Aan vastbinden doen ze hier niet

Bij Zeuvenakkers in Appelscha zitten cliënten waar andere instellingen zich geen raad mee weten. De begeleiding is intensief, en dat is duur. „Hoeveel hebben we er voor over om deze mensen prettig te laten leven?”

De grote jongen met stekeltjes is om zeven uur aangekleed. Anderhalf uur te vroeg. Doelloos loopt hij met zijn grote lichaam heen en weer door de gang. Hij slaat zijn armen van achteren om Diana’s middel. ‘Stoppen!’ Ze zegt het vriendelijk maar beslist.

Orthopedagogisch behandel- en begeleidingscentrum voor verstandelijk beperkten Zeuvenakkers. Aan de rand van Appelscha, tussen uitgestrekte akkers. Op het terrein wonen 68 cliënten. In woning 2 zitten acht mannen met een IQ tussen de 50 en 70. Daarbij hebben ze (zware) gedragsstoornissen. Zeuvenakkers is onderdeel van zorgorganisatie Trajectum.

Een jongen (23) met glanzend halflang bruin haar wil juist niet opstaan. Daar heeft hij vaak moeite mee. Zijn voeten steken onder het dekbed uit. Diana Wieldraaier (28) schudt zachtjes aan zijn schouder. „Gaan we de dag beginnen? Kijk eens naar de klok, het is al negen uur.” De jongen geeft geen sjoege. Collega Karin van der Meer (37) zal het over een kwartier nog een keer proberen.

In Zeuvenakkers worden de cliënten niet gedwongen op te staan. Jarenlang was dat anders. Toen moesten ze hup het bed uit en beginnen aan hun dagbestedingsprogramma. Er werd gewerkt met een systeem van belonen en straffen. Dat leverde veel stress en onrust op. En ook agressie. Nu proberen begeleiders de cliënten te motiveren. Bewoners voelden zich prettiger en veiliger en begeleiders ook. „Deze mannen zijn hun hele leven al afgesnauwd en afgewezen”, zegt Karin van der Meer. „Met dwang bereik je weinig. Je moet er eigenlijk vooral gewoon zijn. Praten en bijsturen. En brandjes blussen.”

Dus laten ze de jongen met het bruine haar liggen. Maar hij wordt wel elk kwartier opnieuw gewekt. En hij krijgt zijn medicijnen. Net als de anderen. Antidepressiva, agressiedempers en angstremmers. Die slikken ze allemaal. Op een kleine, watervlugge jongen met autisme en adhd na. Hij reageert er niet goed op. Zonder medicijnen is hij ook goed aanspreekbaar.

De zorg die Zeuvenakkers biedt is duur, zo’n beetje de duurste die er bestaat. 24 uur per dag hebben cliënten zorg nodig. Voor de acht mannen zijn er twee begeleiders. Behalve tussen 23.00 en 7.00 uur. Dan is er één slaapwacht. En sommige cliënten hebben extra begeleiding. In woning 2 is dat er nu maar één: de grote jongen met het stekeltjeshaar. Maar soms zijn dat er drie of vier.

Het budget staat onder druk. Bart Groeneweg is bestuurder van de overkoepelende Stichting Trajectum, met tal van locaties voor behandeling van verstandelijk gehandicapten in Noord- en Oost-Nederland. Groeneweg: „Het zijn mensen die het de samenleving lastig maken. We moeten er iets mee.” Hij is niet bang voor de cruciale vraag: „Uiteindelijk gaat het hierom: hoeveel hebben we er voor over om deze mensen prettig te laten leven?”

Acht mannen tegelijk wekken, ze helpen met opstaan en ontbijt is te veel voor twee mensen. Daarom wordt er in twee shifts gewekt. De twee begeleiders kunnen hun aandacht dan verdelen over vier mannen. Als die eerste groep op gang is, komen de volgende vier aan de beurt.

Een dikke man van 36 staat graag bijtijds op en zit al vroeg aan het ontbijt. Hij strooit een berg brinta op zijn melk en pakt dan de suiker. Ik kijk even met je mee, zegt Karin van der Meer. De man heeft suikerziekte en weeg 155 kilo. Hij moet zo gezond mogelijk eten. „Stop”, zegt Karin. De man schudt nog even door. „Stop!”, zegt Karin en hij stopt. „Ik kan koppig zijn”, zegt hij met een grijns. „Ik ook”, zegt Karin.

Deze mannen zijn kinderen in een volwassen lichaam. Aan de buitenkant zie je vaak niets. Ze roken, drinken af en toe een pilsje. Maar hun brein is achtergebleven. De jongen met het stekeltjeshaar (21) bijvoorbeeld heeft de sociaal-emotionele ontwikkeling van een peuter. Extra begeleider Jurrien Sijtseman (58) komt hem om elf uur ophalen. De jongen ijsbeert al sinds zeven uur door de gang. Hij vindt het spannend. Ze gaan naar een winkel om Star-Warspoppetjes te kopen. De jongen spaart daarvoor al zijn zakgeld. Daarna zullen ze doorrijden naar Ikea voor een vitrinekast. Daarin kan hij zijn poppetjes mooi uitstallen. „Dan ziet zijn verzameling er meteen bijzonder uit”, zegt Sijtsema.

