarbij ouders tijdens of na de scheiding niet meer normaal met elkaar kunnen communiceren. In de uitzending van zaterdag worden alle resultaten gepresenteerd, evenals die van een enquête onder kinderen van gescheiden ouders.

Eenderde van de geënquêteerde ouders, 1.487 vaders en moeders, stelt dat hun scheiding is uitgelopen op een vechtscheiding. Van hen denkt 74 procent dat de kinderen „meer dan nodig” onder de scheiding hebben geleden, bij mensen die hun scheiding geen vechtscheiding noemen is dat 42 procent. 23 procent van de ouders met een vechtscheiding zegt weleens bij de kinderen te hebben uitgehuild, tegen 18 procent van de ouders met een ‘gewone’ echtscheiding. 34 procent van de ouders met een vechtscheiding stelt dat de kinderen heftige scheldpartijen hebben meegemaakt, 29 procent dat ze getuige waren van bedreigingen en 28 procent dat ze te maken kregen met ouders die elkaar zwartmaakten. Bij niet-vechtscheidingen liggen deze percentages lager: respectievelijk 18, 13 en 13 procent.

Tegelijk rapporteert een ruime meerderheid van alle ouders dat de belangen van hun kinderen in de (vecht)scheiding voorop stonden: 78 procent van de mensen met een echtscheiding, en 63 procent van de mensen met een vechtscheiding.

Antwoorden op de open vragen uit de enquête laten vooral zien waarin een liefdesrelatie kan ontaarden. „Al geruime tijd vóór de onvermijdelijke scheiding dreigde mijn ex mij kapot te maken: ik maak je kapot; ik neem je alles af: je huis, je kinderen en financieel maak ik het je onmogelijk. […] Hij heeft niets nagelaten om deze dreigementen uit te voeren.” Een andere ouder: „Na de scheiding geen communicatie meer. Gesprekken alleen via mijn oudste zoon.”

De gescheiden ouders werd ook gevraagd hoe vechtscheidingen voorkomen kunnen worden. 45 procent van de ouders met een vechtscheiding blijkt voorstander van verplichte mediation na het besluit uit elkaar te gaan. 35 procent vindt dat bij de geboorte van een kind een verplicht ouderschapsplan met omgangsregeling moet worden opgesteld. Anderen zien meer in een beroep op het gezond verstand: „Als ouder moet je stomweg beseffen dat je niet van je kinderen scheidt maar van je partner en dus je kinderen er niet tussenin zet.” Maar: „Als er één ouder niet bereid is mee te werken is er helemaal niets dat iemand maar ook kan doen.”