Beest van Appingendam staat terecht

Maandag begint in Duitsland de rechtszaak tegen de 92-jarige Siert Bruins. Hij wordt verdacht van de moord op verzetsman Aldert Klaas Dijkema, in 1944. Diens neef Aldert Veldman woont het proces bij.

Op de plek van de moord is nog veel hetzelfde als in de oorlog. Het Damsterdiep stroomt rustig langs het bedrijfsterrein van motorenbouwer Brons. De oude fabrieksgebouwen bieden inmiddels onderdak aan een ander bedrijf, maar aan hun uiterlijk is weinig veranderd. Zij zijn de stille getuigen van de dood van Aldert Klaas Dijkema. In de vroege ochtend van 22 september 1944 werd de Groningse verzetsman op deze plek doodgeschoten: met drie kogels in zijn rug en één in zijn achterhoofd.

Maandag staat de voormalige SD’er Siert Bruins (Vlagtwedde, 1921) in de Duitse stad Hagen terecht voor deze moord. Hij zou Dijkema samen met zijn meerdere August Neuhäuser om het leven hebben gebracht. Voor neef Aldert Veldman (64), vernoemd naar zijn oom, is het een belangrijk moment. „Het is goed dat Bruins zich moet verantwoorden voor wat hij heeft gedaan. Ik ben er maandag bij in de rechtszaal en ik zal een dader zien binnenkomen, geen zielige oude man.”

Veldman loopt over het bedrijfsterrein en wijst naar de straat verderop. „Dat is de Farsumerweg, die van Delfzijl naar Appingendam loopt. Over die weg moeten Neuhäuser en Bruins met mijn oom hebben gereden, nadat ze hem uit de cellen van het SD-hoofdkwartier in Delfzijl hadden gehaald. Het verhaal wil dat ze hier ergens zijn gestopt. Ga maar even pissen, zeiden ze tegen hem. Toen schoten ze hem van achter neer. Zijn lijk namen ze mee en gooiden ze op het erf van zijn boerderij.”

Siert Bruins stond tijdens de oorlog bekend als ‘Het beest van Appingendam’. Hij was lid van de NSB en vocht aan het Oostfront met de SS-divisie Viking. In 1943 kwam hij gewond terug en ging werken voor de Sicherheitsdienst (SD) in Delfzijl. Daar was hij betrokken bij de moord en mishandeling van een aantal verzetslieden. Op 15 maart 1949 werd hij in Groningen aangeklaagd voor in totaal zes oorlogsmisdaden. De agent die het onderzoek naar Bruins had geleid, noemde hem „de grootste smeerlap die ik ooit heb meegemaakt”.

De zaak werd behandeld zonder de verdachte, want Bruins was na de Bevrijding naar Duitsland gevlucht. Hij werd bij verstek ter dood veroordeeld. Deze straf werd na vijf jaar omgezet in levenslang. Tot voltrekking kwam het niet, want de SS’er was spoorloos verdwenen.

Tot 1978. Toen ontdekte nazi-jager Simon Wiesenthal dat Bruins als Bruns leefde in het dorpje Breckerfeld, ten zuiden van Dortmund. Nederland verzocht om uitlevering, maar de Duitsers weigerden omdat Bruins door zijn krijgsdienst bij de SS de Duitse nationaliteit had verkregen. De Duitse Justitie berechtte Bruins zelf en in 1980 werd hij veroordeeld tot zeven jaar cel voor medeplichtigheid aan de moord op de Joodse broers Sleutelberg, één van zes strafbare feiten uit de Nederlandse aanklacht van 1949. De moord op Aldert Klaas Dijkema maakte geen onderdeel uit van het proces.

Ruim drie decennia later moet Bruins zich nu dus alsnog voor deze misdaad verantwoorden. Veldman: „Twee jaar geleden meldde Stephan Stracke, een Duitse nazi-jager, zich bij me. Hij dacht dat het mogelijk was om Bruins aan te klagen en vroeg of ik als familielid als Nebenkläger bij de zaak betrokken wilde worden. Later bleek dat alleen eerstegraads bloedverwanten dat recht hebben. Toen ben ik naar mijn moeder gegaan. Zij is 99 en haar reactie was: ‘Moet dat nou nog na zoveel jaar? Hoe oud is die man? Laat hem met rust.’ Maar haar zus Aukelien dacht er anders over. Zij heeft zich officieel bij de zaak gevoegd.”

De advocaat van Bruins heeft aangegeven dat zijn cliënt zal zwijgen tijdens de elf zittingsdagen die voor het proces zijn uitgetrokken. Bruins heeft echter vorig jaar tegenover een Duitse tv-ploeg bekend dat hij aanwezig was toen Dijkema werd vermoord. Volgens de Nederlander was het echter Neuhaüser die schoot. „Ik hoorde opeens een knal en toen viel die man.”

Dat Bruins nu alsnog vervolgd wordt, heeft te maken met de zaak tegen een andere Nederlandse SS’er. Heinrich Boere werd in 2010 in Aken tot levenslang veroordeeld voor de moord op drie verzetslui. Zijn misdaden vertonen gelijkenis met de moord op Dijkema: ook Boere schoot zijn slachtoffers onverwacht neer. De rechter oordeelde dat dit de moorden heimtückisch (boosaardig) maakte, een voorwaarde voor veroordeling na zoveel jaren. Deze uitspraak is in hoger beroep bevestigd en Boere zit inmiddels zijn straf uit in een gevangenisziekenhuis.

Veldman hoopt dat maandag de zaak niet meteen verdaagd wordt als gevolg van vertragingstactieken van de verdediging. „Dat Bruins opeens te ziek is om terecht te staan, of zoiets. Dat zou wel een teleurstelling zijn nadat we er zo lang mee bezig zijn geweest hem voor de rechter te krijgen.”

Hoeveel straf Bruins krijgt, vindt Veldman niet belangrijk. „Het gaat er niet om of het nu levenslang wordt, of één jaar. Waar het om gaat, is dat hij rekenschap aflegt voor wat hij mijn oom heeft aangedaan.”