De jongen zegt nauwelijks iets, maar de dikke man praat veel. Hij spreekt als een volwassene. Dat heeft hij in zijn 36 jaar wel geleerd. Hij loopt pas vast als je ingaat op wat hij zegt. Daardoor is hij zijn hele leven overvraagd, zegt Karin. Dat geldt voor de meeste bewoners. Diana: „Een cliënt zei tegen mij: ‘Ik wou dat ik het syndroom van Down had, dan konden mensen tenminste zíen dat er wat met me is’.”

De avond ervoor was Tom-Erik Nust (25) de begeleider. Zeuvenakkers is zijn eerste baan en het werk is hem op het lijf geschreven. In het begin moest hij wennen aan de grote discrepantie tussen wat je ziet en wat je krijgt, zegt hij over de mannen. „Het zijn volwassenen met een leven achter de rug. Vaak een leven met veel problemen. Maar ze liggen ook met neppistooltjes in de struiken. En zet je een dvd van Bassie en Adriaan op, dan zitten ze allemaal met open mond te kijken.”

Zeuvenakkers is voor geen enkele cliënt de eerste instelling. Voor de meesten is het een last resort, als andere instellingen zich geen raad meer weten. De jongen met het bruine haar woont sinds zijn achtste in verschillende instellingen. Voor één cliënt is Zeuvenakkers de 56ste instelling. De meeste bewoners komen uit instabiele gezinnen, ouders die niet om konden gaan met de laagbegaafdheid van hun zoon. Vaak, maar niet altijd, zijn de ouders ook laagbegaafd.

Soms komen mensen verwilderd of extreem agressief binnen. Een bekend geval was Alex Oudman, die in een andere instelling maandenlang in een isoleercel zat. Nadat zijn zussen ten einde raad de media opzochten, kreeg hij binnen Zeuvenakkers een plek. Dat ging niet meteen goed. Twee jaar lang bleef hij erg agressief. Hij had in die tijd drie begeleiders. Dat kostte 450.000 euro per jaar. Heel langzaam kwam hij tot rust. Overdag kun je Alex in de verte horen houthakken. Als je hem vraagt hoe het gaat, zegt hij „goed”. En dan na even nadenken: „Ik zou wel wat meer zenders op de tv willen.”

Nadat Brandon in januari 2011 in het nieuws kwam, de gedragsgestoorde en agressieve jongen die werd vastgebonden in een andere instelling, bood ook Zeuvenakkers aan de jongen op te nemen. Uiteindelijk ging hij ergens anders heen, waar hij ook meer begeleiding zou krijgen. Veel begeleiding, in combinatie met de juiste medicijnen, kan werken. Al lukt het niet altijd. Kort geleden is een cliënt vertrokken uit woning 2 omdat hij niet te handhaven was. Hij was een gevaar voor de begeleiders en de mede-cliënten. Niemand vindt het leuk als een cliënt het niet redt in Zeuvenakkers. Vooral omdat er dan niet veel opties meer over zijn.

Aan vastbinden doen ze niet in Zeuvenakkers. Er is wel een time-outruimte, een soort isoleercel. De kamer wordt zo min mogelijk gebruikt. De dikke man laat de kamer zien. Een vrijwel lege ruimte met een matras. Zelf heeft hij er nog nooit gezeten. Door zijn medicijnen is hij eigenlijk nooit meer agressief. Dat is wel eens anders geweest. Hij heeft negen jaar in een tbs-kliniek gezeten na een levensdelict.

Puinzooi

Een jongen met een strak wit T-shirt en spijkerbroek zit niet graag aan tafel met de andere mannen. Hij staat twee meter verderop met een kop koffie in zijn hand. Diana Wieldraaier vraagt of hij zo mee boodschappen gaat doen in de Lidl. Hij is laagbegaafd, maar heeft het hoogste IQ van de groep. Hij is de enige die in de gewone wereld heeft gefunctioneerd. Hij is jong en gespierd en werkte in de bouw. En als hovenier, dakdekker en in de groenvoorziening. Hij is kort van stof. Behalve als het over de stemmen gaat die hij hoort. Als kleine jongen hoorde hij die al. „Als ik naar de keuken loop”, zegt hij, „dan praten mijn voetstappen tegen me”. Het verergerde toen hij verslaafd raakte aan drugs. Hij kreeg psychoses, raakte alles kwijt en leefde jaren op straat. In Zeuvenakkers kreeg hij zijn leven weer op orde, al bleven de stemmen. Hij wil snel weg, zelfstandiger wonen. Bij hem moet dat ook lukken, zegt Karin van der Meer.

Op de meeste kamers is het een puinzooi. Sommigen hebben hulp nodig bij het douchen, wassen en schoonhouden van hun kamer. Maar niet de 36-jarige man. Die is heel schoon op zichzelf. En ook zijn kamer ziet er spic en span uit. Hij heeft een eigen espressoapparaat. Als er bezoek komt, maakt hij koffie. De deur blijft dan open. Dat is de regel. Bij het licht van acht lavalampen vertelt hij over zijn leven. Zijn vader heeft hij nooit gekend, zijn moeder is overleden toen hij kind was. Hij werd opgevoed door zijn opa en oma. Hij begon met speed op zijn zestiende. Jarenlang was hij verslaafd aan speed, hasj en wiet. Net als de jonge bouwvakker leefde hij lange tijd op straat. Daarna woonde hij jarenlang bij het Leger des Heils.

Hij vindt het lastig zichzelf de moeite waard te vinden, vertelt hij. „Mijn eigenbeeld is heel slecht. Hier wordt me geleerd dat ik er mag zijn.”

Verstandelijk gehandicapten worden ingedeeld in een ‘zorgzwaarte’ van 1 tot en met 8. In 1 kan je nog heel veel zelf, in 8 heb je veel begeleiding nodig en kan je niks zelf. De bewoners van Zeuvenakkers zitten bijna allemaal in 7. Of ze hebben SGLVG1 (Sterk Gedragsgestoorden met een Licht Verstandelijke Handicap). Sommigen krijgen een behandeling, zegt operationeel manager Riëtte Roobaard. „Zij leren voor zichzelf en hun omgeving te zorgen, emoties te herkennen en sociale vaardigheden.” Anderen zijn uitbehandeld. „Wij proberen ze een stabiele omgeving te bieden, met veel dagelijkse routines.”

Met alle bezuinigingen op komst zullen deze cliënten niet gespaard blijven. We zijn al aan het bedenken hoe we dat kunnen organiseren, zegt Joke Slagter, hoofd Orthopedagogisch Behandelcentrum. De begeleiders draaien geen slaapdiensten meer, die zijn vervangen door goedkopere, lager opgeleide mensen. De dubbele ochtendshift is ingevoerd, daardoor zijn er minder mensen nodig. Eens in de twee weken, op vrijdag, wordt een weekendrooster gedraaid, zonder werk en zonder therapie. Vooral de mensen die een-op-een begeleiding hebben, zijn duur. Slagter: „We gaan kijken of het met minder kan.”

De meeste mensen in Zeuvenakkers gedijen het beste bij rust en voorspelbaarheid. Joke Slagter: „Je kunt deze mensen niet in een grote groep bij elkaar zetten. Heb je er een in het gareel, flipt een ander, flippen ze allemaal. Het is al lastig om met mensen samen te leven voor wie je zelf gekozen hebt. Laat staan als je allemaal gestoorden bij elkaar zet.”

Na het avondeten, brood met hamburgers die begeleider Kees Hage (61) heeft gebakken, komt iedereen om zeven uur bijeen voor de afsluiting met koffie. Wat vond je het leukste vandaag en wat ga je vanavond nog doen, is de vraag die aan iedereen wordt gesteld. De dikke man vond de psychomotorische therapie het leukst. ‘Lekker dollen met Dorien’, zegt hij.Kees: „Ik dacht dat je daar was voor nabijheid en afstand.”De dikke man: „Ook.”Kees: „We gaan zo nog even wandelen.”De dikke man: „Nee.” Kees: „Je hebt de hele middag geslapen, je moet ook even bewegen.”De dikke man: „Nee.”Kees: „Wat zeg je?”De dikke man: „Ik doe het niet.”Kees: „Fijn, tot zo!”Tom-Erik schilt stoïcijns appels en deelt partjes uit.

Het kantoortje voor de begeleiders zit nu naast de huiskamer. Eerder zat het elders in het gebouw, maar dat werkte niet. Karin van der Meer: „Ze moeten je kunnen zien. Het zijn net heel jonge kinderen, die kan je eigenlijk ook niet alleen laten.” Nabijheid geven, noemen de begeleiders dat. Dat is wat ze de hele dag doen. En bijsturen, brandjes blussen.

Karin schrijft een verslag achter de computer in het kantoortje. De jongen met de stekeltjes klopt op de deur en komt binnen. Hij heeft een probleem. Hij verkocht zijn controller aan een medebewoner voor 20 euro. Hij gaf het geld uit. Maar de controller werkte niet en de medebewoner wil zijn 20 euro terug. Nu zit hij met een gat in zijn budget. „En dat drukt zwaar op hem”, zegt Karin. „Hij kan het niet overzien. Hij heeft pas rust als dit is opgelost..” Tegen de jongen zegt ze rustig. „Het komt goed. Het komt goed!”